Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Hoefbevangenheid | oorzaken en voeraanpassingen

Aangepast rantsoen hoefbevangenheid - pas op met gras

Met voeding kun je een aantal dingen doen: herhaling van hoefbevangenheid voorkomen, herstel van de hoef(ontsteking) bevorderen, de juiste hoeveelheid energie geven voor een correcte body conditiescore (bcs), bijdragen aan een optimale darmflora en het paard voorzien van alle noodzakelijke voedingsstoffen.

Voor het geven van een goed voeradvies voor paarden met hoefbevangenheid is het nodig om te weten wat de hoefbevangenheid veroorzaakt heeft. Hoefbevangenheid kan op verschillende manieren ontstaan. Een belangrijke schakel is insulineresistentie. Onderzoek laat zien dat dit in heel veel gevallen gerelateerd is aan hoefbevangenheid, als ook dat de oorzaken van de insulineresistentie verschillen. En zo begrijp je meteen dat er niet één ‘hoefbevangenheid dieet’ is.

In dit artikel lees je meer over de oorzaken van hoefbevangenheid,
hoe voeding hierop van invloed kan zijn en hoe een goed rantsoen kan helpen om herhaling te voorkomen:

Hoefbevangen welsh pony - hoefbevangenheid rantsoen

Pony met hoefbevangenheid

 

Oorzaken van hoefbevangenheid

 

Insulineresistentie (IR)

De bloedsuikerspiegel hoort binnen bepaalde grenswaarden te liggen. Een te lage bloedsuikerspiegel (hypoglycaemie) levert onvoldoende energie (glucose) aan weefsels die daarvan afhankelijk zijn, zoals de hersenen. Een te hoge bloedsuikerspiegel (hyperglycaemie) leidt tot vorming van bepaalde structuren die weefsels beschadigen (humaan: ogen en nieren) en leidt ook tot meer omzetting van glucose in vetten. Het lichaam reguleert de suikerhuishouding onder meer met twee hormonen; insuline en glucagon. Na het eten van suikers (en zetmeel) stijgt de bloedsuikerspiegel. Dit heeft tot gevolg dat cellen in de alvleesklier insuline vrijgeven. De hoeveelheid insuline in het bloed stijgt.

Insuline is de sleutel van het slot tussen de bloedbaan en de weefsels. Deze slotjes zitten op vele plaatsen in de bloedvaten en heten eigenlijk receptoren. Insuline past op de receptor en glucose kan passeren. Daalt het suikergehalte in het bloed, dan stopt de aanmaak van insuline. Bij hele lage suikerwaarden in het bloed kan glucagon reacties in gang zetten die zorgen voor extra glucose aanmaak in het lichaam.

Onder bepaalde omstandigheden past insuline niet goed op de receptor. Er is dan meer insuline nodig om uiteindelijk toch de glucosewaarde in het bloed te laten dalen. Dit heet insulineresistentie. Insulineresistentie is een situatie waarin het paard overmatig veel insuline aanmaakt na opname van glucose.

Terug naar overzicht

Relatie tussen insulineresistentie en hoefbevangenheid

Heeft het paard langere tijd insulineresistentie dan is de normale hoeveelheid insuline in het bloed ook hoger dan bij gezonde paarden, en als deze paarden suiker eten ontstaat er een zeer hoge insulinepiek. Insuline heeft meer effecten dan alleen het verlagen van de bloedsuikerspiegel. Zo zorgt insuline ook voor samentrekking van kleine bloedvaatjes. Belemmering van de bloedvoorziening leidt tot zuurstoftekort en kan een ontsteking tot gevolg hebben. In de hoef kan het samentrekken van bloedvaatjes leiden tot hoefbevangenheid.

Lees meer over insulineresistentie

Terug naar overzicht

Oorzaken van insulineresistentie

Soms is insulineresistentie een normaal verschijnsel. Bij grote wonden of ontstekingen bijvoorbeeld, maar ook:

  • In de laatste maanden van de dracht
    Het doel is dan om door een licht verhoogde glucosespiegel meer energie naar de placenta te krijgen om zo de groei van het veulen te bevorderen. Deze insulineresistentie is tijdelijk van aard, functioneel en gaat vanzelf voorbij.

Anders kan het zijn bij insulineresistentie als gevolg van obesitas of PPID:

  • Obesitas
    Een stijgende hoeveelheid vetweefsel heeft tot gevolg dat de doorbloeding in de vetmassa achterblijft. Door het zuurstoftekort ontstaan vervolgens kleine ontstekingen en daarmee een stijgen de ontstekingsfactoren (bepaalde stoffen). Vetweefsel zelf is ook een ‘orgaan’ dat stoffen produceert, waaronder dezelfde ontstekingstimulerende factoren. Door beide mechanismen stijgt het aandeel van deze ontstekingsfactoren in het bloed. Een van de effecten is een verminderde insulinegevoeligheid van de receptoren en dus insulineresistentie. Deze vorm van insulineresistentie is niet functioneel en chronisch van aard. Lees meer over insulineresistentie
  • PPID
    Hetzelfde geldt voor de insulineresistentie als gevolg van PPID. Door het wegvallen van aanmaak van hormonen in de hypofyse (hersenaanhangsel een klier) wordt de productie van corticosteroïden in de bijnieren niet meer onderdrukt. Veel corticosteroïden leiden tot insulineresistentie. Ook hier is sprake van een chronische situatie. Chronische insulineresistentie heeft een verhoging van de normale insulinegehalten in het bloed tot gevolg met zeer snelle stijging van insuline na het eten van suikers. Een paard met insulineresistentie heeft een groot risico op het verkrijgen van hoefbevangenheid. Lees meer over PPID
  • E.M.S.
    Equine Metabolic Syndrome (E.M.S.) is de naam voor een combinatie van obesitas, insulineresistentie en chronische hoefbevangenheid, waarbij obesitas niet altijd aanwezig hoeft te zijn. Vooral sobere rassen zijn hiervoor gevoelig aangezien deze paarden en pony’s een ‘spaarzaam’ gen bezitten, die zorgt voor extra opslag van energie. Lees meer over E.M.S. 

Er zijn dus ook paarden met een normaal gewicht die geen PPID hebben en toch insulineresistent zijn. Mogelijk zijn dit paarden die eerder langere tijd te dik zijn geweest en waarbij de insulineresistentie nier meer verdwijnt.

Een lichtpuntje: als je er tijdig bij bent kan de insulineresistentie verdwijnen. Door gewichtsverlies (i.g.v. obesitas) en behandeling (i.g.v. PPID) worden de factoren weggenomen die de insulineresistentie veroorzaken. Beweging stimuleert de gevoeligheid van de insulinereceptoren en is een goede preventieve maatregel om insulineresistentie te voorkomen en te verbeteren.

Terug naar overzicht

Testen op insulineresistentie

Het bepalen van insulineresistentie gebeurt met één of meerdere bloedonderzoeken, soms in combinatie met een voertest (‘glucose challenge’). Bij acute hoefbevangenheid heeft dit bloedonderzoek geen zin. Het paard kan door de acute ontsteking in de hoef insulineresistentie hebben. Ook bij een drachtige merrie is testen lastig, omdat er sprake kan zijn van de ‘normale’, tijdelijke insulineresistentie.

Terug naar overzicht

Andere oorzaken van hoefbevangenheid

Een andere oorzaak van hoefbevangenheid komt uit de opname van toxische stoffen uit de darmen of baarmoeder.

Darmflora

Bij een gezonde darmflora is er sprake van evenwicht tussen verschillende micro organismen. Elke soort groeit op een bepaald bestanddeel dat voorkomt in de darminhoud. Bacteriën die suiker, fructaan of zetmeel afbreken produceren melkzuur. Verzuring van de darminhoud is schadelijk voor andere bacteriën. Suikers en zetmeel worden normaal gesproken in de dunne darm afgebroken en komen dus bijna niet in de darmflora van de dikke darm terecht. Zo blijft de darmflora gezond. Fructaan verteert niet in de dunne darm, maar leidt pas tot problemen bij opname van vrij grote hoeveelheden. Bij opname van veel suiker en zetmeel of fructaan kan de verzuring in de dikke darm leiden tot het doodgaan van ‘goede’ bacteriën. Hierbij komen giftige stoffen vrij; endotoxinen. Een gezonde darmwand laat deze endotoxinen niet door naar het bloed. Door verzuring kan de afweer van de darmwand echter ook beschadigd zijn en komen endotoxinen in de bloedbaan. Deze endotoxinen zijn schadelijk en veroorzaken mogelijk direct hoefbevangenheid, en/of indirect via een het ontstaan van insulineresistentie.

Lees meer over voeding en vertering bij paarden

Terug naar overzicht

Overbelasting

Veel werken op een verharde ondergrond kan overmatige slijtage van de zool geven. Gecombineerd met de druk door de belasting kan dit leiden tot een ontsteking, die kan resulteren in hoefbevangenheid.

Wil je meer weten over de opbouw van de hoef?
Lees dan ook het artikel over de anatomie van de hoef en de hoefschoen

Terug naar overzicht

Nageboorte

Als na het veulenen de nageboorte niet snel genoeg verwijderd wordt gaat deze ontsteken. Dit wordt wel ‘aan de nageboorte blijven staan’ genoemd. De ontsteking zorgt voor giftige stoffen, die via de bloedbaan kunnen leiden tot hoefbevangenheid.

Lees meer over:
> geboorteproblemen bij paarden
> nageboorte (placenta) bij paarden

Terug naar overzicht

Acute en chronische hoefbevangenheid

In de acute fase (paard is ernstig kreupel en ziek) heeft het paard behandeling nodig tegen de pijn door de dierenarts, eventueel gecombineerd met behandeling van de hoeven door de hoefsmid en een rantsoen dat de kwaal niet verergert, maar het paard de juiste ondersteuning biedt.

Bij een ernstige ontsteking is het niet verstandig alle voedingsstoffen acuut weg te halen. Oftewel, geef een paard met hoefbevangenheid niet ineens helemaal geen voer meer. Het proces van genezing vraagt juist extra voedingsstoffen. Daarbij gaat het niet om veel energie, maar wel om voldoende eiwitten, mineralen en vitaminen. Omdat weidegang een oorzaak kan zijn van de hoefbevangenheid is het verstandig het paard uit de wei te halen, maar zet een paard nooit acuut op alleen “een plakje hooi en verder niets”, zoals sommige ‘deskundigen’ wel eens verkondigen.

Afhankelijk van de ernst en de duur van de hoefbevangenheid kan het paard wel of niet redelijk herstellen. Er blijft altijd een risico op herhaling. Niet volledig herstel wil zeggen dat het paard chronisch hoefbevangen is. Dit kunnen paarden zijn die leiden aan insulineresistentie, maar komt ook voor bij paarden met hoefbevangenheid als gevolg van een fermentatiestoornis, aan de nageboorte blijven staan, of overbelasting. Niet alle paarden hebben eerst een acute ernstige fase. Soms is de diagnose hoefbevangenheid moeilijker te stellen, omdat de symptomen minder duidelijk zijn. Dit komt met name voor bij paarden met insulineresistentie. Als de oorzaak van de insulineresistentie verdwijnt, daalt ook de kans op herhaling van hoefbevangenheid.

Lees meer over hoefbevangenheid

Terug naar overzicht

Gras informatie voor paarden met gevoeligheid voor hoefbevangenheid

Gras als oorzaak van hoefbevangenheid

Tijdens het weideseizoen komt hoefbevangenheid regelmatig voor. Dit heeft te maken met verschillende factoren; de wisselende suikergehalten in het gras, de verandering van rantsoen en het soms lage vezel/structuurgehalte van het gras. Vooral paarden met insulineresistentie lopen een risico bij weidegang.

Suikergehalten in gras

Onder invloed van zonlicht produceert gras (bladgroen) glucose (fotosynthese). Gedurende de dag neemt het suikergehalte in het gras toe en ’s nachts daalt dit weer, door omzetting in cel- en celwandbestanddelen (vezels voor de groei) en verbranding. Gras bevat normaal gesproken ’s ochtends dus lage suikerwaarden omdat de suiker ’s nachts is verwerkt. Maar is de temperatuur ’s nachts laag (lager dan 5 graden), dan daalt het suikergehalte niet of weinig. De suikers glucose, fructose en sucrose kunnen in de dunne darm verteerd en geabsorbeerd worden, wat leidt tot een stijging van de plasmaglucose- en insulinespiegels.

Terug naar overzicht

Fructaangehalte in gras

Glucose kan in het gras ook in fructaan worden omgezet als energievoorraad. Als het erg droog of koud is, bij een gebrek aan voedingsstoffen, bij betreding en bij kort afgrazen van het gras kan het fructaangehalte stijgen. Fructaan kan door de enzymen in de dunne darm niet worden afgebroken en fermenteert snel in de darmen, waarbij melkzuur vrijkomt. Dit kan dus tot hoefbevangenheid leiden. Er is gebleken dat hoefbevangenheid kan worden opgewekt door een hele hoge dosis fructaan (7,5 gram/kilo lichaamsgewicht) in een keer toe te dienen. Als teveel fructaanopname de oorzaak is van hoefbevangenheid, dan is het paard door de fermentatiestoornis duidelijk ziek. Fructaan komt overigens meer voor in de stengel en suiker meer in het blad.

Terug naar overzicht

Weidegang

Weidegang kan dus leiden tot hoefbevangenheid als gevolg van een abnormale insulinerespons op suikeropname (bij IR paarden) of als gevolg van een fermentatiestoornis. De fermentatiestoornis kan ontstaan door een hoog fructaangehalte in het gras, maar ook bij jong (voorjaars)gras met relatief weinig vezels en structuur. Het eiwitgehalte alleen is geen oorzaak van hoefbevangenheid, alhoewel dit lange tijd de gedachtegang is geweest. Wel kan overmatig eiwit in jong gras bijdragen aan een verstoring van de darmflora. Door de grote variatie in temperaturen in het voor- én najaar, de hoge groeisnelheid van het gras en door de lage vezelgehalten in die perioden is het beter geen weidegang te geven, zeker niet aan ‘gevoelige’ paarden.

Lees meer over: 
>  Weidegang voor je paard, lust of last
>  De gevaren van voorjaarsgras

Bespreek met je dierenarts wat in jouw situatie en voor jouw paard wel of niet mogelijk is qua weidegang.

Hoefbevangheid - aanpassing voeding paard

Terug naar overzicht

Ruwvoer en suikergehalten

Zoals gras een variatie in hoeveelheden suiker kan hebben kan ruwvoer dat natuurlijk ook. Over het algemeen is fijn en zacht ruwvoer rijker aan suiker dan grofstengelig ruwvoer. Maar de variatie is groot en zonder analyse is niets met zekerheid te zeggen. Een suikergehalte in ruwvoer van maximaal 10 % wordt veilig geacht. Grof hooi en grof kuilvoer hebben gemiddelde waarden van 5,5 – 8,0% suiker (op droge stof basis), gemiddeld hooi en kuilvoer 10% en fijn hooi en kuilvoer 10 – 12%.

Ruwvoer van onbemeste gebieden

Ruwvoer dat afkomstig is van gebieden die (langere tijd) niet zijn bemest heeft een groter risico op hoge suikerwaarden. Zonder voedingsstoffen kan het gras niet groeien en de geproduceerde suikers niet omzetten.

Ruwvoer van licht bemeste gebieden

Koop dus bij voorkeur hooi of kuilvoer van licht bemeste weiden (en dan bij voorkeur zelfs in de ochtend gemaaid). Lang doorgegroeid en ‘in de aar geschoten’, wat wil zeggen dat het heeft kunnen bloeien. Omdat kuilvoer voor paarden redelijk droog is (weinig verzuring) en ook van lang gras gemaakt kan zijn, zijn de suikergehalten vergelijkbaar met hooi.

Welk voer geef ik mijn paard - header

Lees meer over ruwvoer van onbemeste gebieden en de verschillen tussen hooi en kuil in mijn eerdere artikel hierover: ‘Keuzestress – Welk voer geef ik mijn paard?

Terug naar overzicht

Suikerarm ruwvoer?

Door ruwvoer in water te weken kan een (klein) deel van de suikers uitspoelen. Het nadeel is dat minimaal een half tot een heel uur weektijd nodig is (bij voorkeur in warm water), waardoor dit niet echt praktisch is. Na drie uur weken kan 30% van de suikers zijn verdwenen, maar andere voedingsstoffen, zoals eiwitten, mineralen en vitaminen, komen ook in het spoelwater terecht. De suiker spoelt makkelijker uit hooi met minder harde vezels. Moet een paard echt suikerarm hooi hebben, dan is analyse voor aankoop noodzakelijk (info op www.blgg.nl). Als je een partij kunt kopen om de winter mee door te komen, zijn de kosten van de analyse te overzien.

Terug naar overzicht

Voeding van paarden met hoefbevangenheid

Heb je een paard met hoefbevangenheid dan is het belangrijk om de voeding af te stemmen op wat het paard nodig heeft en ‘aankan’. De samenstelling van het rantsoen moet voldoen aan de voereisen van het paard. Deze voereisen kunnen nogal verschillend zijn, afhankelijk van de oorzaak van hoefbevangenheid. Een paard dat hoefbevangen is geraakt als gevolg van obesitas heeft een ander rantsoen nodig dan een hoefbevangen paard met PPID en vermagering. Om de juiste voerkeuze te maken moet eerst duidelijk zijn wat er aan de hand is en welke body conditiescore (bcs) het paard heeft.

Lees hier meer over: 
–  Body condition score (BCS) | Weet jij of je paard wel of niet te dik is?
In dit artikel legt ik je o.a. uit hoe de BCS in zijn werk gaat.
–  Gewicht bij paarden

 shetland pony - voeraanpassing pas op met weidegang

 

Hoefbevangenheid bij een paard met overgewicht

Hoefbevangenheid is hoogstwaarschijnlijk gerelateerd aan insulineresistentie (IR). Wanneer het paard IR ontwikkelt tijdens het proces van dikker worden is niet precies bekend. Niet elk te dik paard krijgt IR. Toch is het beter het paard te laten vermageren omdat vervetting ook andere nadelen kent (mindere prestaties). Vermageren is een proces dat een goed rantsoen vergt en veel geduld.

Rantsoen om te vermageren

Het rantsoen om te vermageren is beperkt in de hoeveelheid ruwvoer en bevat geen krachtvoer maar levert wel voldoende eiwitten, mineralen en vitaminen. Om het paard voldoende te laten kauwen moet het ruwvoer grofstengelig zijn. Grofstengelig ruwvoer is lager in energie (en suiker) dan fijner ruwvoer, dus kan het paard daar iets meer van krijgen. Je verdeelt het ruwvoer in minimaal 4 porties op een dag. Door deze maatregelen is de suikeropname laag en daarmee ook het risico op insulinestijgingen en herhaling van hoefbevangenheid.

Via de dierenarts is speciale dieetvoeding verkrijgbaar waarmee makkelijk een rantsoen is te maken zodat het paard wel vermagert, maar geen tekorten krijgt of spieren verliest.

Terug naar overzicht

Stappenplan

In overleg met de dierenarts stel je de juiste dosering vast en maak je een stappenplan:

Stap 1. Het paard mag geen weidegang krijgen. Pas later bij een meer gezond gewicht kan dit weer, uiteraard met mate.

Stap 2. Stel het rantsoen samen, kies de geschikte kwaliteit ruwvoer en maak een overgangstraject van twee à drie weken (uiteraard wel zonder weidegang). Plotseling op een dieet zetten is een risico. Sommige pony’s krijgen bij een acute negatieve energiebalans (nodig om vetten te verbranden en te vermageren) een ontregeling in de vetstofwisseling en maken massaal vet vrij uit het vetweefsel (hyperlipemie). Dit komt in het bloed terecht en geeft leververvetting. Grote kans dat de pony dat niet overleeft.

Stap 3. Het rantsoen levert een laag aandeel energie (op basis van het gewenste gewicht) en voldoende eiwitten en mineralen en vitaminen plus voldoende vezels en structuur om te voldoen aan de ‘kauwbehoefte’ van het paard.

Stap 4. Ga zodra het enigszins kan activiteiten doen met het paard om de beweging te stimuleren, natuurlijk afhankelijk van de ernst van de hoefbevangenheid. Ook al is echt werken niet aan de orde, alle inspanning is welkom. Dit stimuleert namelijk de gevoeligheid van de insulinereceptoren en vermindert de insuline resistentie.

Stap 5. Wees geduldig. Vermageren kost veel tijd en het duurt zeker lang als het paard niet door beweging extra energie kan verbranden. De tijd die nodig is hangt natuurlijk af van de mate van overgewicht, maar denk aan minstens 3 tot 6 maanden. Vandaar dat het rantsoen echt alle essentiële voedingsstoffen moet bevatten. Bij langdurige tekorten krijgt het paard risico op andere problemen door een weerstandsvermindering.

Stap 6. De verandering die je ziet of voelt bij de bepaling van de body condition score kan tegenvallen. Dit score systeem beoordeelt de dikte van de onderhuidse vetlaag. Verbrandt het paard vet uit zijn buik, wat een veel grotere, maar niet goed zichtbare hoeveelheid is, dan lijkt er niets te gebeuren. Toch volhouden. Bij twijfel het rantsoen laten nakijken of de hoeveelheid energie voldoende laag is.

Stap 7. Heeft het paard zijn ideale conditie en gewicht bereikt, pas het rantsoen dan aan om verder afvallen te voorkomen. Maar verval niet in oude gewoonten en zorg dat het paard niet weer gaat aankomen. Na de vermageringskuur is de insulineresistentie waarschijnlijk over. Door dit te laten bepalen weet je ook of je wel of niet extra voorzichtig moet zijn met het suikergehalte (of weidegang) in het nieuwe rantsoen.

pony met graasmasker - hoefbevangenheid rantsoen

Zijn de hoefbevangenheid en het gewicht weer onder controle (en de IR verdwenen), dan wil je de pony wel de geneugten van weidegang geven, maar geen herhaling van deze ellende. Een graasmasker kan dan een goed hulpmiddel zijn. De weidegang blijft desondanks beperkt tot enkele uren per dag!

Terug naar overzicht

Hoefbevangenheid bij een te mager paard

In de meeste gevallen zijn te magere paarden al op leeftijd. Het paard kan leiden aan insulineresistentie, veroorzaakt door PPID, of dit hebben overgehouden van eerdere fasen in het leven met overgewicht. Is er geen sprake van insulineresistentie dan kan de hoefbevangenheid veroorzaakt zijn door een fermentatiestoornis. Vaak is er dan ook sprake van slecht verteerde mest, diarree of koliek. Laat het paard door de dierenarts onderzoeken en testen.

Lees meer over: Diarree bij paarden | Koliek

Terug naar overzicht

Rantsoen bij een minder goede vertering

Oudere paarden kunnen het voer niet goed kauwen en vermalen. Ze verteren het minder goed en nemen minder energie op. Daardoor vermageren ze. Insulineresistentie kan ondanks vermagering leiden tot vetafzettingen. Vaak in de nek, maar soms ook op andere gebieden (zogenaamde ‘vetkwaddels’). De minder goede voervertering kan ook leiden tot een verstoring van de darmflora, met opname van endotoxinen tot gevolg.
Het rantsoen moet dus aan meerdere eisen voldoen zoals:

  • De verteerbaarheid moet hoog zijn, ook als het paard er weinig op kan kauwen.
  • Daarnaast moet het rantsoen wel voldoende vezels bevatten voor een gezonde darmflora.
  • Het rantsoen mag niet teveel zetmeel en suikers (of fructanen) bevatten.
  • Natuurlijk levert het rantsoen ook essentiële aminozuren, mineralen en vitaminen.

Heeft het paard PPID dan kan behandeling de insulineresistentie verminderen. Dan is er slechts tijdelijk behoefte aan een rantsoen met lage zetmeel- en suikerwaarden. Is er sprake van een permanente insulineresistentie, dan moet het rantsoen altijd suikerarm blijven.

Heeft het paard een fermentatiestoornis dan zal aanpassing van het rantsoen met goed verteerbare voedermiddelen, rustig afbreekbare vezels en een levende gistcultuur dit kunnen verbeteren. Extreem lage suikergehalten zijn dan niet noodzakelijk. Gebruik fijn en zacht hooi omdat dit beter verteerbaar is. Is suikerrestrictie wel nodig, laat het hooi dan analyseren en/of week het in water. Juist fijn hooi kan suikerrijk zijn (!). Verdeel het in kleinere porties over de dag om de suikeropname per keer te beperken. Geef daarnaast een vetrijk (>8% ruw vet) en zetmeel- en suikerarm voer (<20-25% Z&S), gemaakt met ingrediënten met een hoge verteerbaarheid, zoals een seniorvoer. Verdeel het voer ook in kleine porties over de dag.

Gras is bij insulineresistentie een risico, maar voor de energieopname en de verteerbaarheid juist gunstig. Als de IR vermindert, kan weidegang weer terug in het rantsoen komen. Kies wel veilige momenten: in de ochtenduren, niet in het voor- of najaar en niet tijdens perioden van extreme droogte.

Terug naar overzicht

Hoefbevangenheid bij een paard in een goede conditie

De oorzaak van hoefbevangenheid bij een paard in goede conditie kan insulineresistentie zijn als gevolg van E.M.S. zonder obesitas of het gevolg van beginnende PPID. Natuurlijk zijn overbelasting, een fermentatiestoornis en een andere ontsteking ook mogelijk als oorzaak.

Rantsoen

Omdat het paard niet te mager is, is grofstengelig ruwvoer een goede keus. Dit bevat gemiddeld ook weinig suiker en kan het volledige rantsoen vormen, als er maar een aanvulling met mineralen en vitaminen wordt gegeven. De hoeveelheid grofstengelig ruwvoer moet minimaal 1 kilo droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht zijn, maar als volledig voer zal dit meer ongeveer anderhalf keer zoveel zijn. Is IR echt aan de orde en is het suikergehalte onbekend, dan is weken in water wel aan te raden. Ook grofstengelig ruwvoer kan suikergehalten van meer dan 10% bevatten.

Terug naar overzicht

Conclusie

Hoefbevangenheid is een aandoening die geen eigenaar bij zijn paard wenst. Als een paard eenmaal hoefbevangenheid heeft gehad is er altijd de kans op herhaling. Wanneer de oorzaak bekend is en je in beeld hebt of je paard nog andere aandoeningen heeft die verband kunnen houden met hoefbevangenheid kun je het rantsoen zodanig aanpassen dat de kans op herhaling beperkt wordt.

Het rantsoen moet daarbij afgestemd worden op de behoeften en mogelijkheden van het paard. Dit is maatwerk. Schakel daarom altijd je dierenarts in om een goede diagnose te stellen, het paard voor de hoefbevangenheid te behandelen en samen een passend dieet samen te stellen.

Terug naar overzicht

Auteur: Anneke Hallenbeek

 

Gerelateerde artikelen:

Weidegang voor je paard, lust of lastKeuzestress: welk voer geef ik mijn paard? | Voeding paard: voerwijzer voor paarden | Voeding van de drachtige merrie | Gewicht bij paarden | PPID | Hoefbevangenheid | Insulineresistentie en Equine Metabool Syndroom | De gevaren van voorjaarsgras | Weidegevaren | Hoefproblemen Anatomie van hoefschoen en lederhuid

Lees ook meer in:

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/hoefbevangenheid-oorzaken-en-voeraanpassingen/