Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering

Voeding en vertering paard headerBij veel mensen met paarden is het houden en verzorgen van paarden met de paplepel ingegeven. Er komt heel wat bij kijken om alles voor elkaar te krijgen als je zelf paarden gaat houden. Keuze tussen stal, weidegang en/of paddock, wanneer en hoe vaak uitmesten, welke dekens, welk ruwvoer; hooi of voordroog (kuilvoer), mestopslag, welke soort krachtvoer en wel of geen extra supplementen, om maar wat zaken te noemen. Dit alles vergt een hele studie. Heb je dit wel van huis uit meegekregen, dan is het toch goed je kennis eens tegen het licht te houden en te beoordelen of voortschrijdende wetenschap en inzichten reden zijn je werkwijze bij te stellen.

Meer weten? Boektip:
Paardsignalen – www.paardsignalen.nl

Voeding is een van de belangrijke factoren om je paard gezond te houden. Niet alleen noodzakelijk om fysiek in leven te blijven, maar ook omdat het een onderdeel uitmaakt van het gedragspatroon van paarden. In de preventieve gezondheid speelt voeding een belangrijk rol. Niet alleen voor de directe voorziening van alle essentiële voedingsstoffen, maar ook voor het effect op de darmflora en daarmee op de weerstand.

Er is geen standaard recept waar je elk paard goed mee kan voeren, behalve de basisprincipes dan. Je moet dus zelf kennis opdoen over het wezen van het paard, het gedrag en de vertering om een gezond rantsoen te kunnen samenstellen.

Advertentie

 

In dit artikel lees je meer over de basis van voer en vertering voor paarden:

Het gedrag van paarden

Het gedrag van paarden

Een groep paarden in de wei laat het natuurlijke gedrag aardig zien. Zeker als het gaat om een groot stuk grond, met variatie aan vegetatie.

Natuurlijk gedrag

Paarden bewegen en paarden eten. Dat is wel zo’n beetje de dagbesteding. Ze zoeken naar lekker voedsel, eten voornamelijk gras en houden groepsgenoten goed in de gaten. Met hele kleine signalen communiceren ze met elkaar en weten zo wanneer er gevaar dreigt, maar mogelijk ook waar het beste eten te vinden is.

Een aantal zaken om rekening mee te houden als het gaat om het houden en voeren van paarden kan je uit het gedrag opmerken:

  • paarden eten min of meer continu
  • paarden eten voornamelijk vezelrijk voer
  • paarden lopen veel
  • paarden eten met het hoofd bij de grond
  • en paarden eten in een groep

Terug naar overzicht

Verschijnselen van stress

Als dieren onvoldoende hun eigen gedragspatroon kunnen uitoefenen, kan dit leiden tot stress. In hoeverre paarden stress ondervinden als één van deze zaken niet voorkomen in hun dagelijkse onderkomen en management is niet helemaal bekend. Maar van een aantal onderwerpen weten we wel dat dit negatief uitpakt. Wat je je goed moet realiseren is dat paarden een zeer groot adaptatievermogen hebben. Oftewel, ze passen zich makkelijk aan, ook aan een minder comfortabele situatie. Dit kan betekenen dat ook al is hun leefsituatie niet ideaal, ze ermee leren om te gaan. Maar het kan ook betekenen dat wij daardoor niet zien dat paarden zich bevinden in een situatie die niet geheel geschikt voor ze is. Omdat het ene paard hier beter toe in staat is dan het andere paard, zie je op een stal met veel paarden slechts enkele dieren verschijnselen vertonen van onvoldoende welzijn (in voeding of huisvesting of beweging). Deze verschijnselen kunnen terugkerende koliekklachten zijn, maagzweren of stalondeugden zoals weven, kribbebijten en luchtzuigen of meer subtiele signalen van ongemak.

Terug naar overzicht

Grenzen opzoeken: huisvesting en voeding

Paarden terugbrengen naar de natuur is geen optie. Paarden zijn gedomesticeerde dieren waar wij de verantwoordelijkheid voor hebben. Omdat wij de paarden gebruiken als huisdier, rijdier, lastdier of trekdier willen wij ze graag bij ons in de buurt hebben. Of dit een stal moet zijn van 4 x 4 meter of een weiland van 2 hectare is afhankelijk van onze situatie en mogelijkheden en van de acceptabele grens waarin het paard nog goed en gezond functioneert.

Wat voeding betreft zijn er wel een aantal duidelijke grenzen te stellen, die door middel van onderzoek aangeven of de gezondheid van het paard wel of geen schade ondervindt. Grenzen die je aan de voeding kunt stellen worden bepaald door de anatomie en fysiologie van het maagdarmkanaal van het paard en de minimale behoefte aan voedingsstoffen.

Terug naar overzicht

Het verteringsstelsel van een paard

Illustratie paard met maagdarmkanaal (door M. Felius) small

Illustratie paard met maagdarmkanaal (door: M. Felius)

Kauwen

Zonder goed gebit geen goede vertering. Paarden nemen voedsel op met lippen en tanden. Met de lippen selecteren ze wat ze wel en wat ze niet willen eten. Eenmaal in de mond vermalen de kiezen het voedsel, door een roterende beweging van de onderkaak.

Kauwbewegingen verkleinen het voedsel en stimuleren de speekselproductie. Beide functies zijn noodzakelijk voor een goede vertering. Vezels prikken in de wang en zetten aan tot kauwen. Een vezellengte van meer dan twee centimeter geeft prikkeling in de wang en stimuleert daarmee het kauwen. Paarden kauwen ongeveer 30 – 40 minuten op een kilo ruwvoer (hooi) en ongeveer 10 – 15 minuten op een kilo krachtvoer. Het tijdsverschil in kauwen zorgt voor een groot verschil in speekselproductie.

Terug naar overzicht

Speeksel
Per kilo ruwvoer produceert het paard ongeveer drie tot vijf liter speeksel terwijl een kilo krachtvoer slechts  één tot anderhalve liter speeksel oplevert. Vermenging met speeksel zorgt ervoor dat een voedselbrok gemakkelijk door de slokdarm glijdt en goed mengt met de maagsappen. Speeksel van paarden bevat geen zetmeelafbrekend enzym (amylase), en er is dus ook geen sprake van voorvertering van zetmeel.

Terug naar overzicht

Verteerbaarheid van voedsel
Kauwen zorgt wel voor een goede ontsluiting van het zetmeel, oftewel, de bereikbaarheid van het zetmeel door de enzymen in de dunne darm verbetert. Zetmeel zit verpakt in vezels en cellen, deze verpakking is bij het ene graan meer en sterker dan bij het andere graan. Dat zorgt voor een verschil in zetmeel verteerbaarheid tussen diverse graansoorten. Zo is het zetmeel van mais slecht verteerbaar, terwijl haver goed verteerbaar is in de dunne darm van het paard.

Terug naar overzicht

Verteringsklachten
Paarden die niet goed kauwen, zoals oudere paarden, maar ook paarden met voernijd, krijgen eerder verteringsklachten; maagzweren, koliek en slechte mest. Gevolg van het minder goed kauwen is dat het maagzuur in de maag minder gebufferd wordt door speeksel.

“Frequent eten van vezelrijk voer met weinig zetmeel en suikers leidt tot speekselproductie en werkt preventief tegen maagzweren. Daarom geldt de stelregel om paarden niet langer dan zes uur zonder eten te laten staan. Indien paarden beperkt worden in hun ruwvoer (vanwege overgewicht bijvoorbeeld), moet het voer wel goed over de dag verdeeld worden.”

Terug naar overzicht

De slokdarm

Na het doorslikken glijdt de voedselbrok door de slokdarm naar de maag. Onder aan de hals is dit te zien. Dit is normaal gesproken een probleemloos transport, maar als de brok vastloopt ontstaat er paniek. Soms komen voedseldelen terug uit de neus (door bijvoorbeeld slokdarmverstopping) en het paard kan angstig zijn en zweten. Een allesbehalve prettige aanblik. Hulp van de dierenarts is direct noodzakelijk, die met water de verstopping kan wegspoelen. Als complicatie kan door verslikking tijdens het weghalen van de verstopping een longontsteking ontstaan.

Droge bietenpulp, gemaaid gazongras of grasbrok zijn bekende voedermiddelen die een slokdarmverstopping veroorzaken. Maar een paard dat heel gulzig eet en onvoldoende kauwt kan ook een verstopping krijgen van andere voedermiddelen.

Twee maatregelen om snel eten te verminderen:

  • Leg grote ronde stenen in de voerbak, zo kan het paard het krachtvoer niet te snel eten.
  • Meng een paar handjes van ruwvoerstengels (zoals luzerne) door krachtvoer, dit dwingt het paard tot meer en langer kauwen.

Terug naar overzicht

rechter aanzicht buik paard (Hoofdafd.Vet. Anatomie en Fysiologie, Fac. Diergeneeskunde, UU)small

Illustratie rechter aanzicht buik paard (Hoofdafdeling Veterinaire Anatomie en Fysiologie, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht): 1: middenrif (doorsnede), 2: lever, 3: rechter nier, 4: dunne darm, 5: blinde darm, 6 en 7: dikke darm

linker aanzicht buik paard (Hoofdafd.Vet. Anatomie en Fysiologie, Fac. Diergeneeskunde, UU)small

Illustratie linker aanzicht buik paard (Hoofdafdeling Veterinaire Anatomie en Fysiologie, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht): 1: middenrif (doorsnede), 2: maag, 3: lever, 4: milt, 5, 7 en 8: dikke darm, 6: dunne darmslingeringen.

De maag

Het volume van de paardenmaag is klein in verhouding tot de rest van het maagdarmkanaal  (3% van het lichaamsgewicht). Het paard heeft geen behoefte aan een grote maag, omdat hij de hele dag kleine hapjes voer eet die zorgen voor een min of meer continue stroom voedsel door het maagdarmkanaal.

Terug naar overzicht

De functie van maagsappen, maagzuur en enzymen
De maag bestaat uit twee compartimenten (zie illustratie hieronder). In het bovenliggende deel (squameuze deel) is geen maagzuurproductie en is het slijmvlies ook niet bestand tegen maagzuur. Speeksel beschermt het slijmvlies in dit maagdeel omdat het een bufferend vermogen heeftDe-paardenmaag (illustratie Paardenarts.nl). Het onderliggende deel (glandulaire deel) van de maag heeft een ander type maagwand en is redelijk bestand tegen het zuur dat daar geproduceerd wordt. Langdurige blootstelling aan het maagzuur (dus zonder vermenging met voedselbrij) kan ook daar schade geven. De meeste maagzweren komen echter voor op de grens met het bovenste maagdeel. In de maag mengt het voedsel met de maagsappen, maagzuur en enzymen. Het zuur doodt bacteriën in het voedsel en activeert het enzym pepsine dat de grote structuren van de eiwitten verkleint. Een goede vermenging met maagsappen verbetert de vertering in de dunne darm. Een natte voedselbrij, door meer speeksel, mengt beter en sneller met de maagsappen. Krachtvoer kan zuur voor een deel neutraliseren (bufferen). Na een maaltijd van hooi wordt de voedselbrij in de maag zuurder dan na een maaltijd van krachtvoer.

“Behalve het soort voedermiddel is uiteraard ook de hoeveelheid belangrijk voor de mate van vermenging met de maagsappen. Geef een volwassen paard van 600 kilo daarom niet meer dan twee kilo krachtvoer per maaltijd.”

Terug naar overzicht

Maagzweren
De maag registreert de zuurtegraad van de voedselmassa en past de zuurproductie aan. Bij een minder goede menging met de maagsappen blijft de zuurtegraad te hoog waardoor de maag meer maagzuur produceert. Op lokaal niveau kan dit maagzuur het slijmvlies beschadigen en een maagzweer veroorzaken. Naast een te krachtvoerrijke voeding zijn andere factoren zoals stress, lange tijd vasten of onvoldoende ruwvoer oorzaken van maagzweren.   Lees hier meer over maagzweren

Terug naar overzicht

Scheuring van de maagwand
Zet krachtvoer en vooral bietenpulp altijd achter slot en grendel. Als een paard ontsnapt en de voerton vindt, zijn de gevolgen soms dramatisch. Krachtvoer en vooral bietenpulp, kan opzwellen. Omdat een paard niet kan braken, kan er een kritieke situatie ontstaan. De dierenarts kan proberen via een maagsonde de maag te legen, maar lukt dit niet dan bestaat het gevaar op scheuring van de maagwand, wat onherroepelijk de dood van het paard betekent.

Dit komt niet voor bij het eten van ruwvoer. De maag raakt namelijk niet overvuld van ruwvoer, omdat het paard daar langer op kauwt, het voer geleidelijker in de maag komt, geen zwellend vermogen heeft en eerder doorstroomt naar de dunne darm.

Terug naar overzicht

De dunne darm

De samenstelling van een voedermiddel bepaalt waar het in het maagdarmkanaal verteerd wordt. De vertering van bijvoorbeeld krachtvoer, granen en wortelen gebeurt voornamelijk in de dunne darm, terwijl ruwvoer in de dikke darm wordt afgebroken.

Het paard heeft een dunne darm van ca. 20 meter lang. Enzymen in de darm breken vet, eiwit, zetmeel en suikers in kleine stukjes die in het bloed kunnen worden opgenomen. Dunne darm enzymen breken geen vezels af. Doordat de darm bewegingen maakt (contracties), vermengt de voedselmassa zich met de vloeistoffen van de darm en dus met de enzymen. Vezels in de voeding, stress, maar ook fysieke beweging beïnvloeden de mate van darmbewegingen en dus van de vertering en van de doorstroming van voedsel.

Terug naar overzicht

Vertering in de dunne darm: vetten, zetmeel en eiwitten

  1. Vetten splitsen in vetzuren en glycerol en met behulp van gal uit de lever vormen zich kleine druppels die in water oplosbaar zijn en naar de darmwand gaan. De vetzuren uit deze druppels gaan door de darmwand het lichaam in. Het paard heeft geen galblaas, maar een continue stroom van galzouten naar de dunne darm. Vetzuren komen niet direct in het bloed, maar eerst in de lymfevloeistof. De lever speelt een belangrijke rol in de vetstofwisseling. Spieren kunnen vetzuren als brandstof gebruiken. Paarden verteren 70 tot 80% van het opgenomen vet in de dunne darm.
  2. Zetmeel en andere ‘makkelijk verteerbare koolhydraten’ splitsen tot enkelvoudige suikers, zoals glucose. Voor het afbreken van zetmeel is het enzym amylase nodig. Het paard kan in de alvleesklier een beperkte hoeveelheid amylase maken. En daarmee dus een beperkte hoeveelheid zetmeel verteren. Teveel zetmeel dat doorstroomt naar de dikke darm kan leiden tot stoornissen (zie aldaar). Vandaar dat een paard niet meer dan globaal twee gram zetmeel per kilo lichaamsgewicht per maaltijd mag hebben. Dit komt ongeveer overeen met maximaal twee kilo krachtvoer per keer.
  3. Eiwitten zijn complexe verbindingen van verschillende aminozuren, de essentiële bouwstenen in het lichaam. De dunne darm is belangrijk voor de eiwitvoorziening van het paard. Alleen in de dunne darm gaan aminozuren door de darmwand naar het bloed. De enzymen in de dunne darm ‘knippen’ eiwitten in kleine stukjes die kunnen worden opgenomen. Eiwitten of aminozuren die doorstromen naar de dikke darm zijn een voedingsbron voor de bacteriën, maar komen niet meer ten goede van het paard.

Terug naar overzicht

Verteerbaarheid van voeding in de dunne darm
Het soort voedermiddel en de hoeveelheid bepalen de verteerbaarheid in de dunne darm. Een deel van het voedsel stroomt onverteerd door naar de dikke darm. Maiszetmeel verteert minder snel in de dunne darm dan bijvoorbeeld haverzetmeel. Door mais te poffen verbetert de dunne darmverteerbaarheid aanzienlijk. Eiwit in verschillende voedermiddelen vertoont de grootste variatie in de dunne darmvertering. De dunne darm kan ± 25% van het eiwit uit hooi afbreken en ± 75% van het eiwit uit krachtvoer of granen. Ondanks de relatief lage vertering van eiwit uit hooi in de dunne darm kan dit voldoende zijn, uiteraard afhankelijk van de situatie en de eiwitbehoefte van het paard. Bij een relatief laag eiwitgehalte in het hooi (natuurhooi), kan een paard wel een aminozuurtekort krijgen, zeker als het een sportpaard is. De spieropbouw valt dan tegen.

Terug naar overzicht

De blinde en dikke darm

Bacteriën in de blinde en dikke darm produceren veel energie in de vorm van vluchtige vetzuren. Het paard kan deze energie goed gebruiken. De blinde darm is bij het paard erg groot en vult de hele rechterzijde van de buik. De blinde darm is een zakvormig orgaan waar het voer enige tijd verblijft, voordat het doorstroomt naar de dikke darm, die ook aanzienlijk van formaat is. De dikke darm zit vooral aan de linkerzijde van de buik (flank).

Terug naar overzicht

De afbraakfunctie van bacteriën (en andere micro-organismen), fermentatie
In beide darmdelen breken de bacteriën (en andere micro-organismen) vezels uit hooi en gras af. Dit proces heet fermentatie. Om te leven, te groeien en te vermeerderen gebruiken de bacteriën de onverteerde resten van het voer die via de dunne darm binnenkomen. Voor een groot deel bestaat dit uit vezels, maar ook onverteerde vetten, zetmeel en eiwitten stromen door naar de blinde darm. Tijdens de fermentatie komen vluchtige vetzuren vrij. Deze vluchtige vetzuren worden snel afgegeven aan het bloed en door het paard gebruikt als energiebron. De voedselmassa stroomt gestaag door naar de endeldarm en met de mest verdwijnen onverteerde voedseldelen en veel bacteriën. De fermentatie is een dynamisch proces. De mate en de snelheid van bacteriegroei zijn afhankelijk van het voedsel dat in de dikke darm terechtkomt en dus van het totale rantsoen. Indien de dunne darm het rantsoen grotendeels verteert is er weinig over voor de fermentatie. Hoe meer onverteerd voedsel in de dikke darm komt des te meer bacteriën daar kunnen groeien en energie voor het paard kunnen produceren.

Terug naar overzicht

Afbraak van vezels en melkzuurproductie
Het is echter wel belangrijk welke voedseldelen doorstromen. De voedselbestanddelen worden door verschillende bacteriën afgebroken. De afbraak van vezels uit stro of langstengelig hooi gaat vrij langzaam, terwijl de omzetting van zetmeel zeer snel verloopt. Melkzuur dat daarbij vrijkomt kan gebruikt worden door andere bacteriën, maar als die de melkzuurproductie niet aankunnen daalt de zuurtegraad in de darm. De vezelafbrekende bacteriën gaan dood in een zure omgeving.

Terug naar overzicht

Advertentie

Belangrijk: balans tussen verschillende bacteriën
Als de balans tussen de verschillende bacteriën verstoord raakt, kan dit leiden tot gasvorming en koliek. Bij een hele trage fermentatie, zoals bij stro, kan een verstopping in de dikke darm ook leiden tot koliek. Het doel is om een goede balans te vinden in de snelheid van fermentatie in de dikke darm voor het in standhouden van een gezonde darmflora. Een volle dikke darm waar veel bacteriën het voer rustig fermenteren raakt minder snel uit balans dan een dikke darm met weinig inhoud. Met weinig ruwvoer kan de balans makkelijker verstoord raken en zijn stress of kleine rantsoenveranderingen eerder reden voor het ontstaan van koliek. Voor een rustige fermentatie zijn vezels nodig van hooi of langstengelig droog kuilvoer.

Terug naar overzicht

De mest
De mest is uiteindelijk het eindproduct van de vertering. Bij een goede vertering produceert het paard afgeronde gladde mestballen zonder lange resten ruwvoer. Bij afwijkende mest moeten de samenstelling van het rantsoen en de gezondheid van het paard kritisch bekeken worden.

Terug naar overzicht

 

Voeding: rantsoenopbouw

Wegen pak hooi met unster

Een pak hooi wegen met een unster

Paarden kunnen volledig op ruwvoer leven. Geef ruwvoer zonder bederf en passend bij de behoefte van het paard. Omdat het ruwvoer vaak onvoldoende essentiële voedingsstoffen bevat, is een aanvulling met mineralen en vitaminen nodig. Door een ruwvoeranalyse te laten doen, weet je exact wat er mist en hoeveel je moet aanvullen. Als je teveel ruwvoer geeft kan het paard ook te dik worden. Regelmatig de lichaamsconditie objectief beoordelen is noodzakelijk om veranderingen te herkennen en het rantsoen (of mate van inspanning) bij te stellen. Wordt je paard te dik, geef dan minder ruwvoer. Maar geef nooit minder dan 1 kilo droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht (1,2 kilo vers hooi of 1,2 – 1,5 kilo voordroog/kuilvoer) per dag. Als je niet weet hoeveel je paard krijgt, weeg dan een paar dagen achter elkaar elke ruwvoer portie om een goed beeld van het gemiddelde te krijgen. Dit kan je doen met een unster (foto) en bijvoorbeeld een hooinet.

Terug naar overzicht

Kwaliteit van ruwvoer

Ruwvoer met een supplement is een prima rantsoen voor het gros van alle paarden. Hooi of voordroog kan van jong, middelmatig of ouder gras gemaakt zijn. Hoe ouder het gras, des te langer het is en des te meer hardere vezels het bevat. Een voordeel is dat paarden meer en langer op grofstengelig ruwvoer kauwen dan op fijn en zacht ruwvoer. De hoeveelheid energie en eiwit in grof ruwvoer is wel minder dan in jong en fijn ruwvoer. Maar voor de meeste paarden is dit meer dan genoeg om goed in conditie te blijven. Grofstengelig ruwvoer is de juiste keuze voor paarden die niet tot gemiddeld moeten werken. Moet het paard heel veel werken of is de vertering minder goed (door gebitsverandering bijvoorbeeld), kies dan een meer gemiddelde kwaliteit. Het fijne ruwvoer, dat zacht aanvoelt, is vooral geschikt voor fokmerries en hun veulens.

Terug naar overzicht

Weidegang en beweidingstijd

Weidegang is voor paarden de meest natuurlijke vorm van voeropname. Nu zijn de weilanden door de vruchtbare bodem in Nederland van een goede kwaliteit, waardoor de grasgroei zodanig is, dat menig paard vervet als het 24 uur op de wei verblijft. En dus maakt weidegang vaak een beperkt aantal uren per dag onderdeel uit van het rantsoen. Beperking van de gras opname kan ook door strookbegrazing of gebruik te maken van een graasmasker. Je kunt gebruik maken van de richtlijn, maar uiteindelijk is de conditie van het paard de graadmeter voor de beweidingstijd. Omdat het ene paard het andere niet is, zijn de richtlijnen hiervoor alleen een aanduiding. Want het scheelt nogal of het paard veel of weinig moet werken, of er veel of weinig gras staat, en of het gebit van het paard nog goed is.

Paarden grazen in kudde

Uitgaande van een gezond paard dat niet erg veel werk verricht en een weiland dat minimaal vijf centimeter lang gras bevat, levert ongeveer zeven uur weidegang voldoende energie en eiwit voor de hele dag. Ook in gras ontbreken voldoende spoorelementen, dus een supplement is ook hier nodig ter aanvulling. Geef je zeven uur aaneengesloten weidegang, dan resteert 17 uur zonder eten. Gezien de noodzaak tot frequent kauwen en speeksel maken en het risico op verveling, is dit niet het meest geschikte voerregime. Heeft het paard een hogere voerbehoefte dan kan de weidegang uiteraard meer worden. Ook hier geldt dat elke situatie anders is en een ieder een voerregime moet maken dat past bij de gezondheid van het paard en ook praktisch uitvoerbaar is.

Terug naar overzicht

Krachtvoer: aanvullend voer

Krachtvoer geef je als een paard meer energie en eiwit nodig heeft dan dat hij met ruwvoer kan opnemen. Soms wordt de ruwvoeropname bewust beperkt om daarnaast de mogelijkheid te hebben om krachtvoer te geven, zonder dat het paard te dik wordt. Dit geeft zekerheid omtrent de mineralen- en vitaminenopname. Voor sportpaarden kan krachtvoer een verhoging van het temperament geven, waardoor het paard gewilliger is en sneller reageert.

Krachtvoer is een aanvullend voer en meestal gebaseerd op granen en graanbijproducten als voornaamste ingrediënten. De energie in deze grondstoffen komt voor een groot aandeel uit zetmeel en suikers. Deze koolhydraten leveren glucose aan het paard. Energie die snel beschikbaar is of als reserve in de vorm van glycogeen kan worden opgeslagen. Krachtvoer is vooral geschikt voor paarden die een prestatie moeten leveren.

“Omdat de verteerbaarheid in de dunne darm van met name zetmeel beperkt is en doorstromend zetmeel in de dikke darm tot problemen kan leiden, is matigheid gewenst. Veel gezondheidsproblemen in de zin van koliek, mest veranderingen, maar ook maagzweren worden veroorzaakt doordat paarden teveel krachtvoer krijgen en te weinig ruwvoer.”

Terug naar overzicht

shetland pony gras eten - weidemanagementRichtlijnen

  • Geef elk paard minimaal (liever meer!) één kilo droge stof ruwvoer per 100 kilo lichaamsgewicht per dag. Dit is ongeveer 1,2 kilo vers hooi of 1,2 tot anderhalve kilo voordroog (afhankelijk van de vochtigheid).
  • Geef beperkte weidegang als het paard te dik wordt. Dit kan door strookbegrazing toe te passen of het paard aan een graasmasker te laten wennen. Voor veel paarden is zeven uur weidegang voldoende (of al te veel). Gras hoort tot de ruwvoeders en wordt dus meegeteld bij de minimale ruwvoer opname.
  • Leer een goede lichaamsconditiecontrole uit te voeren. En controleer je paard elke zes tot acht weken. Stel het rantsoen of de training bij als de conditie verandert. Zo voorkom je dat het paard te dik of te mager wordt.
  • Laat een paard niet langer dan zes uur zonder voer staan. Met vers, smakelijk stro in de stal mag dit wel langer zijn (acht uur), maar veel stro eten kan bij gevoelige paarden leiden tot verstoppingskoliek.
  • Bij geen krachtvoer in het rantsoen is een supplement nodig voor de aanvulling van mineralen en vitaminen. Doe dit bij voorkeur op basis van een analyse uitslag van het ruwvoer.
  • De dosering van krachtvoer is afhankelijk van de behoefte van het paard. Geef je een paard van 500-600 kilo minder dan twee tot drie kilo per dag, dan kan de mineralisering nog steeds onvoldoende zijn. Dit varieert per krachtvoer soort; vraag dit na bij de voerfabrikant, de voedingsspecialist of de dierenarts. Een ‘half schepje na het rijden’ mag natuurlijk als een soort beloning, maar bevat niet voldoende van alle essentiële voedingsstoffen.
  • Geef nooit meer kilogram krachtvoer dan ruwvoer.
  • Geef ruwvoer zonder bederf. Controleer elke dag de kwaliteit, zeker bij verpakt voordroog of kuilvoer. Door het pak te openen, verandert de conservering en kunnen schimmels gaan groeien. Kijk en ruik of het nog steeds fris is.

 

Auteur: Anneke Hallebeek

 

 

Gerelateerd

Advertentie

Keuzestress, welk voer geef ik mijn paard? | Weidegang voor je paard; lust of last? | De gevaren van voorjaarsgrasVoeding voor de drachtige merrie | Help mijn paard is te dik – Vermageringsdieet voor paardenGewicht bij paarden | Body Condition Score (BCS) | Koliek | Terugkerende koliek in relatie tot het rantsoenMaagzweren bij paarden | Hoefbevangenheid | Insuline Resistentie en E.M.S. | Hyperlipemie | PPID | Test om PPID bij paarden op te sporenHet paardengebit | Ouderdomsgebreken | Stalondeugden

 

 

Bekijk ook:

Rubriek Paardenvoeding | Rubriek ‘Het oudere paard’ | Tandheelkunde Kennisbank

 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/voeding-paard-voerwijzer-voor-paarden-voer-en-vertering/