Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Help, mijn paard is te dik! Hoe krijg ik hem weer gezond? | Vermageringsdieet voor paarden

paardenarts-nl-paardenvoeding-vermageringsdieet-voor-paarden-header

Meestal gebeurt het niet zomaar, en toch heb je ineens in de gaten dat je paard te dik is. Heel geleidelijk aan is het vetlaagje toegenomen en heeft je paard steeds rondere vormen gekregen. Ronde vormen vinden we vaak mooi, bespiering kan tenslotte ook voor rondere vormen zorgen, maar als je wat kritischer op verschillende locaties de vetbedekking voelt, moet je toch bekennen dat het vetlaagje onder de huid stiekem wel een paar centimeter dik is geworden. Ai, wat nu?!

Einde zomer / begin herfst is het moment dat de meeste paarden weer meer op stal staan en je meer controle hebt over de voeropname dan als ze in de wei staan. Dit is dan ook het ideale moment om een vermageringsdieet voor je paard op te starten.

In dit artikel lees je meer over het vermageringsdieet voor paarden:

LEESTIPS
Dit betreft een meer verdiepend artikel, waarbij voorkennis van andere artikelen handig kan zijn. Lees bijvoorbeeld eerst (een van) de volgende artikelen met daarin de basis voor het voeren van paarden:
–  Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering
–  Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard?
–  Weidegang voor je paard: lust of last
–  Body condition score (BCS) | Weet jij of je paard wel of niet te dik is?

Terug naar overzicht

paardenarts-nl-paardenvoeding-paard-in-het-wild-vs-gehouden-paardenpaardenarts-nl-paardenvoeding-gehouden-paarden-vd-paarden-in-het-wild

Natuurlijke situatie paarden in het wild vs gehouden paarden

In de natuurlijke situatie eten de paarden in de zomer heel veel, hun body condition score (BCS) neemt ook toe, om vetreserves op te bouwen voor de winterperiode. In de winter neemt de BCS af omdat er minder voedsel is. ‘Onze’ paarden krijgen echter het hele jaar door genoeg gevoerd. Als ze meer krijgen dan ze nodig hebben leggen ze vetreserves aan, maar die worden in de winter niet aangesproken. Gevolg: de BCS van paarden neemt toe (paarden worden te dik). Natuurlijk speelt ras, training en gebruiksdoel van het paard daarbij een rol. Als het paard nog veel op de wei staat (veel gras eet) is afvallen onbegonnen werk.

Bonpard_Body_Condition_Score

Terug naar overzicht

Risico’s overgewicht bij paarden

Aan de hand van de body condition score (BCS) kun je bepalen of je paard een gezond gewicht heeft. Body condition score (BCS ) | Weet jij of je paard wel of niet te dik is? 

Doordat steeds meer paarden iets te dik zijn (BCS +1) is het algemene beeld van paarden veranderd. Veel mensen vinden een paard met een body condition score van +1 er gezond uitzien en beoordelen dat dus als een BCS van 0. Al is het paard inderdaad gezond, toch is het nooit zeker in hoeverre de mogelijke nadelige effecten van overgewicht al op de loer liggen. En de stap naar nog meer overgewicht is dan erg klein, want nog iets dikker lijkt bij een verkeerde inschatting dan nog maar BCS +1, terwijl het paard al een serieus risico loopt op een aandoening als hoefbevangenheid.

Overgewicht heeft verschillende nadelen, van slechtere prestaties tot insulineresistentie (IR) en hoefbevangenheid. Wanneer wat optreedt is niet precies bekend en dus lastig te voorspellen, maar het is belangrijk om je paard op een gezond gewicht te houden. Het vetpercentage bij een paard met BCS +1 is niet bij elk paard hetzelfde. Bij een vetpercentage van meer dan 20% spreekt men over obesitas. Bij pony’s met overgewicht en vergelijkbare BCS, kan de hoeveelheid lichaamsvet variëren van 13% tot 30,5% van het lichaamsgewicht. Ook heeft niet elk paard met BCS +2 insulineresistentie (IR).

bcs-artikel1x

Terug naar overzicht

Redenen om te kiezen voor een vermageringsdieet voor je paard

Het is helaas niet altijd duidelijk wat er zich precies afspeelt in de stofwisseling bij paarden met overgewicht. En met name wanneer. Wel weten we dat hoefbevangenheid het gevolg kan zijn. Ook is duidelijk dat overmatige vetophoping leidt tot een chronisch ontstekingsbeeld met insulineresistentie tot gevolg. Bij het ene paard gebeurt dit eerder dan bij het andere. Rasgevoeligheid speelt hierin ook een rol. Dit zijn goede redenen om je paard op een gezond gewicht te houden!

Wanneer is het belangrijk om te kiezen voor een vermageringsdieet voor je paard:

  • Insulineresistentie is de grote boosdoener als het om hoefbevangenheid gaat. Het is mogelijk IR met bloedonderzoek te bepalen. Dat zou een criterium kunnen zijn om te besluiten het paard op een vermageringsdieet te zetten. Maar als de uitslag in eerste instantie negatief is kan het toch zo zijn dat er een paar maanden later wél sprake is van insulineresistentie.
  • Een paard of pony met BCS+2 (obesitas) loopt een groot risico op hoefbevangenheid en moet sowieso op een vermageringsdieet gezet worden.

Lees meer over: 
–  Insulineresistentie (IR) en Equine Metabool Syndroom (EMS)
–  Hoefbevangenheid
–  Hoefbevangenheid: oorzaken en voeraanpassingen

Terug naar overzicht

Vermageringsdieet voor paarden

Een paard op een vermageringsdieet zetten wil niet zeggen dat je abrupt veel minder eten geeft totdat het juiste lichaamsgewicht bereikt is. Dat is zelfs vragen om problemen. Juist omdat het paard vanwege het gedrag en maagdarmstelsel ‘gemaakt’ is om continu te eten, heeft het nogal wat voeten in de aarde om op een veilige en gezonde manier de energieopname te verminderen. Meer over voeding en vertering bij paarden

Wat kan er mis gaan?

Ook al wordt het wel eens geadviseerd, het plotseling verminderen van de energieopname kan een groot probleem veroorzaken in de stofwisseling, en moet dus te allen tijde vermeden worden. Als er opeens een negatieve energiebalans ontstaat, wat gebeurt als je de hoeveelheid eten drastisch vermindert, moet het paard ergens energie vandaan halen. Uit het vetweefsel dus. Helaas gebeurt het wel eens, met name bij Shetlandpony’s, dat dit ontaard in een verstoring die leidt tot ‘vet in het bloed’ (hyperlipemie). Er wordt dan massaal vet vrijgemaakt, dat in de bloedbaan terecht komt. De lever vangt dit allemaal op, maar kan de aanvoer van vetzuren niet aan en het paard krijgt leververvetting. Deze situatie mag niet te lang duren, anders gaat de pony dood. Vandaar dat de verandering naar minder eten heel geleidelijk moet gebeuren en nooit van de ene op de andere dag.
Hyperlipemie bij paarden

Andere problemen die kunnen ontstaan door een verkeerd vermageringsdieet zijn koliek, maagzweren en stalondeugden, zeker als het rantsoen te weinig ruwvoer bevat. De ruwvoer voorziening moet weliswaar worden beperkt, maar er moet wel een minimale grens aangehouden worden. De darmbewegingen en de darmflora zijn immers sterk afhankelijk van de vezels uit het ruwvoer.

Lees meer over de werking van het verteringsstelsel in mijn eerdere artikel over:
Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering

Daarnaast moet het paard op ruwvoer veel kauwen en is het speeksel dat daarbij vrij komt belangrijk voor het neutraliseren van het maagzuur in de maag om zo maagzweren voorkomen. Heeft het paard te weinig te doen dan kan dit luchtzuigen, kribbebijten, weven of ander afwijkend gedrag veroorzaken.

Alleen beperkt ruwvoer geven is dus niet het ideale vermageringsdieet. De energie opname is dan wel laag, maar tegelijkertijd ontneem je het paard eiwitten, mineralen en vitaminen. Met als gevolg dat het paard spieren afbreekt om aan aminozuren (bouwstenen van eiwitten) te komen en de weerstand vermindert door een tekort aan voedingsstoffen. Dit is een ongewenste situatie. In de volgende alinea’s zal ik verder in gaan op deze onderwerpen.

Terug naar overzicht

Gezond vermageren

Energiebalans: voor een ideale BCS is de energie opname gelijk aan de energiebehoefte. Neem je meer energie op dan dat je verbruikt, dan wordt deze energie opgeslagen in het vetweefsel. We spreken van een positieve energiebalans. Minder energie opnemen en veel energie verbruiken leidt tot een zogenoemde negatieve energiebalans. Energie moet nu uit de (vet)reserves gehaald worden. Het bereiken en (tijdelijk) behouden van een (gecontroleerde) negatieve energiebalans is noodzakelijk als er teveel vetreserves zijn.  Uiteraard mag het energietekort niet al te veel zijn én moet het weer gecorrigeerd worden zodra het juiste gewicht bereikt is.In theorie is het dus vrij eenvoudig. Om vetweefsel te verbruiken moet het lichaam minder energie opnemen dan het nodig heeft. Het is helaas niet makkelijk om te beoordelen of er echt een negatieve energiebalans is bereikt, tenzij je de tijd neemt om te kijken of het paard gaat vermageren. Maar dat kan wel even duren.

Terug naar overzicht

Berekening energiebehoefte op basis van het gewicht

Met een berekening is het eenvoudiger te beoordelen. Je bepaalt de energiebehoefte van het paard en zorgt dat je daar met de energiewaarden van het voer onder blijft. De energiebehoefte van het paard is afhankelijk van het lichaamsgewicht.

paardenarts-nl-paardenvoeding-paard-op-een-weegschaal-anneke-hallebeek

Paard op een weegschaal

Om te zorgen dat je niet de verkeerde uitgangspositie neemt, bereken je de energiebehoefte niet op het huidige (over)gewicht, maar op het (geschatte) gewenste gewicht. Het gewenste gewicht is dus iets anders dan het huidige gewicht. Oftewel het paard op een weegschaal zetten of het paard meten met een meetlint is nu niet geschikt. Je moet een schatting maken op basis van schofthoogte, bouw en ras.

 

Gewicht bij paarden

Schofthoogte en gewicht
Het gewicht is grotendeels afhankelijk van de grootte van het paard en hangt sterk samen met de schofthoogte (stokmaat), zie tabel 1.

 

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-tabel-1-relatie-schofthoogte-en-gewicht

Weet je de schofthoogte, dan kun je het gewenste gewicht schatten. Natuurlijk zit daar variatie in, onder meer door de bouw en ras van het paard. Op basis van de schatting van het gewenste gewicht bereken je de energiebehoefte (EWpa) (tabel 2). Maar om het paard te laten vermageren is minder energie nodig (negatieve energiebalans). Uit onderzoek blijkt dat de beste resultaten worden verkregen als je een rantsoen geeft met 30-35% minder energie dan is berekend op het gewenste gewicht.  Dit is een redelijk groot verschil. Maar als je het verschil van inname en behoefte te klein maakt bestaat het risico dat je door verkeerde schattingen geen negatieve energiebalans bereikt. Het dieet heeft dan geen effect. En dat is jammer van alle moeite.

Voorbeeld
Paard van 1.65 m heeft BCS +2. Het gewenste gewicht is 600 kg.
De EWpa behoefte is 4,98 EWpa (rust). Het vermageringsrantsoen moet 35% minder EWpa bevatten, d.i. 3,24 EWpa.

In tabel 2 staat de energie nodig voor rust of voor licht werk voor verschillende lichaamsgewichten van paarden.  De energie in een vermageringsdieet moet dus 30-35% lager zijn. Vermageren is voor paarden die kunnen werken eerder een succes dan voor paarden die niet werken. De energiebehoefte stijgt aanzienlijk, het paard kan iets meer eten om toch in een negatieve energiebalans te blijven.

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-tabel-2-relatie-lichaamsgewicht-en-ewpa-voor-rust-en-licht-werk

(*)EWpa = energiewaarde paard. Dit is de in Nederland gebruikte maat voor energie voor de waardering van voedermiddelen en de behoefte van het paard. Het is een verhoudingsgetal gebaseerd op de netto energiewaarde van haver in kilojoule.

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-tabel-3-energie-van-ruwvoer-en-gras-bron-cvb-2012

Tabel 3: Gemiddelde energiegehalten van ruwvoer per kg droge stof en per kg vers product.

Terug naar overzicht

Hoeveel ruwvoer is nodig?

 

Ruwvoer is de basis van het vermageringsrantsoen. Onbeperkt ruwvoer levert altijd teveel energie, ook als het ruwvoer van een arme kwaliteit is.

Een paard kan per dag ongeveer 2% van zijn lichaamsgewicht aan droge stof ruwvoer opeten. Weidegang leidt soms tot een hogere droge stofopname. Dit heeft waarschijnlijk met de snelheid van verteren te maken. Hoe sneller het ruwvoer door de darmen passeert, en gras passeert snel, des te meer kan het paard eten.

Terug naar overzicht

Energie opname uit ruwvoer in verhouding tot de behoefte voor rust

Wil je een paard laten vermageren dan moet de energieopname lager zijn dan het verbruik. Om er zeker van te zijn dat er inderdaad sprake is van een negatieve energiebalans, wordt geadviseerd het rantsoen ongeveer 65-75% van de normale energiebehoefte te laten bevatten. Zie ook aangegeven als horizontale grijze strook in grafiek 1:

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-grafiek-1-ewpa-opname-met-ruwvoer-voor-rust

Grafiek 1: Energie opname (EWpa) in verhouding tot de behoefte voor rust, bij verschillende ruwvoer soorten en kwaliteiten. De kolommen in verschillende kleuren geven de variatie in hoeveelheid ruwvoer aan (1%, 1,25%, 1,50%, 2% van het lichaamsgewicht in droge stof). De horizontale brede band geeft ongeveer de gewenste hoeveelheid voor een vermageringsdieet aan.

 

Omdat het voor de gezondheid van het paard noodzakelijk is om voldoende ruwvoer te eten, moet het rantsoen minimaal 1% van het lichaamsgewicht aan droge stof ruwvoer bevatten. Omgerekend naar vers ruwvoer is dit voor hooi (droge stofgehalte 85%) 1,2 kg per 100 kg lichaamsgewicht en voor kuil (bijvoorbeeld 65% droge stof) 1,5 kg per 100 kg lichaamsgewicht. Uit grafiek 1 blijkt dan dat fijn hooi, matig kuil, fijne kuil en gras ook bij de minimale opname van 1% ruwvoer nog teveel energie leveren om je doel te bereiken. Kies voor de zekerheid grofstengelig ruwvoer. Dit vormt een goede basis om het rantsoen mee op te bouwen en zo voer je in ieder geval de minimale ruwvoeropname. Graszaadhooi is nog armer aan energie, maar dit is soms zo grof en arm dat het zeer traag fermenteert en een verstopping veroorzaakt, dus enige voorzichtigheid is geboden.

Voorbeeld
Een paard van 1.65 m met BCS +2 heeft een vermageringsrantsoen nodig dat 3,24 EWpa bevat. Dit komt neer op 6,75 kg vers hooi (5,9 kg ds hooi, dus net voldoende).

Terug naar overzicht

Energieopname uit ruwvoer in verhouding tot de behoefte voor licht werk

Het wordt eenvoudiger als het paard aan het werk wordt gezet. Om op gemiddeld licht werk uit te komen moet het paard dagelijks een uur werken waarvan ongeveer 30 minuten draf. Omdat de energiebehoefte stijgt kan het rantsoen uit meer ruwvoer bestaan en is eventueel een iets zachtere kwaliteit mogelijk. Maar van grofstengelig ruwvoer kun je meer kilogrammen geven, wat makkelijker is in het voermanagement voor het paard. Dit maakt het namelijk eenvoudiger om te lange perioden zonder eten te voorkomen.

De berekening van de benodigde hoeveelheid ruwvoer is gebaseerd op gemiddelde waarden van bepaalde kwaliteiten ruwvoer (tabel 3). De variatie in de energiegehalten binnen dezelfde kwaliteit ruwvoer is nog redelijk groot. Vandaar dat een ruwvoeranalyse bijna onmisbaar is om een vermageringsdieet op basis van een rantsoenberekening te maken. Heb je geen analyse van het ruwvoer, probeer dan een schatting te maken of schakel hulp in van een voerdeskundige (of dierenarts) om dit te doen.

Voor een gezond, niet te dik paard ligt de gewenste ruwvoer hoeveelheid wat hoger, eigenlijk zo veel mogelijk zonder dat hij te dik wordt. Probeer in ieder geval 1,25% van het lichaamsgewicht aan droge stof ruwvoer te geven. In hooi is dit bijna 1,5 kg vers product en in kuil (65% ds) is dit 1,9 kg vers product per 100 kg lichaamsgewicht per dag.

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-grafiek-2-ewpa-opname-met-ruwvoer-voor-licht-werk

Grafiek 2: Energieopname (EWpa) in verhouding tot de behoefte voor licht werk bij verschillende ruwvoer soorten en kwaliteiten. De kolommen in verschillende kleuren geven de variatie in hoeveelheid ruwvoer aan (1%, 1,25%, 1,50%, 2% van het lichaamsgewicht in droge stof). De horizontale brede band is ongeveer de gewenste hoeveelheid voor een vermageringsdieet.

Terug naar overzicht

Voer wegenpaardenarts-nl-paardenvoeding-voer-wegen-anneke-hallebeek

Om een paard minder energie te geven kun je in eerste instantie besluiten om van bijvoorbeeld onbeperkt naar beperkt voeren gaan. Wil je echter zekerheid en voorkomen dat je te weinig geeft, dan moet je ruwvoer wegen. Je kunt dit doen met een kofferweegschaal (unster) of door zelf op een gewone weegschaal te gaan staan, met en zonder ruwvoer.

Toelichting foto rechts:  Een digitale unster en een hooinet zijn onmisbare voorwerpen op stal. Je meet eenvoudig de hoeveelheid ruwvoer en voorkomt vergissingen en, in geval van een vermageringsdieet, teleurstellingen als het paard niet vermagert omdat je toch meer ruwvoer geeft dan je dacht. (Foto: Menke Steenbergen)

Het komt niet op de gram nauwkeurig en na een tijdje leer je vanzelf inschatten hoeveel je geeft en is het niet meer nodig om iedere keer te wegen. Voor een vermageringsdieet is het goed scherp te blijven en je eigen inschatting geregeld te controleren met een weegschaal.

Terug naar overzicht

Droge stof vs vers product

Bereken aan de hand van het gewenste gewicht van je paard hoeveel ruwvoer nodig is. In geval van een vermageringsdieet zal dit meestal 1% van het lichaamsgewicht zijn (bij veel werk en grof hooi mag dit wat hoger zijn; 1,25%). De omrekening van droge stof ruwvoer naar vers product is afhankelijk van het droge stofgehalte(ds) (zie tabel 4).

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-tabel-4-hoeveel-vers-ruwvoer-is-1-kg-ds-bij-verschillende-droge-stofgehalten

Als je een ruwvoer analyse laat maken weet je zeker hoeveel het droge stofgehalte is. Hooi heeft meestal een droge stofgehalte van 80-85%. Kuilvoer voor paarden varieert tussen de 60-80% droge stof. Krijgt een paard van 500 kilogram 5 kg droge stof hooi, dan is dat 6 kg vers hooi of 7 kg verse zeer droge kuil (700 g ds/kg). Verdeel het ruwvoer in ongeveer 4 porties over de dag. Meer over ruwvoer analyse:  ‘Keuzestress: welk voer geef in mijn paard? ‘

 

 

Terug naar overzicht

En dan de overige voedingsstoffen

Met een beperkt ruwvoer rantsoen krijgt je paard onvoldoende eiwit, mineralen en vitaminen binnen. Zeker op de lange termijn (en vermageren duurt lang!) is dit ongezond. Mineralen en vitaminen zijn eenvoudig met een supplement te geven. Hierin zit bijna geen energie. Om eiwit toe te voegen aan het rantsoen zal een ander voedermiddel nodig zijn. Er zijn wel supplementen met extra aminozuren, maar de hoeveelheid is veel te gering voor deze situatie. Luzerne is een eiwitrijk voedermiddel waarmee je een combinatie kunt maken, zodat én de energieopname laag blijft én het paard voldoende eiwit krijgt. De exacte combinatie moet passen bij de behoefte en dus bij het lichaamsgewicht van het paard (zie tabel 5).

paardenarts-nl-vermageringsdieet-paarden-tabel-5-voorbeeld-vermageringsdieet-door-anneke-hallebeek

Voorbeeld vermageringsdieet bestaande uit een combinatie van grof hooi plus luzerne voor paard van 500 kg in rust en met licht werk.

 

Andere eiwitrijke voedermiddelen zijn sojaschroot en grasbrok. Deze producten zijn niet altijd eenvoudig te krijgen. Sojaschroot is een restproduct van de extractie van olie uit sojabonen. In de rundveehouderij wordt het veel gebruikt als (eiwitrijk) aanvullend voer. Omdat het eiwitgehalte hoog is, heb je voor een paard van 500 kg op rust maar 200 gram per dag nodig, naast 5 kg droge stof grof hooi. Van grasbrok  heb je iets meer nodig voor dit paard, ongeveer 0,75 kg per dag.

 

Uiteraard zijn naast beide eiwitbronnen nog aanvullende supplementen nodig om het rantsoen compleet te maken.

Een goed samengesteld vermageringsdieet maken is een hele puzzel. Vraag je dierenarts naar speciaal dieetvoer, wat gemaakt is om met beperkt ruwvoer (volgens het voerschema) een compleet dieet te vormen, inclusief voldoende eiwit, mineralen en vitaminen. Dit is gemakkelijk en smakelijk en geeft de zekerheid dat het paard niets tekort komt.

 

Terug naar overzicht

Voermanagement

paardenarts-nl-paardenvoeding-slowfeeder-voerrek-over-het-hooi-anneke-hallebeek

Voerrek over het hooi

Het rantsoen bestaat dus uit:

  • een beperkte hoeveelheid ruwvoer;
  • wat aanvullend (eiwitrijk)voer;
  • en eventueel een supplement.

Dit is geen rantsoen waar het paard de hele dag zoet mee is. Om problemen te voorkomen in het gedrag, verdeel je het voer in porties over de dag. Laat de tijd tussen de voerbeurten niet langer zijn dan 6 uur. Het paard heeft een iets langere eettijd als je het ruwvoer uit een slowfeeder geeft. Een voerrek over het hooi of een dubbel hooinet maakt het eten lastiger en geeft het paard wat te doen. Beweging geven is gezond, versnelt de vermagering (verbetert de insulineresistentie!) en geeft ook afleiding. Samen in een paddock staan is leuker dan alleen. Ook mag je een beetje stro tussendoor geven om op te knabbelen.

Let op: geef geen stro als stalbedekking tijdens een vermageringsdieet. Als door honger of verveling teveel stro gegeten wordt, kan het paard verstoppingskoliek krijgen.

 

Stappenplan

 

1.  Verander geleidelijkpaardenarts-nl-paardenvoeding-vermageringsdieet-voermanagement-anneke-hallebeek

Verander geleidelijk, in ongeveer 2 weken, van het huidige voersysteem en voersamenstelling naar het nieuwe. Het totale traject zal 3-5 maanden gaan duren, dus zorg ervoor dat je systeem lang vol te houden is. Vandaar dat je dit het beste in het najaar kan starten.

  1. Weidegang is geen optie. De grasopname is zo moeilijk te bepalen dat het niet mogelijk is met zekerheid tot een lage energieopname te komen. Juist door het paard slechts een uurtje op de wei te zetten, creëer je een enorme “vraatzucht” en een ongezond hoge voeropname. Lees meer over weidegang in mijn artikel  ‘Weidegang: lust of last’.
  2. Door het rantsoen nu energiearm te maken en het paard echt te laten vermageren en door dit consequent vol te houden blijft de periode zo kort mogelijk.

2.  Controleer elke 4 weken de BCSpaardenarts-nl-paardenvoeding-vermageringsdieet-bcs-anneke-hallebeek

  1. Laat iemand anders die het paard niet vaak ziet de body condition score beoordelen (foto). Zelf zie je kleine veranderingen niet altijd.
  2. Staat het paard op het vermageringsdieet, dan is het fijn om te zien dat er daadwerkelijk wat gebeurt. In de eerste weken zie je vaak dat de buik dunner wordt. Dit is vooral het gevolg van wat minder ruwvoer. Het paard gaat vet verbranden om aan energie te komen. Als dit vet uit de buikholte wordt gehaald, waar ook een grote reserve zit, dan verdwijnt er nog niet veel vet onderhuids. De body condition score blijft gelijk. Dit kan nogal frustrerend zijn. Blijf toch het dieet volhouden.
  3. Laat voor de zekerheid nakijken of het rantsoen inderdaad een laag energiegehalte heeft. Na 6-8 weken worden de veranderingen meestal zichtbaar.

Lees meer over de BCS

 

3.  Geef beweging

Krijgt het paard geen extra beweging dan kan de vermageringsperiode vrij lang duren. Het paard kan zelfs de stofwisselingssnelheid wat vertragen zodat het vermageren min of meer stil komt te liggen. Zodra het mogelijk is om beweging te geven, zal de stofwisselingsnelheid verhogen. Dit is noodzakelijk voor een succesvolle vermageringsperiode. Al ga je maar wandelen; alle beweging is zinvol. Maar hoe meer, hoe beter. Wordt de beweging dagelijks intensiever, dan zou zelfs het rantsoen iets aangepast mogen worden om tekorten te voorkomen.

4.  Finish bereikt?

Pas dan het rantsoen weer aan. Is het doel bereikt en heeft het paard een gezonder gewicht, dan moet het rantsoen aangepast worden, anders kan het paard zelfs te dun worden. Je geeft tenslotte minder energie dan het paard voor zijn ideale gewicht nodig heeft. Blijf alert op de body condition score en blijf het paard beperkt voeren om terugval en herhaling van overgewicht te voorkomen.

Terug naar overzicht

Tot slot

Een paard weer op goed gewicht krijgen kan uiteraard op verschillende manieren. Feit is dat het zeker 3-4 maanden duurt (soms ook langer) om resultaat te boeken. Als je in die lange periode een verkeerd rantsoen geeft kan het paard daar klachten door krijgen. Een wat je noemt ‘van de regen in de drup’ situatie. Vandaar dat een goed doordacht plan vooraf veel ellende bespaart. Heeft het paard maar een beetje overgewicht dan zijn minder drastische maatregelen nodig. Je kan dan het krachtvoer vervangen door een mineralen-vitaminen supplement en het ruwvoer wat beperken. Of, en dat werkt het allerbeste, meer, vaker en intensiever trainen! Uiteindelijk komt het erop neer dat je de BCS elke 6 weken blijft controleren om zo excessen vóór te zijn en het paard zo goed mogelijk ondersteunt gezond te blijven.

Terug naar overzicht

Auteur: Dr. Anneke Hallebeek

 

Gerelateerd

Gewicht bij paarden | Voerwijzer voor paarden; voer en vertering bij paarden | Keuzestress, welk voer geef ik mijn paard | Body Condition Score (BCS), weet jij of je paard wel of niet te dik is? | Weidegang voor je paard: lust of last | Insulineresistentie en EMS | Hyperlipemie | Hoefbevangenheid bij paarden | Hoefbevangenheid: oorzaken en voeraanpassingen

Lees meer in rubriek:
paardenarts-nl-rubriek-paardenvoeding

 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/help-mijn-paard-is-te-dik-hoe-krijg-ik-hem-weer-gezond-vermageringsdieet-voor-paarden/