Hoe gezond is jouw paard? > Leer er alles over op Horse Health Today, een fonkelnieuw online event! > Meer info
Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp

In het najaar zal voor veel paarden het weideseizoen weer afgelopen zijn. Dat betekent dat de paarden toe zijn aan hun laatste mestonderzoek van het jaar en de ‘uitgebreide wormenkuur’ (in het najaar/late herfst).

Ontwormen doen we tegenwoordig doorgaans selectief: op basis van mestonderzoek, als we wormeitjes in de mest vinden. Behalve in het najaar. Hoe zit het met deze ‘uitgebreide ontworming’ in het najaar?

Met mestonderzoek monitoren we met name de kleine strongyliden (Cyathostominae; ook wel rode bloedworm), de grote strongyliden (Strongylus vulgaris) en de spoelworm (Parascaris equorum). Wanneer de temperatuur daalt in het najaar en de koude wintermaanden aanbreken maken de kleine strongyliden (de meest voorkomende wormen) doorgaans geen eitjes meer aan en gaan in ‘rust’. Het mestonderzoek kan in het najaar dan ook een negatieve uitslag geven. Daarbij zijn de lintworm en de horzellarve (in de volksmond ook wel ‘maaglarve’ genoemd) doorgaans niet met regulier mestonderzoek vindbaar. Paarden moeten dan ook tenminste een keer per jaar (veelal) in de late herfst/het najaar ‘strategisch’ ontwormd worden.

Met het juiste weidemanagement kan het zo zijn dat volwassen paarden soms jaren lang geen eitjes in de mest laten zien.

Belang van goed weidemanagement, mestonderzoek en ontwormen

Mestonderzoek is onmisbaar voor het gezond houden van je paard. Tijdens het weideseizoen wordt met behulp van mestonderzoek in de gaten gehouden welke wormen het paard bij zich draagt en of dat er te veel zijn of niet. Door o.a. aan de hand van mestonderzoek ‘selectief’ te ontwormen probeer je te voorkomen dat paarden ziek zullen worden én de resistentie van wormen in toom te houden.

Naast de uitslag van het mestonderzoek houdt de dierenarts ook rekening met de leeftijd en gezondheid van het paard, hoe het paard gehouden wordt en het weidemanagement. Het weiland is namelijk de belangrijkste besmettingsbron voor wormen bij paarden. Wanneer het weiland niet goed schoon gehouden wordt, kan het aantal wormeitjes en -larven op het gras toenemen, waardoor het risico op een worminfectie met nadelige gevolgen voor je paard groter wordt. Blijkt uit mestonderzoek dat je paard te veel wormen heeft dan kan het verstandig zijn om ook het weidemanagement onder de loep te nemen. Voorkomen is beter dan genezen!

Lees meer over:
Mestonderzoek

Paarden zullen altijd een bepaald aantal wormen met zich meedragen zonder dat het paard hier ziek van wordt.

Een paard zal nooit helemaal vrij zijn van wormen en dat hoeft ook niet. Het is daarentegen wél belangrijk dat dit er niet zo veel worden dat het paard hier ziek van wordt. Door op het juiste moment mestonderzoek te doen kan je dierenarts hier inzicht in krijgen.

 

Tijdens het weideseizoen wordt met behulp van het mestonderzoek met name gelet op de volgende wormen:

  • kleine strongyliden  (Cyathostominae), ook wel rode bloedworm genoemd
  • grote strongyliden  (Strongylus vulgaris)
  • spoelwormen  (Parascaris equorum)
Paardenarts.nl - ontwormen in het najaar4
Je dierenarts zal bij het ontwormen van je paard altijd een passend middel kiezen. Niet ieder middel is namelijk werkzaam tegen elke worm en de aanpak per paard verschilt! Zo kan het zijn dat paarden jonger dan 3 jaar, drachtige merries, maar ook nieuwe paarden bijvoorbeeld weer een andere behandeling krijgen.

Ontwormingsmiddelen die werkzaam zijn tegen de lintworm (praziquantel) zijn alleen in combinatie met ivermectine of moxidectine te verkrijgen, daarom wordt deze wormenkuur doorgaans de ‘uitgebreide wormenkuur’ genoemd.

-Vanwege de wetgeving op dergelijke geregistreerde middelen, kunnen merknamen niet genoemd worden en spreken we steeds alleen over de werkzame stoffen.

De 'uitgebreide wormenkuur' in het najaar

Behalve bovengenoemde wormen zijn er ook parasieten die we doorgaans niet met regulier mestonderzoek vinden kunnen. Het gaat hierbij om de lintworm (Anoplocephala perfoliata) en de horzellarve (Gasterophilus spp.). Het is gebleken dat paarden met lintwormen een groter risico op koliek lopen. De horzellarve graaft zich in de maagwand in, wat ontsteking van het maagslijmvlies veroorzaakt. Omdat het mestonderzoek hier dus niet bij ondersteunt kan eenmaal per jaar ‘blind’ (strategisch) tegen deze parasieten ontwormd worden. Gelet op de cycli van deze parasieten wordt dit meestal in het najaar gedaan, wanneer het weideseizoen afgelopen is.

Waarom moet er aan het einde van het weideseizoen dan alsnog eerst mestonderzoek gedaan worden?

In het najaar en tijdens de koude wintermaanden produceren wormen doorgaans geen eitjes meer. Als er geen eitjes in de mest gevonden worden betekent dat dus niet dat er geen wormen in je paard aanwezig zijn. Om te weten waar je in de winter en het vroege voorjaar aan toe bent moet het laatste mestonderzoek dus rond het einde van het weideseizoen uitgevoerd worden voordat de buitentemperatuur te veel daalt. Dit moment bepaal je samen met je dierenarts. Doorgaans is dit in september.

Risico op ‘winter-cyathostominose’

Rode bloedwormen (kleine strongyliden, Cyasthostominae); kunnen in de wintermaanden een groot gevaar vormen voor je (jonge) paard. Wanneer de buitentemperatuur in het najaar daalt kapselt het merendeel van de rode bloedwormen zich in in het slijmvlies van de darmwand om hier in ‘rust’ te gaan. Wanneer de wormen weer actief worden – dit gebeurt meestal laat in de winter of vroeg in het voorjaar- breken ze door het darmslijmvlies heen naar buiten.

Schematische weergave van de levenscyclus van de kleine strongyliden (rode bloedwormen, Cyasthostominae)

Wanneer dit er heel veel tegelijk zijn worden de darmen als een soort zeef lek geprikt. Het massaal vrijkomen van een groot aantal van deze larven veroorzaakt een ernstige ziekte: acute larvale cyathostominose. De schade die hierbij ontstaat zorgt voor een grootschalige ontstekingsreactie. Door de ontsteking krijgt het paard diarree waardoor het paard snel uitgedroogd kan raken. Door de diarree verliest het paard ook gezonde bacteriën uit de darmen die het paard nodig heeft om te overleven. Slechte bacteriën, zoals de Salmonella bacterie, krijgen hierdoor vrij spel, waardoor het paard nog zieker wordt. Ook zand kan aan de ontsteking bijdragen, doordat zand de darmen open schuurt. Als er niet snel ingegrepen wordt zal het paard met een acute larvale cyathostominose binnen zeer korte tijd in een levensbedreigende situatie terecht komen.

De kleine strongyliden die soms worden waargenomen in mest kunnen 0,5 tot 2,5 cm lang zijn, dun en wit of roodkleurig. Vandaar de naam ‘bloedwormen’.

Deze situatie wordt in de volksmond ‘winter-cyathostominose’ genoemd. Er bestaan veel gradaties, van slappe mest en/of slecht presteren (milde vorm) tot waterige diarree met koorts en niet willen eten (ernstige vorm). Dit is afhankelijk van hoeveel wormen het paard in zijn darmen draagt en of er andere factoren zijn die de situatie verergeren (zoals Salmonella, zand of een andere ziekte). Volwassen paarden die een goed werkend immuun systeem hebben lijken hier minder gevoelig voor te zijn dan jonge paarden.

Door tijdens het weideseizoen op tijd mestonderzoek te doen en indien nodig te ontwormen, je weidemanagement goed te doen en in het laatste deel van het jaar in overleg met je dierenarts (strategisch) te ontwormen kun je het risico op winter-cyathostominose verkleinen.

Strategisch ontwormen in het najaar: met welke middelen?

In verband met resistentie ontwikkeling van wormen tegen bestaande middelen zal je dierenarts de keuze voor een ontwormingsmiddel afstemmen op de situatie van het paard en alleen wanneer dat echt nodig is. Ivermectine en moxidectine zijn beide effectief tegen rode bloedwormen. Echter is alleen moxidectine effectief gebleken in situaties waarin de rode bloedworm in het darmslijmvlies is ingenesteld. Let op bij veulens; niet alle ontwormingsmiddelen zijn geschikt voor veulens jonger dan 4 maanden. Nogmaals, je dierenarts bepaalt de keuze voor het juiste middel.

Strategie & belangrijke tips

In dit artikel staat algemene informatie beschreven. Omdat de beste strategie afhankelijk is van jouw paard en een aantal managementfactoren stel je samen met jouw dierenarts een plan op maat op.

Een aantal belangrijke tips:

  • Houd je tijdens het weideseizoen aan een goed weidemanagement. Heb je hier vragen over, overleg dan met je dierenarts.
  • Laat aan het begin, tijdens en aan het einde van het weideseizoen op tijd mestonderzoek doen. Bespreek met je dierenarts wat bij jouw paard de beste momenten hiervoor zijn.
  • Voorkom resistentie van wormen:
    • Ontworm je paard op basis van mestonderzoek en altijd in overleg met je dierenarts met het juiste middel.
    • Doseer je paard voldoende voor zijn gewicht.
    • Laat 2 weken na de ontworming nogmaals mestonderzoek doen om te controleren of het middel werkzaam is geweest.
  • Houd de gezondheid van je paard altijd goed in de gaten. Als een paard te veel wormen heeft is dit meestal niet direct aan de buitenkant te zien. Is dit wel het geval dan kunnen ook vage klachten, zoals een dof haarkleed of verminderd presteren, een aanwijzing zijn dat je paard last heeft van wormen of andere problemen. Neem bij twijfel dus altijd contact op met je dierenarts.
  • Voorkom zandophoping in de darmen van je paard.
  • Heb je een veulen? Jonge paarden zijn gevoeliger dan oudere paarden voor worminfecties van alle soorten wormen. Wormen kunnen bij veulens al ziekte veroorzaken voordat er eitjes in de mest gevonden kunnen worden. Bovendien zijn niet alle ontwormingsmiddelen geschikt voor veulens jonger dan 4 maanden. Daarnaast is het noodzakelijk om naast de normale ontworming ook specifiek tegen spoelwormen te ontwormen met een middel waar fenbendazole of pyrantel in zit. Overleg daarom altijd met je dierenarts wat de beste ontwormingsstrategie is.
  • Let goed op de houdbaarheidsdatum van ontwormingsmiddelen en lees de bijsluiter goed. Bij onjuist gebruik kan de werkzaamheid ervan dalen ondanks dat het product er nog hetzelfde uit ziet.

Bekijk de video over ontwormen

Wat doe jij preventief om een wormbesmetting bij je paard te voorkomen? In deze video vroegen wij dierenarts-specialist Marco de Bruijn (Dierenkliniek Wolvega) het hemd van het lijf over het het ontwormen van je paard.

.

FAQ / Veelgestelde vragen

# Wanneer ontwormen in het najaar? Wachten op de nachtvorst of niet?

Over het algemeen wordt aangeraden om in de late herfst te behandelen (bijv. november). Het beste schema voor ieder paard is natuurlijk afhankelijk van zijn situatie. Andere factoren zoals de weidegang, de buitentemperatuur, enz. spelen namelijk eveneens een rol. Het idee om te wachten op de eerste nachtvorst heeft te maken met de horzellarven. De paardenhorzel, die zorgt voor de besmetting, verdwijnt namelijk door de vorst. Vraag steeds advies aan je dierenarts voor het beste schema voor jouw paard.

# Moet ik mijn drachtige merrie ontwormen?

Aan het eind van de dracht is de natuurlijke immuniteit van de fokmerrie verminderd, zodat ze een belangrijke bron van uitscheiding van eitjes en daarmee van weidebesmetting kan worden. Om deze besmetting te helpen verminderen en de fokmerries in goede gezondheid te houden tijdens en na de dracht, is het belangrijk om ze regelmatig te ontwormen volgens hetzelfde schema als volwassen paarden. Een behandeling net voor het veulenen kan aangeraden zijn om vroegtijdige besmetting van het veulen te beperken. De meeste ontwormingsmiddelen kunnen bij drachtige of zogende merries worden gebruikt, maar raadpleeg steeds de bijsluiter en vraag altijd advies aan je dierenarts.

# Geldt het strategisch ontwormen ook voor hele jonge paarden?

Jonge dieren zijn meer vatbaar voor parasitaire besmettingen en zijn daarom een belangrijke bron van uitscheiding van eitjes. Ze worden steeds als hoge uitscheiders beschouwd. Tot de leeftijd van ongeveer 3 jaar wordt daarom aangeraden regelmatig te ontwormen (3 tot 4x per jaar) en niet enkel op basis van de EPG (aantal wormeitjes per gram mest). Ook hier met inbegrip van ten minste één keer, bij voorkeur in de late herfst, een behandeling actief tegen lintwormen, paardenhorzels en ingekapselde kleine strongyliden. Vraag altijd advies aan je dierenarts voor het juiste schema en de productkeuze.

# Welk ontwormmiddel wordt veelal in het najaar gebruikt?

Vanwege de wetgeving op dergelijke geregistreerde middelen, kunnen merknamen niet genoemd worden en spreken we steeds alleen over de werkzame stoffen. In het najaar ligt de focus met name op de lintwormen, horzellarven en de ingekapselde larven van de kleine bloedwormen (kleine strongyliden), die niet teruggevonden worden in het regulier mestonderzoek. Ontwormingsmiddelen die werkzaam zijn tegen de lintworm (praziquantel) zijn alleen in combinatie met ivermectine of moxidectine te verkrijgen. Echter is alleen moxidectine effectief tegen de larven van de rode bloedworm, die in het darmslijmvlies zijn ingenesteld. Je dierenarts bepaalt de keuze voor het juiste middel.

# Wanneer behandelen tegen lintwormen?

Het wordt doorgaans aanbevolen om ten minste één keer per jaar te behandelen tegen lintwormen. Aangezien de blootstelling aan lintwormen voornamelijk in de zomer plaatsvindt (mosmijten, de onmisbare tussengastheer in de levenscyclus van lintwormen, zijn aanwezig in de wei in de zomer), moet de behandeling bij voorkeur worden uitgevoerd in de late herfst. Indien een paard echter niet in de herfst werd behandeld, moet het in de lente worden behandeld voor het weideseizoen om besmetting van de weiden door lintwormeitjes te beperken.

Lees ook meer op:
www.ontwormen van paarden.nl 

Paardenarts.nl kan niet ingaan op (individuele) gezondheidsvragen. Raadpleeg hiervoor altijd je eigen / een dierenarts.