Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 12 minuten

Een placenta of nageboorte van het paard is een zeer bijzonder, uniek en onderschat orgaan dat onder andere essentieel is voor bescherming van en voeding voor de foetus en het veulen. De placenta produceert en transporteert ook diverse belangrijke hormonen voor merrie en veulen die onder andere essentieel zijn voor het in stand houden van de dracht. De placenta wordt geheel gevormd door en vanuit de bevruchte eicel zelf en bevindt zich binnen de drachtige baarmoeder.

Om een veulen van voldoende voeding te voldoen, moet zijn placenta contact hebben met de gehele baarmoederwand. Als de placenta niet goed functioneert of ontstoken is, is er een grote kans dat de foetus of het veulen overlijdt. Wanneer de placenta na een geboorte niet snel genoeg in zijn geheel uit de baarmoeder afgedreven wordt, vormt het een levensgevaarlijke tijdbom voor de merrie. Op dit moment wordt de placenta na de geboorte in het algemeen voornamelijk bekeken op volledigheid, de placenta kan ons echter nog veel meer geheimen vertellen over eventuele problemen van de dracht en het veulen.

Afb. 1: Tekening (Floor Bernard) van vrucht met de onderdelen van de placenta, baarmoeder en baarmoedermond.

De placenta bestaat uit een aantal onderdelen

De placenta bestaat uit de waterblaas, de pootjesblaas en de navelstreng. De vrucht wordt omgeven door vruchtwater en ligt binnen de pootjesblaas. De pootjesblaas is omgeven door vruchtwater en wordt weer omringd door de waterblaas. De waterblaas is met de buitenzijde naadloos verbonden is met de baarmoederwand. Binnen de pootjesblaas vinden we vaak ook het veulenbroodje. De navelstreng is de verbinding en transportlijn tussen het veulen en de baarmoeder.

De waterblaas

Het grootste onderdeel van de placenta is de waterblaas. Waterblaas en baarmoederwand zijn over hun complete oppervlakten secuur met elkaar verbonden. De vlokken van de waterblaas passen exact in inhammetjes in de baarmoederwand. De grootte van het contactoppervlak neemt tijdens de dracht toe. Door de unieke verbinding is er aan het eind van de dracht bij een volwassen paard een effectief contactoppervlak van 50-60 vierkante meter tussen merrie (baarmoeder) en veulen (waterblaas)! Via dit contactoppervlak worden afvalstoffen van het veulen afgevoerd en voedingsstoffen en zuurstof vanuit de merrie naar het veulen getransporteerd. De placenta produceert zelf ook nog grote hoeveelheden van diverse hormonen welke via het bijzondere contactoppervlak naar de merrie en/of via de navelstreng naar het veulen getransporteerd worden.

Afb. 4: Binnenzijde van de waterblaas.

Endometrial cups
Heel speciaal voor de placenta van het paard is de vorming van de ‘endometrial cups’. Deze kleine orgaantjes in de placenta vormen in vanaf dag 40 tot dag 100 het hormoon Equine Chorionic Gonadotropine (ECG). ECG wordt afgegeven aan de merrie en heeft daar grote positieve invloed op de progesteronproductie. Door de hoge hoeveelheid progesteron in het bloed van de merrie wordt het embryo in de baarmoeder vastgehouden en kan de merrie niet hengstig worden.

Contactproblemen tussen waterblaas en baarmoeder
Om een veulen te kunnen verzorgen, moeten waterblaas en baarmoeder over het totale oppervlak efficiënt contact hebben. Als een waterblaas over een groot oppervlak geen vlokken heeft of als er pus tussen waterblaas en baarmoederwand gevormd wordt door een ontsteking komt het veulen in gevaar. In een baarmoeder is praktisch nooit genoeg oppervlak om twee veulens te voorzien van voldoende uitwisseling van nutriënten en afvalstoffen. De waterblaas van beide veulens zullen over een groot deel tegen elkaar liggen. De meeste tweelingveulens sterven daarom in de laatste maanden van de dracht, de periode waarin zij de grootste groei zouden moeten doormaken.

 

Afb. 5: Echofoto van placentitis met pus tussen waterblaas en baarmoederwand

Hoe ziet de waterblaas eruit?

De binnenzijde en de buitenzijde van de waterblaas zien er heel verschillend uit. De buitenzijde van de waterblaas ziet eruit als een soepele, egale, roodfluwelen zak. De binnenzijde (de kant van het veulen) is heel lichtroze en glad.

Afb. 6: Oppervlak van de buitenzijde van de waterblaas.

Vlokken
Zoals gezegd heeft de waterblaas bij het paard over de complete buitenzijde zeer kleine regelmatig gevormde uitstulpingen, de vlokken. Alle vlokken zijn voorzien van een enorme hoeveelheid zeer dunne bloedvaatjes waardoor dat oppervlak rood en hobbelig is. Als er onvoldoende vlokken aanwezig zijn, is er kans dat de placenta niet goed gefunctioneerd heeft.

Cervical star
Op de plaats waar de waterblaas tegen de baarmoedermond aan ligt zit er een stervormige plek zonder vlokjes. Op deze zogenaamde ‘cervical star’ moet de waterblaas breken als de geboorte op gang komt.

Afb. 7: De binnenzijde van de waterblaas.

Binnenzijde waterblaas
De binnenzijde van de gezonde waterblaas heeft een glad oppervlak en is lichtroze van kleur. Direct onder het doorzichtige witte oppervlakte zijn duidelijk dikke bloedvaten te zien. De aders transporteren bloed naar het veulen en de slagaders lopen van het veulen naar de placenta. Alle bloedvaten van de waterblaas komen samen in de navelstreng die via de navel het veulen binnentreden en uitgaan. Aan het patroon van de bloedvaten van de waterblaas is te zien of er sprake was van een tweeling.

Zoals gezegd zijn waterblaas en baarmoederwand innig verweven,
zij zijn tijdens de dracht een eenheid. Ontsteking van de baarmoederwand of waterblaas verspreidt zich altijd ook in het andere onderdeel. Een ontsteking van de baarmoederwand tijdens de dracht zal dus ook altijd een ontsteking van de placenta, de placentitis, tot gevolg hebben. Hierover lees je meer in het artikel over baarmoederontstekingen tijdens de dracht.

De pootjesblaas

Binnen de waterblaas bevindt zich vruchtwater. De vrucht wordt echter niet alleen omgeven door de waterblaas maar ook door een veel dunnere, melkwitte, doorzichtige, afgesloten blaas die de pootjesblaas genoemd wordt. In het vlies zijn ook dunne bloedvaten te zien. Binnen de ruimte die de pootjesblaas omvat bevindt zich vruchtwater.

Afb. 8: De doorzichtige pootjesblaas.

Vruchtwater

Omdat een foetus vruchtwater doorslikt scheidt het ook urine uit en maakt het ontlasting. De urine wordt in de nieren geproduceerd en komt via de urineblaas van het veulen en de navelstreng in het vruchtwater van de pootjesblaas terecht. Omdat alle stoffen die de placenta binnenkomen zorgvuldig gefilterd zijn en de meeste afvalstoffen via het bloed afgevoerd worden naar de merrie, maakt de foetus steriele urine die weinig afvalstoffen bevat. Door een gezonde foetus wordt eveneens steriele ontlasting geproduceerd. In tegenstelling tot de urine wordt de ontlasting van een foetus niet eerder uitgescheiden dan ná de geboorte. Het vruchtwater blijf hierdoor helder, fris, steriel en gezond.

Meconium, de eerste mest van het veulen

Als het veulen geboren wordt zit er in de endeldarm meer dan een meter ontlasting. Deze eerste mest van het veulen, meconium genoemd is donkerbruin van kleur, plakkerig en stevig van consistentie. Wanneer een veulen tijdens of voor de geboorte in problemen komt door bijvoorbeeld zuurstofgebrek, kan het wel meconium uitscheiden. De achterhand en eventueel het vruchtwater en de vruchtvliezen kunnen dan bruin worden door het meconium. Als een veulen direct na de geboorte onvoldoende drinkt bestaat de kans dat deze mest er niet uit komt en koliek tot gevolg heeft door een meconiumobstipatie.

Het veulenbroodje

Het veulenbroodje of hippomane is een vreemd voorwerp dat praktisch altijd bij de geboorte gevonden wordt. Het veulenbroodje is eigenlijk een verzameling van afvalstoffen die zich in de pootjesblaas bevinden. Het bestaat onder andere uit urinekristallen, vetten en huidschilfers. De kleur is bij het ene veulen donkerbruin en bij het andere lichtbeige, alle tussenliggende kleuren worden ook gezien. Het oppervlak is taai en glad, de afvalstoffen zijn laag voor laag op een kern van klonterig materiaal opgebouwd. Vaak bevat het veulenbroodje een centrale holte.

De foto’s hierboven betreffen diverse veulenbroodjes, van donkerbruin tot lichtbeige gekleurd.

Afbeelding 12 toont het holle centrum van het veulenbroodje.

Vanwege de plat-ovale vorm en de kleur heeft het veulenbroodje deze bijzondere naam gekregen. Bij secure observatie van de pootjesblaas kunnen altijd veel kleine verzamelingen van afvalstoffen gevonden worden die vergelijkbaar zijn met het veulenbroodje. Het verhaal dat het veulenbroodje voeding is voor het veulen is onjuist.

De navelstreng

De navelstreng heeft uiteraard een belangrijke functie voor het veulen. Het vormt de verbinding tussen merrie en veulen en bestaat uit enkele grote bloedvaten die alle afvoer van afvalstoffen en aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof naar de vrucht verzorgen. In het deel van de navelstreng dat binnen de pootjesblaas zit loopt ook de urachus. De urachus is de buis die urine van het veulen naar het vruchtwater van de pootjesblaas leidt. De navelstreng mag iets gedraaid zijn. Een teveel om zijn as gedraaide navelstreng is aanleiding voor sterfte van het veulen omdat de bloedvaten afgekneld worden.

Afb. 13: De navelstreng

Wat gebeurt er met de placenta bij een geboorte?

Bij het begin van een geboorte breekt de waterblaas open bij de baarmoedermond. De waterblaas moet tijdens de geboorte vast blijven zitten aan de baarmoeder omdat het veulen tijdens de uitdrijving voor zuurstof en voedingsstoffen nog steeds compleet afhankelijk is van de uitwisseling via de waterblaas. In sommige gevallen laat de waterblaas al los voor of tijdens de geboorte en komt geheel of gedeeltelijk met het veulen mee. Er zit dan een rood vlies (de waterblaas) om het veulen in plaats van een witte blaas. We noemen dit een ‘red bag delivery’. Bij een red bag delivery is het veulen altijd ernstig in gevaar, hoe goed die er op het moment van de geboorte ook uitziet.

Na het breken van de waterblaas komen bij een normale geboorte de pootjes omgeven door de nog gesloten witte pootjesblaas naar buiten. Tijdens de uitdrijving breekt de pootjesblaas open en wordt met het veulen uitgedreven. Als het veulen uit de pootjesblaas komt, blijven de melkwitte vliezen van de pootjesblaas vastzitten aan de navelstreng. De navelstreng die nog verbonden is met pootjesblaas, waterblaas en baarmoederwand breekt door beweging van merrie of veulen vanzelf op een speciale plaats dicht bij de buik af. In een enkel geval breekt de pootjesblaas niet open en sterft het veulen door zuurstofgebrek.

Foto’s: Het zojuist geboren veulen is na de geboorte nog gedeeltelijk of geheel omgeven door het dunne vlies van de pootjesblaas. 

Nadat het veulen geboren is laat de waterblaas door een nog nauwelijks begrepen mechanisme los van de baarmoederwand. Vanwege het gewicht van de pootjesblaas en de aansluiting van de navelstreng met de voorste delen van de waterblaas komt de nageboorte als het goed gaat altijd binnenstebuiten uit de merrie. De zichtbare kant is bleekroze.

Afb. 14: Als de placenta traag loslaat is het verstandig de loshangende delen op te binden

Normaliter is de gehele nageboorte of placenta binnen twee a drie uur uit de baarmoeder. Als de placenta niet binnen 3 uur geheel uit de baarmoeder is verwijderd spreken we van een Retentio secundinarum (Ret. Sec), het paard staat aan de nageboorte. Vanaf dat moment is de placenta een tijdbom voor de merrie: baarmoederontsteking, koorts, hoefbevangenheid, bloedvergiftiging en sterfte liggen op de loer. Je leest daarover meer in het artikel: Baarmoederontsteking bij merries kort na het veulenen.

Controle van de placenta

In de huidige fokkerij wordt de placenta na de geboorte vaak onderzocht op volledigheid. Het gevaar van de merrie voor een achtergebleven stuk placenta is gelukkig iedereen bekend. De uitwendige inspectie van de placenta kan echter ook veel meer eigenschappen van de merrie, risicofactoren voor het geboren veulen en oorzaken van abortussen, vroeggeboorten of dood geboren veulens bekend maken.

De placenta is de blauwdruk van de binnenzijde van de baarmoederwand

De placenta, en vooral de buitenzijde van de waterblaas is namelijk een blauwdruk van de binnenzijde van de baarmoederwand. Afwijkingen van de baarmoederwand kunnen daardoor ook aan de nageboorte te zien zijn. De controle van de nageboorte is dus eigenlijk een goedkope vorm van endoscopie: teveel littekenweefsel of ontstekingen van de baarmoederwand zijn herkenbaar in de placenta. Een slecht sluitende schede of baarmoedermond geeft zichtbare afwijkingen aan het placentadeel dat er tegenaan ligt (de cervical star).

Afb. 15: Deze waterblaas is over een groot gedeelte bedekt met beige gekleurde pus. De merrie heeft verworpen vanwege een placentitis

De placenta laat veel zien over problemen die aanwezig zijn (geweest)

Omdat de placenta het veulen tijdens de gehele ontwikkeling van het veulen in de baarmoeder omringt en voorziet van alle behoeften, kunnen we aan de placenta veel zien over problemen die een rol gespeeld hebben of nog aanwezig zijn. Ontstekingen van de placenta (placentitis) hebben absoluut ook verspreiding van ziekteverwekkers naar de vrucht als gevolg. De ontstekingen van de placenta zijn praktisch altijd te zien bij een uitgebreide inspectie van de placenta. Als er ontstekingen aan de placenta te zien zijn moet het veulen (hoe gezond het er zelf ook uit ziet) absoluut behandeld worden.
Lees hier meer over de ontstekingen van de baarmoeder tijdens de dracht. 

Ook afwijkingen in kleur en gewicht van de vliezen, de vulling en het verloop van de bloedvaten kunnen verklaringen geven voor vroeggeboorten of abortussen. Bijzonder waardevol kunnen deze waarnemingen zijn voor (schijnbaar gezonde) levend geboren veulens. Als de pootjesblaas bijvoorbeeld verkleurd is door meconium heeft het veulen zeer waarschijnlijk zuurstofgebrek gehad tijdens of voor de geboorte. Zulke veulens krijgen zelf vaak pas na een halve dag zichtbare problemen.

Afb. 16: Een navelstreng die teveel gedraaid is

Ook de navelstreng vertelt een verhaal

Net als de andere delen van de placenta vertelt de navelstreng zijn verhaal over de dracht. Als de navelstreng te lang is heeft een normaal en gezond hart van een veulen onvoldoende pompkracht om de circulatie van de placenta genoeg te kunnen voorzien. De foetus krijgt dan onvoldoende voedingsstoffen en zuurstof en zal vroegtijdig sterven. Als de navelstreng te veel om zijn as gedraaid is, drukken de bloedvaten elkaar dicht en zal de circulatie eveneens stagneren. De bloedvaten in de pootjesblaas houden teveel bloed vast hetgeen te zien is bij de controle van de placenta. Het veulen zal ook dan overlijden.

Conclusie

De paardenplacenta is een bijzonder en uniek orgaan dat tijdens de dracht essentieel is voor het veulen. De placenta kan zorgen voor levensgevaar van de merrie als het na de geboorte niet snel genoeg uit de baarmoeder verwijdert. De verse placenta kan na de geboorte van zeer grote waarde zijn als hij uitgebreid geïnspecteerd wordt. Risicofactoren voor de merrie als fokdier en voor de gezondheid van het pasgeboren veulen kunnen hierdoor in beeld gebracht worden.

 

Auteur: Floor Bernard

Gerelateerde rubrieken

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo