Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 16 minuten

Veel tijd, moeite en geld gaat naar de drachtigheidsbegeleiding van de merrie, vooral in de beginfase; controle van de eierstokken, het bepalen van het inseminatiemoment, en controle van de eerste weken van de dracht. Daarna is het afwachten. Pas aan het einde van de dracht, als de buik echt dik en rond is, krijgt de merrie weer extra aandacht door haar wat meer voer te geven, haar in de grootste box te zetten en de weken af te tellen tot het waken kan beginnen. In al die tussenliggende maanden heeft het veulen zich ontwikkeld. De bouwstenen hiervoor krijgt het van de moeder. Veel van die moeders krijgen elk jaar een veulen. Tekorten in het rantsoen zorgen niet alleen voor een leegloop van alle reserves van de merrie en daarmee een daling van de (fok)prestaties en haar levensverwachting, maar ook voor beperkingen in de ontwikkeling van het veulen. Sterker nog, de sportprestaties van het veulen op volwassen leeftijd zijn direct gerelateerd aan de voeding van de moeder tijdens de dracht.

– Advertentie –

Toch krijgt de voeding van de drachtige merrie relatief maar weinig aandacht. Of, laat ik het anders zeggen, in veel gevallen worden drachtige merries niet goed gevoerd. Een gemiste kans. Door de merrie tijdens de dracht zo optimaal mogelijk te voeren zorg je voor een gezonde merrie en een goede biestkwaliteit met als resultaat een gezond veulen dat goed groeit. De eerste klap is een daalder waard. Groeiproblemen oplossen door het veulen meer krachtvoer te gaan geven, kunnen juist weer leiden tot andere klachten. Daarom nu de aandacht voor de voeding van de merrie!

Hoe bepaal je het juiste rantsoen voor een drachtige merrie?

Een drachtige merrie heeft meer voer nodig, maar mag niet te dik worden; hoe doe je dat?

Door altijd te voeren ‘op het oog’ probeer je de lichaamsconditie te controleren. ‘Op het oog’ is niet helemaal de juiste term. De controle van de conditie gebeurt namelijk altijd door te kijken én te voelen. Ook voordat de merrie drachtig wordt is deze controle nodig. Een sterk vermagerde of juist obese (met overgewicht) merrie wordt minder goed drachtig.

Voordat de merrie drachtig is

Het is ook niet verstandig om tijdens de periode van inseminatie of dekking het paard op een afslankdieet te zetten. Heeft je merrie de juiste conditie dan kan een beetje extra voer in deze periode gunstig zijn. Dat kun je bijvoorbeeld 4 weken voor de dekking inzetten en nog 4 weken daarna volhouden, maar moet tijdig stoppen om vervetting te voorkomen.

Tijdens de dracht

Is de merrie drachtig, dan is extra voer voorlopig niet nodig. Het is wel belangrijk om het rantsoen in balans te hebben. Dat wil zeggen: voldoende ruwvoer, genoeg eiwit en voedingsstoffen naar behoefte. Eerder schreef ik hier al over in mijn artikel Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering. In veel gevallen betekent dit een geschikte kwaliteit ruwvoer (zie ook mijn eerdere artikel ‘Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard’) en een supplement ter aanvulling. Als de merrie ingezet blijft worden voor het werk, dan kan een krachtvoer nodig zijn om genoeg energie te geven. Voer de merrie in deze periode nog geen superrijke kwaliteit ruwvoer of merriebrok. De kans is groot dat ze dan te dik wordt.

In de eerste maanden is er aan de buik nog niets te zien, hoewel merries die vaker een veulen gehad hebben en niet meer aan het werk worden gezet een soort ronde hangbuik krijgen, zeker met veel ruwvoer in het rantsoen. Vervetting beoordeel je niet in de flanken, maar door bijvoorbeeld naar de ribben te voelen. Ook bij een ronde ‘hangbuik’ kunnen de ribben nog goed voelbaar zijn en is het paard niet te dik.

Tijdens de dracht groeit het veulen eerst maar heel weinig, maar vanaf 7 à 8 maanden meer en meer. De merrie heeft een draagtijd van 11 maanden, maar pas in de laatste 4 maanden verandert hierdoor de behoefte aan voedingsstoffen. Hoe groter het veulen, hoe meer voedingsstoffen er nodig zijn. Natuurlijk verandert dan ook de buikomvang. Door de ruimte die het veulen in de buik inneemt vermindert de expansieruimte voor de darmen. Dit heeft ook gevolgen voor de gewenste kwaliteit en hoeveelheid ruwvoer.

Aandachtspunten voor het rantsoen tijdens de dracht

Lichamelijke conditie is leidend voor eventuele voeraanpassingen

1. Welke voeding heeft de drachtige merrie nodig en waarom?

Grafiek 1: Verandering in energie- (EWpa) en eiwitbehoefte (VREp) ten opzichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en melkproductie (lactatie; lac)

Energie en eiwit

Door de groei van het veulen heeft de merrie meer energie en eiwit nodig. In grafiek 1 is duidelijk te zien dat de verhouding in behoefte aan energie en eiwit verandert. Alleen meer energie geven binnen dezelfde voersamenstelling leidt tot een tekort aan eiwit. De merrie heeft in de loop van de dracht en zeker nadat het veulen is geboren een eiwitrijker voer nodig. Met de controle van de Body Condition Score (BCS) kun je de energieopname reguleren en controleren, maar dat zegt nog niet of de merrie ook voldoende eiwit krijgt. Krijgt de merrie tijdens de dracht te weinig eiwit, dan zal ze bepaalde eiwitten of aminozuren uit haar reserves opnemen (spierverlies!) om in de behoefte van het veulen te voorzien, of het veulen groeit minder hard dan zou kunnen. Beide effecten zijn in ieder geval niet wenselijk. Alleen het nakijken van het rantsoen op de juiste energie/eiwit verhouding geeft hierin uitsluitsel.

Grafiek 2: Verandering in mineralen (calcium (Ca), fosfor (P), magnesium (Mg) en natrium (Na) behoefte ten op zichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en melkproductie (lac – lactatie)

Mineralen

Natuurlijk heeft de merrie ook meer mineralen nodig tijdens dracht en lactatie, voor de groei van het veulen en de melkproductie. Calcium en fosfor zijn de belangrijkste mineralen voor de botgroei en daarvan zal het rantsoen vanaf 8 maanden dracht beduidend meer moeten bevatten. Met het geven van meer (ruw)voer krijgt de merrie ook meer van deze mineralen binnen. Of dit voldoende is hangt af van de hoeveelheid calcium en fosfor in de gebruikte voedermiddelen. Ook hier zou een tekort opgevangen kunnen worden doordat de merrie uit haar reserves (botten), calcium en fosfor vrijmaakt om aan het veulen te geven. Gebeurt dit langere tijd of jaren na elkaar zonder een herstelmoment, dan verzwakt de gezondheid van de merrie, temeer omdat dit dan meestal ook voor andere voedingsstoffen geldt.

Grafiek 3: Verandering in de behoefte aan spoorelementen (koper (Cu), ijzer (Fe), zink (Zn), en selenium (Se) en vitaminen A, D en E ten opzichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en lactatie.

Spoorelementen en vitaminen

Voor een goede ontwikkeling van het veulen, maar vooral voor de opbouw van reserves door het veulen gedurende de eerste paar maanden van het leven, is koper een onderdeel dat duidelijk stijgt in de voerbehoefte van de merrie tijdens de dracht. Verder stijgt de behoefte aan ijzer en blijft die aan zink en selenium ongewijzigd (de basisbehoeftenorm voor de merrie is voldoende om het veulen hiervan te voorzien). Daarnaast heeft de merrie meer vitamine A en E nodig. Ook voor deze elementen kan gelden dat door een hogere voergift vanwege de stijgende energiebehoefte hier al aan voldaan wordt. Maar omdat koper, zink, selenium en vitamine E in ‘gewone’ rantsoenen al vaak te krap zijn, zijn dit voedingsstoffen die in het rantsoen voor fokmerries gecontroleerd moeten worden.

2. Welke voedermiddelen zijn geschikt voor drachtige merries?

Het gaat niet alleen maar om de voorziening van essentiële voedingsstoffen. Ook aan een gezonde darmflora en darmwerking en aan de behoefte van het paard om veel te kauwen moet voldaan worden. Dat betekent een rantsoen met voldoende ruwvoer. Ruwvoer wordt verdeeld in 3 kwaliteiten (zie ook mijn 2e artikel in de serie over voeding: ‘Welk voer geef ik mijn paard):

  • grof
  • midden
  • fijn

Begin van de dracht

In het begin van de dracht, zeker als de merrie geen of licht werk doet, is een grofstengelige kwaliteit prima, uiteraard zonder bederf zoals broei en schimmel of giftige planten. De hoeveelheid stem je af op de conditie van de merrie. Laat haar in deze periode niet te dik worden. Veel vet in het geboortekanaal vormt een belemmering voor het veulenen en overgewicht is nadelig voor de melkproductie.

Weeg dus de hoeveelheid ruwvoer af om te weten hoeveel je geeft. Voor de meeste paarden zal een hoeveelheid van 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof voldoende zijn. Voor hooi komt dit neer op 10-11 kilo en voor verpakt voordroog (70% droge stof) 12-13 kilo per dag. Met een supplement voor de aanvulling van mineralen en vitaminen is het rantsoen compleet. De hoeveelheid eiwit in ruwvoer is erg variabel. Meestal voldoet dit voor paarden die niet of licht werken. Voor de drachtige merrie heb je echter ruwvoer nodig met een eiwitgehalte (VREp) van minimaal 50-60 gram per kilo droge stof. En ook al kies je een rijkere kwaliteit ruwvoer, met meer blad en minder stengel, dan nog komt het geregeld voor dat het eiwitgehalte te laag is. Dit heeft vooral te maken met de bemesting van het grasland. Gebeurt dat niet of in heel beperkte mate dan krijgt het gras onvoldoende aanvoer van stikstof, die nodig is om eiwit te maken. Aan de buitenkant is dit moeilijk te zien dus hiervoor moet je het ruwvoer laten analyseren, bijvoorbeeld door het Bedrijfslaboratorium voor grond- en gewasonderzoek in Wageningen (BLGG).

Heeft het ruwvoer lage eiwitwaarden dan kan een eiwitrijk ruwvoer zoals luzerne bijgevoerd worden. Luzerne is een vlinderbloemige plant met van nature een hoger eiwitgehalte dan gras.

Kies voor fokmerries geen ruwvoer van onbemeste graslanden
– zie Ruwvoer van onbemeste natuurgebieden

Vanaf 7 maanden dracht

Na 7-8 maanden dracht is grofstengelig hooi niet meer voldoende. Dit geldt vooral voor de hoeveelheid eiwit. Schakel daarom geleidelijk over naar een rijkere kwaliteit.

Merrievoer kan een mooie aanvulling zijn. Het bevat meer eiwit, mineralen en vitaminen dan gewoon voer. Heeft je merrie al overconditie dan kan de hoeveelheid merriebrok die nodig is voor de juiste aanvulling wel eens teveel zijn (meestal 2 kilo per dag). Je wilt tenslotte de merrie wel de minimale hoeveelheid ruwvoer blijven geven (1-1,25 kilo droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht per dag). In plaats van een merriebrok zijn er ook supplementen voor fokmerries te koop die het ruwvoer kunnen aanvullen.

3: Welke combinaties zijn geschikt voor welke fase van de dracht en de BCS van de merrie?

Bonpard_Body_Condition_Score
Voorbeeld van een Body Condition Score kaart (Bonpard)

Body Condition Score van +1 tot +2

Is je merrie van begin af aan al te dik dan moet je haar op maat voeren. Zorg dat je weet hoeveel ruwvoer je geeft door het een paar keer te wegen en reken uit wat haar minimale ruwvoerbehoefte is op basis van haar gewenste lichaamsgewicht (voorbeeld in kader).

1 tot en met 7e/8e maand van de dracht

Vanaf de 9e/10e maand van de dracht

Te dikke Shetlander in de problemen

Drachtige merrie met hoefbevangenheid

Body Condition Score van -1

Een magere merrie zal in de dracht goed bijgevoerd moeten worden om niet nog meer in conditie achteruit te gaan. Een te magere merrie geeft niet veel melk, wat dus ook gevolgen heeft voor het veulen. Al aan het begin van de dracht mag de merrie een rijkere kwaliteit ruwvoer krijgen. Hooi met veel blad dat zacht aanvoelt levert extra energie en eiwit. Dit mag onbeperkt worden gevoerd omdat de merrie aan moet komen. Zodra je ziet dat de ribben weer een vetlaagje krijgen, mag de hoeveelheid minder worden. Komt de merrie niet voldoende op gewicht met dit rantsoen, gebruik dan een aanvullend voer (krachtvoer) voor meer energie. Veel zetmeel en suikers heeft de merrie niet nodig, want deze geven een onnodig risico op verteringsstoornissen. Aanvullend voer met een hoger vetgehalte is beter (Ruw vet (RV) > 8%).

Omdat na de 9e maand ook meer eiwit nodig is, kun je eventueel direct overgaan op speciaal (vetrijk) merrievoer. Dan bestaat het rantsoen al uit de juiste voedermiddelen voor na het veulenen en krijgt de merrie ook voldoende mineralen en vitaminen binnen (meestal bij een voergift van ongeveer 2 kilo voor een merrie van 600 kilo).

Dr. Anneke Hallebeek

Body Conditon Score = 0

De merrie is perfect in conditie en dat wil je ook zo houden. Voer tot 7 maanden van de dracht ruwvoer met een aanvullend supplement. Daarna kun je kiezen wat het beste bij je merrie past. Je kunt overgaan op een betere kwaliteit ruwvoer en daar iets minder van geven om ‘plaats’ te hebben voor aanvullend merrievoer. Zo krijgt de merrie alle noodzakelijke voedingsstoffen. Wil je onbeperkt ruwvoer geven omdat de merrie tenslotte meer energie nodig heeft, dan moet je wel een supplement gaan geven dat de behoefte van de dracht dekt. Hiervoor is vaak een rantsoenberekening nodig.

Voorbeeld van een 9 maanden drachtige merrie

Merrie met schofthoogte van 1,60 meter en een gewicht van 550 kilo is 9 maanden drachtig. Het ruwvoer is middel kwaliteit hooi en de merrie krijgt dit onbeperkt.

Grafiek 4: De opname van onbeperkte hoeveelheid midden kwaliteit ruwvoer vergeleken met de behoefte van een 9 maanden drachtige merrie (550 kilo)

Verhouding tussen de verschillende voedingsstoffen

In grafiek 4 staat de verhouding tussen de opname en de behoefte aan verschillende voedingsstoffen voor een 9 maanden drachtige merrie die onbeperkt midden kwaliteit hooi krijgt aangeboden. Uitgangspunt is een opname van maximaal 2% van haar lichaamsgewicht aan droge stof, dit is 11 kilo en in vers product ongeveer 13 kilo hooi. Het overschot aan energie (en eiwit) kan leiden tot vervetting. Natuurlijk stijgt de behoefte nog wat verder tijdens de dracht en zou het mee kunnen vallen met het te dik worden (controle BCS!). Dan blijft nog wel duidelijk zichtbaar in de grafiek dat de merrie te weinig mineralen en vitaminen krijgt (minder dan 100 %). Dit uit zich niet direct in gezondheidsklachten bij de merrie (op de lange termijn wel), maar is geen ideale situatie en het veulen kan daar de dupe van worden.

De merrie heeft nog wel wat reserves en het veulen zal waarschijnlijk gezond ter wereld komen. Wel is bekend dat te weinig vitamine E (en vitamine A) en selenium in het rantsoen van de merrie nadelig is voor beschermende stoffen (immunoglobulinen) in de biest. Het veulen loopt zo dus een groter risico om ziek te worden. Het veulen is daarnaast afhankelijk van de gehalten aan vitamine E- en A in de biest en die kunnen nu ook lager uitvallen. Lage hoeveelheden selenium en vitamine E kunnen bij het veulen leiden tot vetontsteking (steatitis); een zeer pijnlijke en vaak fatale aandoening.

Tenslotte kan het lage vitamine E en seleniumgehalte in dit rantsoen het risico vergroten dat de merrie ‘aan de nageboorte blijft staan’.

Dan is het veulen nog afhankelijk van de hoeveelheid koper die het tijdens de dracht van de merrie krijgt. Het moet voldoende reserve in de lever kunnen opbouwen om de eerste maanden door te komen. Melk bevat maar weinig koper en koper is een belangrijke schakel in het herstel van beschadigingen in het kraakbeen en daarmee essentieel voor de botontwikkeling en groei. Belangrijk dus voor snelgroeiende rassen die gevoelig zijn voor osteochondrose (OCD – waar overigens nog veel meer factoren een rol in spelen -).

Voorbeeld rantsoen voor deze merrie

Dit voorbeeld geeft aan dat met alleen ruwvoer geen goed rantsoen te maken is voor een drachtige merrie. De gehalten aan mineralen en vitaminen in ruwvoer zijn variabel, maar hele hoge gehalten komen in Nederland niet voor. Door de wens om de merrie een iets beter verteerbaar voer te geven aan het einde van de dracht is de opname met energie en eiwit bij onbeperkte voergift vrij hoog. Wil je een krachtvoer bijgeven dan moet de ruwvoer gift naar beneden. In geval van het voorbeeld kan het rantsoen er als volgt uitzien:Dit voorbeeld geeft aan dat met alleen ruwvoer geen goed rantsoen te maken is voor een drachtige merrie. De gehalten aan mineralen en vitaminen in ruwvoer zijn variabel, maar hele hoge gehalten komen in Nederland niet voor. Door de wens om de merrie een iets beter verteerbaar voer te geven aan het einde van de dracht is de opname met energie en eiwit bij onbeperkte voergift vrij hoog. Wil je een krachtvoer bijgeven dan moet de ruwvoer gift naar beneden. In geval van het voorbeeld kan het rantsoen er als volgt uitzien:
Middel kwaliteit hooi aangevuld met +/- 2 kilo merriebrok

Grafiek 5: De opname van beperkte hoeveelheid midden kwaliteit ruwvoer plus 2 kilo merriebrok vergeleken met de behoefte van een 9 maanden drachtige merrie (550 kilo)

Grafiek 5 laat zien dat de energie en eiwitopname met een beperkte hoeveelheid middel kwaliteit ruwvoer (ca. 1-1,25 kilo ds per 100 kilo lichaamsgewicht) plus 2 kilo merriebrok ruim voorziet in de behoefte van de merrie. De stippellijn geeft de ondergrens van de behoefte aan mineralen aan. Alleen de hoeveelheid vitamine E is echt iets te laag in dit rantsoen. Variaties in merrievoer geven wat variatie in deze uitslag. Ook de echte waarden van het ruwvoer zijn niet bekend.

Conclusie

Zo zie je dat het een heel gepuzzel is om ervoor te zorgen dat de merrie alles krijgt wat nodig is. Meer krachtvoer geven heeft immers weer tot gevolg dat de ruwvoer opname te laag wordt voor een gezonde darmwerking en darmflora.

Merries en vooral veulens hebben baat bij een goed rantsoen tijdens de dracht. Als de basis goed is en het veulen gezond ter wereld komt, een goede hoeveelheid biest met veel immunoglobulinen (beschermende stoffen) krijgt en vervolgens veel melk van de merrie, dan is extra bijvoeding van het veulen niet snel nodig. En ook dat is weer een pré. Veulens die veel krachtvoer krijgen hebben namelijk meer kans op verstoringen van de botontwikkeling, maagzweren en een minder goed ontwikkelde darmflora.
Lees hier meer over het belang van biest voor de afweer van het veulen

Wat moet je doen?

  • Je bewust zijn van de impact die het rantsoen van de merrie heeft op het veulen.
  • Tijdig een strategie uitstippelen welke voedermiddelen je aan de merrie gaat geven op welk moment tot en met de 3e tot 4e maand lactatie!
  • Een ruwvoeranalyse laten doen.
  • Advies inwinnen over de beste combinatie van krachtvoer en/of supplementen met jouw ruwvoer in jouw situatie (wel of geen weidegang ,conditie van de merrie etc.).

En dan is het veulen er

Heeft de merrie een goede conditie en gaat het veulenen vlot, dan zal ze snel hersteld zijn en min of meer goed blijven eten. Omdat je vooraf het rantsoen al hebt aangepast zijn er geen veranderingen nodig. De melkproductie komt op gang en zal in de eerste maand steeds meer worden, met als gevolg een steeds verdere stijging van de energie en eiwitbehoefte van de merrie. Krijgt de merrie onvoldoende eiwit dan geeft ze minder melk en groeit het veulen trager. Deze situatie komt voor als er nog geen gras beschikbaar is, dus bij ‘vroege veulens’. Om de merrie op stal zonder weidegang voldoende eiwit te geven is een rijke ruwvoer kwaliteit nodig, eventueel aangevuld met luzerne en een merriebrok. Met weidegang is de eiwitopname voldoende. Krijgt de merrie het juiste rantsoen tijdens dracht en melkproductie dan ontwikkelt het veulen zich optimaal. Door juist in deze beginfase aandacht te geven aan de voeding van de merrie zal het veulen daar levenslang profijt van hebben.

Chipnummer zoeken

Vul het chipnummer in en vind de gegevens bij het paard.
Meer info