Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Voeding van de drachtige merrie; zeer belangrijk!

Voeding van de drachtige merrie header

Veel tijd, moeite en geld gaat naar de drachtigheidsbegeleiding van de merrie, vooral in de beginfase; controle van de eierstokken, het bepalen van het inseminatiemoment, en controle van de eerste weken van de dracht. Daarna is het afwachten. Pas aan het einde van de dracht, als de buik echt dik en rond is, krijgt de merrie weer extra aandacht door haar wat meer voer te geven, haar in de grootste box te zetten en de weken af te tellen tot het waken kan beginnen. In al die tussenliggende maanden heeft het veulen zich ontwikkeld. De bouwstenen hiervoor krijgt het van de moeder. Veel van die moeders krijgen elk jaar een veulen. Tekorten in het rantsoen zorgen niet alleen voor een leegloop van alle reserves van de merrie en daarmee een daling van de (fok)prestaties en haar levensverwachting, maar ook voor beperkingen in de ontwikkeling van het veulen. Sterker nog, de sportprestaties van het veulen op volwassen leeftijd zijn direct gerelateerd aan de voeding van de moeder tijdens de dracht.

Toch krijgt de voeding van de drachtige merrie relatief maar weinig aandacht. Of, laat ik het anders zeggen, in veel gevallen worden drachtige merries niet goed gevoerd. Een gemiste kans. Door de merrie tijdens de dracht zo optimaal mogelijk te voeren zorg je voor een gezonde merrie en een goede biestkwaliteit met als resultaat een gezond veulen dat goed groeit. De eerste klap is een daalder waard. Groeiproblemen oplossen door het veulen meer krachtvoer te gaan geven, kunnen juist weer leiden tot andere klachten. Daarom nu de aandacht voor de voeding van de merrie!

In dit artikel lees je meer over voeding voor de drachtige merrie:

Hoe bepaal je het juiste rantsoen voor een drachtige merrie?

Een drachtige merrie heeft meer voer nodig, maar mag niet te dik worden; hoe doe je dat?

Door altijd te voeren ‘op het oog’ probeer je de lichaamsconditie te controleren. ‘Op het oog’ is niet helemaal de juiste term. De controle van de conditie gebeurt namelijk altijd door te kijken én te voelen.

Voordat de merrie drachtig is

“Ook voordat de merrie drachtig wordt is deze controle nodig. Een sterk vermagerde of juist obese (met overgewicht) merrie wordt minder goed drachtig.”

Het is ook niet verstandig om tijdens de periode van inseminatie of dekking het paard op een afslankdieet te zetten. Heeft je merrie de juiste conditie dan kan een beetje extra voer in deze periode gunstig zijn. Dat kun je bijvoorbeeld 4 weken voor de dekking inzetten en nog 4 weken daarna volhouden, maar moet tijdig stoppen om vervetting te voorkomen.

Terug naar overzicht

Tijdens de dracht

Is de merrie drachtig, dan is extra voer voorlopig niet nodig. Het is wel belangrijk om het rantsoen in balans te hebben. Dat wil zeggen: voldoende ruwvoer, genoeg eiwit en voedingsstoffen naar behoefte. Eerder schreef ik hier al over in mijn artikel Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering. In veel gevallen betekent dit een geschikte kwaliteit ruwvoer (zie ook mijn eerdere artikel ‘Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard’) en een supplement ter aanvulling. Als de merrie ingezet blijft worden voor het werk, dan kan een krachtvoer nodig zijn om genoeg energie te geven. Voer de merrie in deze periode nog geen superrijke kwaliteit ruwvoer of merriebrok. De kans is groot dat ze dan te dik wordt.

“In de eerste maanden is er aan de buik nog niets te zien, hoewel merries die vaker een veulen gehad hebben en niet meer aan het werk worden gezet een soort ronde hangbuik krijgen, zeker met veel ruwvoer in het rantsoen. Vervetting beoordeel je niet in de flanken, maar door bijvoorbeeld naar de ribben te voelen. Ook bij een ronde ‘hangbuik’ kunnen de ribben nog goed voelbaar zijn en is het paard niet te dik.”

Tijdens de dracht groeit het veulen eerst maar heel weinig, maar vanaf 7 à 8 maanden meer en meer. De merrie heeft een draagtijd van 11 maanden, maar pas in de laatste 4 maanden verandert hierdoor de behoefte aan voedingsstoffen. Hoe groter het veulen, hoe meer voedingsstoffen er nodig zijn. Natuurlijk verandert dan ook de buikomvang. Door de ruimte die het veulen in de buik inneemt vermindert de expansieruimte voor de darmen. Dit heeft ook gevolgen voor de gewenste kwaliteit en hoeveelheid ruwvoer.

Terug naar overzicht


Aandachtspunten voor het rantsoen tijdens de dracht

Tijdens de draagtijd heeft het rantsoen op een aantal momenten aandacht nodig:

  1. Optimaliseer het basisrantsoen (corrigeer eventueel de Body Condition Score) bij voorkeur vóór de dracht.
  2. Pas het rantsoen aan bij 8 en 10 maanden dracht.
  3. Geef de merrie aan het einde van de dracht het ruwvoer dat ze ook na het veulenen krijgt.

 


Terug naar overzicht

Lichamelijke conditie is leidend voor eventuele voeraanpassingen
De lichamelijke conditie is in principe leidend in de voeraanpassingen die je doet. Vandaar dat er geen standaard voeradvies bestaat voor drachtige merries. Als je weet welke behoefte de merrie heeft en waar de knelpunten in het rantsoen kunnen zitten, is een individuele aanpak nodig op basis van de conditie van het paard. Een te dikke drachtige merrie geef je bijvoorbeeld geen 2 of 3 kilo krachtvoer, omdat ze meer koper, selenium en vitamine E nodig heeft.

Terug naar overzicht

1. Welke voeding heeft de drachtige merrie  nodig en waarom?

Grafiek 1 verandering van energie- en eiwwitbehoefte (merrie tijdens dracht)

Grafiek 1: Verandering in energie- (EWpa) en eiwitbehoefte (VREp) ten opzichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en melkproductie (lactatie; lac)

Energie en eiwit

Door de groei van het veulen heeft de merrie meer energie en eiwit nodig. In grafiek 1 is duidelijk te zien dat de verhouding in behoefte aan energie en eiwit verandert. Alleen meer energie geven binnen dezelfde voersamenstelling leidt tot een tekort aan eiwit. De merrie heeft in de loop van de dracht en zeker nadat het veulen is geboren een eiwitrijker voer nodig. Met de controle van de Body Condition Score (BCS) kun je de energieopname reguleren en controleren, maar dat zegt nog niet of de merrie ook voldoende eiwit krijgt. Krijgt de merrie tijdens de dracht te weinig eiwit, dan zal ze bepaalde eiwitten of aminozuren uit haar reserves opnemen (spierverlies!) om in de behoefte van het veulen te voorzien, of het veulen groeit minder hard dan zou kunnen. Beide effecten zijn in ieder geval niet wenselijk. Alleen het nakijken van het rantsoen op de juiste energie/eiwit verhouding geeft hierin uitsluitsel.

Terug naar overzicht

Grafiek 2 verandering in mineralen behoefte (merrie tijdens dracht)

Grafiek 2: Verandering in mineralen (calcium (Ca), fosfor (P), magnesium (Mg) en natrium (Na) behoefte ten op zichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en melkproductie (lac – lactatie)

Mineralen

Natuurlijk heeft de merrie ook meer mineralen nodig tijdens dracht en lactatie, voor de groei van het veulen en de melkproductie. Calcium en fosfor zijn de belangrijkste mineralen voor de botgroei en daarvan zal het rantsoen vanaf 8 maanden dracht beduidend meer moeten bevatten. Met het geven van meer (ruw)voer krijgt de merrie ook meer van deze mineralen binnen. Of dit voldoende is hangt af van de hoeveelheid calcium en fosfor in de gebruikte voedermiddelen. Ook hier zou een tekort opgevangen kunnen worden doordat de merrie uit haar reserves (botten), calcium en fosfor vrijmaakt om aan het veulen te geven. Gebeurt dit langere tijd of jaren na elkaar zonder een herstelmoment, dan verzwakt de gezondheid van de merrie, temeer omdat dit dan meestal ook voor andere voedingsstoffen geldt.

Terug naar overzicht

Grafiek 3 behoefte aan spoorelementen (merrie tijdens dracht)

Grafiek 3: Verandering in de behoefte aan spoorelementen (koper (Cu), ijzer (Fe), zink (Zn), en selenium (Se) en vitaminen A, D en E ten opzichte van rust (onderhoud) voor merrie tijdens dracht en lactatie.

Spoorelementen en vitaminen

Voor een goede ontwikkeling van het veulen, maar vooral voor de opbouw van reserves door het veulen gedurende de eerste paar maanden van het leven, is koper een onderdeel dat duidelijk stijgt in de voerbehoefte van de merrie tijdens de dracht. Verder stijgt de behoefte aan ijzer en blijft die aan zink en selenium ongewijzigd (de basisbehoeftenorm voor de merrie is voldoende om het veulen hiervan te voorzien). Daarnaast heeft de merrie meer vitamine A en E nodig. Ook voor deze elementen kan gelden dat door een hogere voergift vanwege de stijgende energiebehoefte hier al aan voldaan wordt. Maar omdat koper, zink, selenium en vitamine E in ‘gewone’ rantsoenen al vaak te krap zijn, zijn dit voedingsstoffen die in het rantsoen voor fokmerries gecontroleerd moeten worden.

Terug naar overzicht

2. Welke voedermiddelen zijn geschikt voor drachtige merries?

Het gaat niet alleen maar om de voorziening van essentiële voedingsstoffen. Ook aan een gezonde darmflora en darmwerking en aan de behoefte van het paard om veel te kauwen moet voldaan worden. Dat betekent een rantsoen met voldoende ruwvoer. Ruwvoer wordt verdeeld in 3 kwaliteiten (zie ook mijn 2e artikel in de serie over voeding: ‘Welk voer geef ik mijn paard):

  • grof
  • midden
  • fijn

Terug naar overzicht

Begin van de dracht

In het begin van de dracht, zeker als de merrie geen of licht werk doet, is een grofstengelige kwaliteit prima, uiteraard zonder bederf zoals broei en schimmel of giftige planten. De hoeveelheid stem je af op de conditie van de merrie. Laat haar in deze periode niet te dik worden. Veel vet in het geboortekanaal vormt een belemmering voor het veulenen en overgewicht is nadelig voor de melkproductie.

Weeg dus de hoeveelheid ruwvoer af om te weten hoeveel je geeft. Voor de meeste paarden zal een hoeveelheid van 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof voldoende zijn. Voor hooi komt dit neer op 10-11 kilo en voor verpakt voordroog (70% droge stof) 12-13 kilo per dag. Met een supplement voor de aanvulling van mineralen en vitaminen is het rantsoen compleet. De hoeveelheid eiwit in ruwvoer is erg variabel. Meestal voldoet dit voor paarden die niet of licht werken. Voor de drachtige merrie heb je echter ruwvoer nodig met een eiwitgehalte (VREp) van minimaal 50-60 gram per kilo droge stof. En ook al kies je een rijkere kwaliteit ruwvoer, met meer blad en minder stengel, dan nog komt het geregeld voor dat het eiwitgehalte te laag is. Dit heeft vooral te maken met de bemesting van het grasland. Gebeurt dat niet of in heel beperkte mate dan krijgt het gras onvoldoende aanvoer van stikstof, die nodig is om eiwit te maken. Aan de buitenkant is dit moeilijk te zien dus hiervoor moet je het ruwvoer laten analyseren, bijvoorbeeld door het Bedrijfslaboratorium voor grond- en gewasonderzoek in Wageningen (BLGG).

“Kies voor fokmerries geen ruwvoer van onbemeste graslanden”
– zie ‘Ruwvoer van onbemeste natuurgebieden

Heeft het ruwvoer lage eiwitwaarden dan kan een eiwitrijk ruwvoer zoals luzerne bijgevoerd worden. Luzerne is een vlinderbloemige plant met van nature een hoger eiwitgehalte dan gras.

Terug naar overzicht

Vanaf 7 maanden dracht

Na 7-8 maanden dracht is grofstengelig hooi niet meer voldoende. Dit geldt vooral voor de hoeveelheid eiwit. Schakel daarom geleidelijk over naar een rijkere kwaliteit.

Merrievoer kan een mooie aanvulling zijn. Het bevat meer eiwit, mineralen en vitaminen dan gewoon voer. Heeft je merrie al overconditie dan kan de hoeveelheid merriebrok die nodig is voor de juiste aanvulling wel eens teveel zijn (meestal 2 kilo per dag). Je wilt tenslotte de merrie wel de minimale hoeveelheid ruwvoer blijven geven (1-1,25 kilo droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht per dag). In plaats van een merriebrok zijn er ook supplementen voor fokmerries te koop die het ruwvoer kunnen aanvullen.

Terug naar overzicht

3: Welke combinaties zijn geschikt voor welke fase van de dracht en de BCS van de merrie?

Bonpard_Body_Condition_Score

Body Condition Score van +1 tot +2

Is je merrie van begin af aan al te dik dan moet je haar op maat voeren. Zorg dat je weet hoeveel ruwvoer je geeft door het een paar keer te wegen en reken uit wat haar minimale ruwvoerbehoefte is op basis van haar gewenste lichaamsgewicht (voorbeeld in kader).

Terug naar overzicht

1 tot en met 7e/8e maand van de dracht
In de eerste fase van de dracht tot de 7e/8e maand voer je een standaard aanvullend supplement, waarna geleidelijk overgegaan kan worden op een supplement voor drachtige merries.

Terug naar overzicht

 

Vanaf de 9e/10e maand van de dracht

Advertentie

Na 9 tot 10 maanden moet je zeker weten dat de hoeveelheid eiwit voldoende gegarandeerd wordt met het ruwvoer. Dat lukt niet zonder ruwvoeranalyse, tenzij de merrie dan al weidegang krijgt. Zonder weidegang kun je luzernehooi bijvoeren. Voor een merrie van 600 kilo kun je uitgaan van 1,5 kilo luzernehooi naast 10-11 kilo ruwvoer (9 kilo droge stof). Omdat de darmen in de verdrukking komen door de grootte van het veulen is het aan het einde van de dracht (10-11 maanden) beter een ruwvoer te  kiezen dat beter verteerbaar is dan de grofstengelige kwaliteit. Schakel over naar een fijn, zacht type hooi en hou het bij ongeveer 1% van het lichaamsgewicht aan kilogram droge stof per dag. Zo voorkom je verstopping en hoeft de merrie, nadat het veulen is geboren, niet over te schakelen op ander ruwvoer.

Terug naar overzicht

Te dikke Shetlander in de problemen
Veel Shetlanders hebben overconditie en blijven dat houden tijdens de dracht. In sommige gevallen weet de eigenaar niet dat de merrie drachtig is en ziet ook het verschil niet in omvang. In andere gevallen staan de pony’s op een landje met weinig gras en is aan het einde van de winter weinig te eten. Dat kan tot gevolg hebben dat een drachtige pony door een verhoogde energiebehoefte in een zogenaamde negatieve energiebalans (een situatie waarbij de pony meer energie nodig heeft dan dat hij op eet) komt, wat wel gewenst is om te vermageren, maar niet als de merrie drachtig is. De negatieve energiebalans kan in dit geval fataal worden. Met name bij Shetlandpony’s maar ook bij andere, voornamelijk sobere, rassen kan ‘vet in het bloed’ (hyperlipemie) ontstaan. Als gevolg van het tekort aan energie uit voedsel geeft het vetweefsel veel vet vrij. Deze ongecontroleerde hoeveelheid vetzuren komen in het bloed en de lever terecht. De pony wordt hier ziek van en wil niet meer eten en drinken, waardoor er nog meer vet wordt vrijgemaakt. Deze negatieve spiraal leidt bij te laat ingrijpen tot leververvetting en de dood van de pony.

Lees hier meer over Hyperlipemie

“Blijf dus ook een te dikke pony tijdens de dracht voeren. Maak het rantsoen wel zodanig dat de energieopname past bij de behoefte en het alle overige voedingsstoffen bevat. Dit betekent een beperkte hoeveelheid ruwvoer, maar wel van een redelijk goede kwaliteit (eiwit!) en een supplement met mineralen en vitaminen. Zorg bij weidegang dat er wel gras staat en het geen ‘zandhappen’ wordt. Beperk de hoeveelheid gras door een draadje te spannen en dit geregeld te verzetten (strookbegrazing). Ook dan heeft de merrie nog een aanvullend supplement nodig.”

Terug naar overzicht

Drachtige merrie met hoefbevangenheid
Als een merrie ongeschikt wordt voor de sport kan ze nog ingezet worden voor de fokkerij. Bedenk wel of de aandoening van het paard de extra belasting van de dracht aankan en of ze nog in staat is weidegang te krijgen. Zonder weidegang is het lastig een goed rantsoen voor een merrie te maken die een veulen aan de voet heeft. Daarnaast is voor het veulen de beweging tijdens de weidegang zeer belangrijk voor de ontwikkeling. Een merrie met hoefbevangenheid is dus niet de meest geschikte kandidaat om fokmerrie te worden. Hoefbevangenheid komt in verschillende gradaties voor. Bij een merrie met een lichte vorm zou je toch kunnen besluiten een veulen met haar te fokken. Om herhaling van hoefbevangenheid te voorkomen is het des te meer van belang haar conditie te controleren. Overgewicht geeft kans op insulineresistentie en daarmee een verhoogd risico op hoefbevangenheid. Merries hebben tijdens de dracht een ‘natuurlijke’ periode van insulineresistentie. Of en hoe dit kan bijdragen aan het optreden van een aanval van hoefbevangenheid is niet bekend. Bij gezonde merries is deze periode van insulineresistentie van tijdelijke aard én van belang om meer energie (glucose) naar het veulen te sturen via het bloed.

Lees meer over hoefbevangenheid | Lees meer over insulineresistentie

 

“Merries met een geschiedenis van hoefbevangenheid hebben een rantsoen nodig met een beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers om insulinepieken in het bloed te voorkomen (dit is de ‘trigger’ voor hoefbevangenheid).”

 

Het is belangrijk de suikergehalten van de gebruikte voedermiddelen te weten, zowel van het aanvullende voer (merriebrok) als van het ruwvoer. Zonder ruwvoeranalyse is dit bijna onmogelijk. Zoek een merrievoer met niet meer dan 20-25% zetmeel en suikers. Het ruwvoer mag niet meer dan 10% suikers bevatten. Daarnaast geef je het voer in porties, verdeeld over de dag. Hoe meer zetmeel en suikers er ineens opgegeten worden, hoe meer glucose er in het bloed komt en hoe groter de insulineproductie door de alvleesklier daarmee wordt. Door 3-4 keer per dag kleine beetjes te voeren voorkom je grote insulinepieken. Tijdens weidegang is dit lastig te controleren. Het suikergehalte van het gras is sterk variabel en lastig om in te schatten. Daarnaast speelt de eetsnelheid van de merrie een rol in de hoeveelheid suikers die ze per tijdseenheid binnenkrijgt. Heeft de merrie geveulend dan vraagt de melkproductie veel energie. Merriemelk is rijk aan lactose (melksuiker). Door de vraag naar glucose van de uier om lactose te produceren voor de melk is de kans op hoge suikergehalten in het bloed en dus insulinepieken iets lager. Dat maakt weidegang in beperkte vorm toch een optie. Het is in ieder geval belangrijk voor- en nadelen goed af te wegen; het risico voor de merrie, voldoende energie en eiwit voor de merrie én beweging voor het veulen. Al met al is het geen eenvoudige opgave om een hoefbevangen merrie redelijk gezond door de dracht en lactatie heen te krijgen.

Terug naar overzicht

Body Condition Score van -1

Een magere merrie zal in de dracht goed bijgevoerd moeten worden om niet nog meer in conditie achteruit te gaan. Een te magere merrie geeft niet veel melk, wat dus ook gevolgen heeft voor het veulen. Al aan het begin van de dracht mag de merrie een rijkere kwaliteit ruwvoer krijgen. Hooi met veel blad dat zacht aanvoelt levert extra energie en eiwit. Dit mag onbeperkt worden gevoerd omdat de merrie aan moet komen. Zodra je ziet dat de ribben weer een vetlaagje krijgen, mag de hoeveelheid minder worden. Komt de merrie niet voldoende op gewicht met dit rantsoen, gebruik dan een aanvullend voer (krachtvoer) voor meer energie. Veel zetmeel en suikers heeft de merrie niet nodig, want deze geven een onnodig risico op verteringsstoornissen. Aanvullend voer met een hoger vetgehalte is beter (Ruw vet (RV) > 8%).

 

“Omdat na de 9e maand ook meer eiwit nodig is, kun je eventueel direct overgaan op speciaal (vetrijk) merrievoer. Dan bestaat het rantsoen al uit de juiste voedermiddelen voor na het veulenen en krijgt de merrie ook voldoende mineralen en vitaminen binnen (meestal bij een voergift van ongeveer 2 kilo voor een merrie van 600 kilo).”

Terug naar overzicht

Body Conditon Score = 0

De merrie is perfect in conditie en dat wil je ook zo houden. Voer tot 7 maanden van de dracht ruwvoer met een aanvullend supplement. Daarna kun je kiezen wat het beste bij je merrie past. Je kunt overgaan op een betere kwaliteit ruwvoer en daar iets minder van geven om ‘plaats’ te hebben voor aanvullend merrievoer. Zo krijgt de merrie alle noodzakelijke voedingsstoffen. Wil je onbeperkt ruwvoer geven omdat de merrie tenslotte meer energie nodig heeft, dan moet je wel een supplement gaan geven dat de behoefte van de dracht dekt. Hiervoor is vaak een rantsoenberekening nodig.

Terug naar overzicht

Voorbeeld van een 9 maanden drachtige merrie

Merrie met schofthoogte van 1,60 meter en een gewicht van 550 kilo is 9 maanden drachtig. Het ruwvoer is middel kwaliteit hooi en de merrie krijgt dit onbeperkt.

Grafiek 4 ruwvoer behoefte merrie 9 maanden dracht

Grafiek 4: De opname van onbeperkte hoeveelheid midden kwaliteit ruwvoer vergeleken met de behoefte van een 9 maanden drachtige merrie (550 kilo)

 

Verhouding tussen de verschillende voedingsstoffen

In grafiek 4 staat de verhouding tussen de opname en de behoefte aan verschillende voedingsstoffen voor een 9 maanden drachtige merrie die onbeperkt midden kwaliteit hooi krijgt aangeboden. Uitgangspunt is een opname van maximaal 2% van haar lichaamsgewicht aan droge stof, dit is 11 kilo en in vers product ongeveer 13 kilo hooi. Het overschot aan energie (en eiwit) kan leiden tot vervetting. Natuurlijk stijgt de behoefte nog wat verder tijdens de dracht en zou het mee kunnen vallen met het te dik worden (controle BCS!). Dan blijft nog wel duidelijk zichtbaar in de grafiek dat de merrie te weinig mineralen en vitaminen krijgt (minder dan 100 %). Dit uit zich niet direct in gezondheidsklachten bij de merrie (op de lange termijn wel), maar is geen ideale situatie en het veulen kan daar de dupe van worden.

De merrie heeft nog wel wat reserves en het veulen zal waarschijnlijk gezond ter wereld komen. Wel is bekend dat te weinig vitamine E (en vitamine A) en selenium in het rantsoen van de merrie nadelig is voor beschermende stoffen (immunoglobulinen) in de biest. Het veulen loopt zo dus een groter risico om ziek te worden. Het veulen is daarnaast afhankelijk van de gehalten aan vitamine E- en A in de biest en die kunnen nu ook lager uitvallen. Lage hoeveelheden selenium en vitamine E kunnen bij het veulen leiden tot vetontsteking (steatitis); een zeer pijnlijke en vaak fatale aandoening.
Lees meer over het belang van biest voor de afweer van het veulen

Afweer van veulens - het belang van biest voor veulens

Tenslotte kan het lage vitamine E en seleniumgehalte in dit rantsoen het risico vergroten dat de merrie ‘aan de nageboorte blijft staan’.

Dan is het veulen nog afhankelijk van de hoeveelheid koper die het tijdens de dracht van de merrie krijgt. Het moet voldoende reserve in de lever kunnen opbouwen om de eerste maanden door te komen. Melk bevat maar weinig koper en koper is een belangrijke schakel in het herstel van beschadigingen in het kraakbeen en daarmee essentieel voor de botontwikkeling en groei. Belangrijk dus voor snelgroeiende rassen die gevoelig zijn voor osteochondrose (OCD – waar overigens nog veel meer factoren een rol in spelen -).

Terug naar overzicht

Voorbeeld rantsoen voor deze merrie

Dit voorbeeld geeft aan dat met alleen ruwvoer geen goed rantsoen te maken is voor een drachtige merrie. De gehalten aan mineralen en vitaminen in ruwvoer zijn variabel, maar hele hoge gehalten komen in Nederland niet voor. Door de wens om de merrie een iets beter verteerbaar voer te geven aan het einde van de dracht is de opname met energie en eiwit bij onbeperkte voergift vrij hoog. Wil je een krachtvoer bijgeven dan moet de ruwvoer gift naar beneden. In geval van het voorbeeld kan het rantsoen er als volgt uitzien:
Middel kwaliteit hooi aangevuld met +/- 2 kilo merriebrok

Grafiek 5 ruwvoer en merriebrok - behoefte merrie 9 mnd dracht

Grafiek 5: De opname van beperkte hoeveelheid midden kwaliteit ruwvoer plus 2 kilo merriebrok vergeleken met de behoefte van een 9 maanden drachtige merrie (550 kilo)

 

Grafiek 5 laat zien dat de energie en eiwitopname met een beperkte hoeveelheid middel kwaliteit ruwvoer (ca. 1-1,25 kilo ds per 100 kilo lichaamsgewicht) plus 2 kilo merriebrok ruim voorziet in de behoefte van de merrie. De stippellijn geeft de ondergrens van de behoefte aan mineralen aan. Alleen de hoeveelheid vitamine E is echt iets te laag in dit rantsoen. Variaties in merrievoer geven wat variatie in deze uitslag. Ook de echte waarden van het ruwvoer zijn niet bekend.

Terug naar overzicht

Conclusie

Zo zie je dat het een heel gepuzzel is om ervoor te zorgen dat de merrie alles krijgt wat nodig is. Meer krachtvoer geven heeft immers weer tot gevolg dat de ruwvoer opname te laag wordt voor een gezonde darmwerking en darmflora.

Merries en vooral veulens hebben baat bij een goed rantsoen tijdens de dracht. Als de basis goed is en het veulen gezond ter wereld komt, een goede hoeveelheid biest met veel immunoglobulinen (beschermende stoffen) krijgt en vervolgens veel melk van de merrie, dan is extra bijvoeding van het veulen niet snel nodig. En ook dat is weer een pré. Veulens die veel krachtvoer krijgen hebben namelijk meer kans op verstoringen van de botontwikkeling, maagzweren en een minder goed ontwikkelde darmflora.
Lees hier meer over het belang van biest voor de afweer van het veulen

Terug naar overzicht

Wat moet je doen?

  • Je bewust zijn van de impact die het rantsoen van de merrie heeft op het veulen.
  • Tijdig een strategie uitstippelen welke voedermiddelen je aan de merrie gaat geven op welk moment tot en met de 3e tot 4e maand lactatie!
  • Een ruwvoeranalyse laten doen.
  • Advies inwinnen over de beste combinatie van krachtvoer en/of supplementen met jouw ruwvoer in jouw situatie (wel of geen weidegang ,conditie van de merrie etc.).

Terug naar overzicht

Merrie met veulen grazen in de wei (1)

En dan is het veulen er

Heeft de merrie een goede conditie en gaat het veulenen vlot, dan zal ze snel hersteld zijn en min of meer goed blijven eten. Omdat je vooraf het rantsoen al hebt aangepast zijn er geen veranderingen nodig. De melkproductie komt op gang en zal in de eerste maand steeds meer worden, met als gevolg een steeds verdere stijging van de energie en eiwitbehoefte van de merrie. Krijgt de merrie onvoldoende eiwit dan geeft ze minder melk en groeit het veulen trager. Deze situatie komt voor als er nog geen gras beschikbaar is, dus bij ‘vroege veulens’. Om de merrie op stal zonder weidegang voldoende eiwit te geven is een rijke ruwvoer kwaliteit nodig, eventueel aangevuld met luzerne en een merriebrok. Met weidegang is de eiwitopname voldoende. Krijgt de merrie het juiste rantsoen tijdens dracht en melkproductie dan ontwikkelt het veulen zich optimaal. Door juist in deze beginfase aandacht te geven aan de voeding van de merrie zal het veulen daar levenslang profijt van hebben.

Terug naar overzicht

Auteur: Anneke Hallebeek 

 

 

Advertentie

Gerelateerd

Voeding paard – Voerwijzer voor paarden, voer en vertering | Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard? | Hyperlipemie | Insulineresistentie en Equine Metabool Syndroom | Gewicht bij paarden | Hoefbevangenheid | Hoefbevangenheid: oorzaken en voeraanpassingen

 Lees ook meer in: Rubriek Voortplanting

 

 

 

 

 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/voeding-van-de-drachtige-merrie-zeer-belangrijk/