Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Body condition score (BCS) | Weet jij of je paard wel of niet te dik is?

Weet jij of je paard te dik is - body condition score (bcs) header

Het aantal te dikke paarden in Nederland neemt steeds verder toe. In 2010 bleek uit een onderzoek dat toen al 57% van de paarden met overgewicht kampte en dat aantal zal inmiddels nog verder gestegen zijn. Door deze toename krijgen steeds meer paarden gezondheidsproblemen. Een van de ernstigste gevolgen van overgewicht is hoefbevangenheid.

Het is de verantwoordelijkheid van de verzorger om zijn paard zo goed mogelijk gezond te houden. Daarom is het belangrijk dat iedereen die paarden voert, weet hoe hij of zij kan controleren of een paard wel of niet te dik is. Voer je op het oog? Prima, maar vergeet niet om ook geregeld te voelen naar de werkelijke vetbedekking. Soms is het beeld misleidend. Zo kan een paard met goede buikspieren zonder ronde buik toch een flinke vetlaag op de ribben hebben zitten. Andersom laat een paard zonder buikspieren soms een ronde buik zien terwijl de vetbedekking onder de huid minimaal is. Wie is er nu te dik?

In dit artikel lees je meer over het beoordelen van de body condition score van je paard

Paarden te dun of te dik - Foto van Jan Hulsen header

Foto: Jan Hulsen

De body condition score (BCS)

Met het uitvoeren van de body condition score (BCS) krijg je een indruk van de vetbedekking onder de huid en tevens van de mate van bespiering. De BCS geeft aan of een paard te dik, te mager, of goed op gewicht is. Op basis van de uitslag kan advies gegeven worden over het rantsoen en/of de intensiteit van de training. Omdat zowel het rantsoen als de prestatie of training niet altijd hetzelfde blijft, kan de BCS veranderen wanneer het evenwicht tussen opname en behoefte verschuift.

Door elke 6 weken de BCS te beoordelen, kan het rantsoen of de training tijdig bijgesteld worden om te grote veranderingen (te dun of te dik) te voorkomen.

Terug naar overzicht

Vetopslag bij paarden

Meer energieopname dan het paard nodig heeft, leidt tot extra vetopslag. Het paard kan vet opslaan in de buik en onder de huid. Vet in de buik is in eerste instantie niet zichtbaar, tenzij het heel erg veel wordt. Meestal is dan ook het vet onder de huid toegenomen. Bij een te dik paard kan tijdens een proces van vermagering het resultaat op het oog tegenvallen omdat de vetreserves uit het buikvetdepot worden gehaald  en de onderhuidse vetlaag (nog) niet dunner wordt. Pas wanneer de vetreserve onder de huid wordt aangesproken zorgt dat ervoor dat het paard van vorm verandert.

Door te kijken en te voelen naar een aantal voorkeurslocaties waar vetopslag plaats vindt, beoordeel je of de BCS in de plus zit (teveel vetreserves) of in de min (geen vetreserves en misschien ook spierverlies).

Vermagert het paard als gevolg van ziekte of te weinig voeropname, dan gebruikt het zijn vetreserves, maar in ernstige situaties ook zijn spierweefsels. Idealiter is de energieopname uit het rantsoen in evenwicht met de energiebehoefte van het paard. Het paard blijft op hetzelfde gewicht en de BCS is 0. Een lichte vermagering krijgt een score -1 en ernstig mager -2. Is er sprake van overgewicht dan loopt de score op van +1 naar +2.

Terug naar overzicht

Body condition score kaart

Bonpard_Body_Condition_Score

Terug naar overzicht

Hoe beoordeel je de Body Condition Score?

De BCS beoordeel je volgens een vast patroon. Zo vergeet je geen onderdeel en krijg je een compleet beeld van het paard. Je bekijkt het gehele paard en voelt op een aantal plaatsen de vetbedekking. Op basis van wat je ziet en voelt, geef je een beoordeling. Met name het voelen vraagt enige ervaring. Door bij veel paarden de vetbedekking te voelen en dit te bespreken met een deskundige (dierenarts), leer je gradaties te maken in veel en weinig vetreserve.

Terug naar overzicht

Kijken

Bekijk het gehele paard van een kleine afstand en loop erom heen om de achterkant te beoordelen. Dit geeft een indruk van de vorm en verhoudingen.

    • Een paard in gewenste conditie heeft goede verhoudingen, een duidelijke overgang van hals naar schouder en de ribben zijn niet zichtbaar. Als je achter het paard staat heeft het kruis een lichte helling, dakvormig.
    • Wordt het paard te mager dan wordt het paard hoekig, de nek te dun en zijn de ribben zichtbaar. In ernstige gevallen zijn ook de wervels en de heupkop te zien. De helling van het kruis is steiler of zelfs hol.
    • Een paard met overgewicht krijgt rondere vormen, de hals wordt breder en de overgang van hals naar schouder is minder duidelijk. Bij ernstig overgewicht lijken de benen te kort en het hoofd te klein. Dit komt door de zware, brede hals en de diepe, ronde romp. De helling van het kruis verdwijnt. Het kruis wordt plat of rond van boven of zelfs ‘hartvormig’.  In dat laatste geval zie je een geultje op de rug van het paard. Sommige paardenrassen (trekpaarden, Haflingers) hebben een mate van bespiering op de achterhand waardoor ze ook een hartvormig kruis hebben zonder dat ze te dik zijn. Alleen kijken is dus niet voldoende. Door te voelen kan je onderscheidt maken tussen vet- en spierweefsel.

Bekijk de video | BCS paard – totaalbeeld van je paard bekijken

BCS paard - totaalbeeld 2cBCS paard - beeld achterkant 1b

Toelichting foto’s: Dit paard is redelijk goed in verhouding: duidelijke overgang van hals naar schouder, ribben zijn niet zichtbaar, het kruis is licht hellend.

BCS paard - totaalbeeld 1bBCS paard - Achterkant 2b

Toelichting foto’s (2 verschillende paarden):
Paard links: Bij dit paard is het hoofd in verhouding wat klein, de hals iets kort en breed, de overgang van hals naar schouder is duidelijk, de ribben zijn niet zichtbaar.
Paard rechts: het kruis is rond (iets hartvormig).

Terug naar overzicht

Voelen

Je voelt met je vingers naar de dikte van de onderhuidse vetlaag. Je beoordeelt de vetbedekking op 6 locaties:

  1. de nek
  2. de schoft
  3. achter de elleboog
  4. de ribben
  5. de lendenen
  6. naast de staartbasis

Het voelen naar de vetbedekking betekent het verschil voelen tussen spieren en vet. Spieren zijn hard en vet is zacht. Tijdens het voelen maak je een beoordeling: veel, weinig of helemaal geen vetlaagje. Het vet verdeelt zich niet gelijk over alle locaties. Vandaar dat een gemiddelde score niet zoveel zegt. Door ervaring leer je wat veel en wat weinig vet is en krijg je een indruk van het gehele paard.

Locatie 1: de nek

Je voelt de mate van vet in de nek door van je hand een soort schuifmaat te maken en deze over de nek te plaatsen. Zorg dat de manen niet in de weg zitten. Zo meet je hoe breed de nek is. Hoe breder, des te meer vet. Tegelijkertijd voel je naar de mate van soepelheid in de nek. Een mager paard heeft een hele dunne nek. De schuifmaat van je hand sluit zich bijna.

BCS paard locatie 1 - de nek

Is de nek breed, hard en stijf, dan kan dit te maken hebben met insulineresistentie, al dan niet veroorzaakt door PPID (voorheen ziekte van Cushing), en dus een reden van zorg omdat dit het risico op hoefbevangenheid vergroot. Bloedonderzoek is nodig om dat verder uit te zoeken.

Een soepele nek is gunstiger, maar als de nek veel vet bevat, betekent dat ook dat het paard overgewicht heeft. Soms is alleen de nek te breed en heeft het paard over de rest van het lichaam geen overmatig vet. Ook dit kan te maken hebben met PPID (voorheen ziekte van Cushing) of EMS (Equine Metabool Syndroom) of nog een restant zijn van een dikkere periode. Het vet in de nek verdwijnt soms niet. Hengsten hebben vaak een iets stevigere, dikkere nek dan merries en ruinen. Ook barokke rassen (bijv. Andalusiër) hebben van nature vaak meer nekvet. Het is belangrijk dat het soepel aanvoelt. Uiteindelijk gaat het om de verandering van de vetophoping in de tijd. Al heeft het paard een wat brede nek, het is niet de bedoeling dat het steeds breder wordt.

PPID bij paarden

Equine Metabool Syndroom 

 

 

BCS paard - de nek 1bBCS paard - de nek 1a

Toelichting foto’s: Bepaal de breedte van de nek met je hand en voel of het beweeglijk en soepel is of hard en stijf. Een dunne nek is ongeveer 2-3 cm breed, een dikke nek kan wel 8-10 cm breed worden (dit is wel afhankelijk van het ras en grootte van het paard).

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 1: de nek

Terug naar overzicht

Locatie 2: de schoft

Op en naast de schoft voel je naar de vetbedekking. Een mager paard heeft een benige schoft zonder vet. Het voelt vrij hard. Bij een dikker paard voel je links en rechts op de schoft zacht vet. Het is makkelijk in te drukken. Een heel dik paard krijgt door de vetlaag een lage brede schoft.

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 2: de schoft
Vet voelt zacht aan en is makkelijk indrukbaar, met de toppen van je vingers.

Terug naar overzicht

Locatie 3: achter de elleboog

Achter de elleboog voel je bij de meeste paarden een meer of minder duidelijke vetreserve. Alleen vrij magere paarden hebben hier geen vet meer. Een beetje vet is acceptabel. Voel je een grote vetkwaddel en puilt het uit, dan is er sprake van overmatig vet.

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 3: achter de elleboog
Beoordeel met je vingers hoe groot de vetophoping is in het gebied achter de elleboog.

Terug naar overzicht

Locatie 4: de ribben

De ribben van een paard mag je niet zien, maar wel voelen. Tussen de huid en de ribben zelf zit geen spierweefsel. Oftewel, alles wat je wegdrukt om de rib te voelen is vet. Het volstaat niet om het kunnen voelen van de ribben als goed te beschouwen. Bij elk paard kun je de ribben voelen, het is een kwestie van doordrukken. De ribben moeten direct onder de huid voelbaar zijn, zonder dat je ze ziet. Een beetje vet op de ribben is niet erg. Maar een vetlaag van 1-2 centimeter is al redelijk veel. Als je de ribben zo kunt zien, is het paard te mager. Ga je ook de ruggengraat en de wervels zien, dan heeft het paard al veel spierweefsel verloren en is het veel te mager.

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 3: achter de elleboog
Duw subtiel met je vingers op de huid naar de rib en beoordeel de vetlaag.

Terug naar overzicht

Locatie 5: de lendenen

De lendenen (boven de flanken) zijn bij sportpaarden bespierd. Door hier te drukken voel je of het alleen spieren zijn (hard) of dat er een vetlaagje op ligt (zacht). Voel eens aan de broekspieren om te weten hoe spierweefsel aanvoelt. Dan weet je wat het verschil is met vetweefsel. Bij paarden zonder een teveel aan vetbedekking voelen de lendenen redelijk hard aan.

BCS paard locatie 5 - de lendenen 1b

Toelichting foto: Duw met je vingers op de lendenen en voel of het redelijk hard is of zacht; kleine verschillen in vet zijn lastig te voelen op deze locatie.

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 5: de lendenen

Terug naar overzicht

Locatie 6: de staartbasis

De staartbasis is echt een vetdepot. Pas bij redelijk magere paarden zal hier helemaal geen vet meer te voelen zijn. Naast de staart ontstaan dan holten. Neemt het paard meer energie op dan het verbruikt, dan vullen deze holten zich met vet. Is het paard te dik dan puilt het vet naast en boven de staart uit.

BCS paard locatie 6 - de staart 2b

Toelichting foto: Voel naast en boven de staartwortel naar de mate van vet.

Bekijk de video | BCS paard – voelen, locatie 6: de staartbasis

Terug naar overzicht

Geen beoordeling van buikvulling of flanken

Wat je dus niet beoordeelt tijdens de BCS is de omvang van de buik en de vulling van de regio bij de flanken. Een ronde buik kan het gevolg zijn van veel intern buikvet. In dat geval zal ook de vetbedekking onder de huid fors zijn en dus het resultaat uitkomen op de score +2. De buik kan ook rond zijn als gevolg van minder ontwikkelde buikspieren, zoals bij fokmerries, of doordat het paard net een hele dag veel gras heeft gegeten. In dat laatste geval zijn ook de flanken gevuld. Achter de flanken liggen bij het paard de blinde darm (rechter kant) en de dikke darm (linker kant). Deze beide darmdelen zijn heel groot en kunnen dus heel veel ruwvoer bevatten. De vulling in de darmen vermindert snel als het paard een tijdje geen ruwvoer eet. Dan zijn ook de flanken en de buik weer veel minder dik. De buikomvang en flankvulling zijn dus eerder een maat voor de ruwvoeropname en mate van buikspieren dan voor de vetbedekking.

Bekijk de video | BCS paard: geen beoordeling van buikvulling en flanken
De buik is redelijk rond en wat diep. Bij de flanken is geen holte zichtbaar.
Dit paard komt net van de weide. De ribben zijn goed te voelen.

Terug naar overzicht

Weet jij of je paard te dik is - body condition score (bcs) header 2Oordeel vormen: welke score heeft je paard?

Als je het hele paard hebt bekeken en gevoeld, probeer je tot een oordeel te komen. Je kunt soms tussen twee scores uitkomen.

  • Veel paarden in Nederland komen uit op de score +1. Heel vaak is er een redelijke vetbedekking te voelen op een aantal van de genoemde locaties. Een klein beetje vetreserve is niet erg. Zeker niet als het paard bijvoorbeeld in de winter buiten blijft staan of voor een inspannende periode staat (denk aan de dekdienst voor hengsten of het wedstrijdseizoen). Het gaat erom dat je het weet en je bewust bent van de eventuele gevolgen. Het wordt een probleem als je de score +1 als “normaal” gaat zien; dan is de stap vrij klein om het paard nog ietsje dikker te laten worden. In werkelijkheid zit het paard dan al bijna op score +2. En dat is een score waarbij ingegrepen moet worden, omdat het risico op gezondheidsproblemen groot is.
  • Is de score richting -1 of zelfs nog lager, laat dan een dierenarts het paard nakijken. In de meeste gevallen heeft dit namelijk niet te maken met te weinig eten, maar met een gezondheidsprobleem. Als je weet wat de oorzaak van het gewichtsverlies is, kun je gericht het paard op een aangepast rantsoen zetten om het weer dikker te laten worden.
  • Een score van nul is prima! Het paard is in een goed conditie. Toch moet je alert blijven. Het rantsoen en de training blijven nooit altijd hetzelfde; denk aan een nieuwe partij hooi of weidegang in de zomer.

Voer elke 4-6 weken deze body condition score opnieuw en in zijn geheel uit. Soms is het zelfs beter om dit door iemand anders te laten doen. Met een onbevangen blik en gevoel maak je een meer objectieve beoordeling.

Terug naar overzicht

Wat te doen als het mis is?

Heeft je paard geen ideale body condition score dan is de vraag hoe het komt en wat je kan of moet doen om dit te verbeteren. Een kleine afwijking is niet erg.

  • Heeft je paard een score van -1 of +1 en zijn hier aanwijsbare redenen voor, blijf dan je paard controleren om te voorkomen dat het erger wordt of om het te verbeteren. Redenen voor vermagering kunnen zijn dat het paard net uit het wedstrijdseizoen komt, dat het een ouder paard is of dat het paard ziek is geweest. Verplichte stalrust door een blessure kan aanleiding zijn om iets te dik te worden.
  • Heeft je paard een score van -2 dan was dat vast al opgevallen en probeer je met voeding dit te verbeteren. Als je geen of te weinig verbetering ziet, raadpleeg dan tijdig je dierenarts of een voedingsdeskundige voor een dieetadvies.
  • Komt je paard uit op de score +2 dan is het nodig om actie te ondernemen, zodat je paard zijn vetreserves gaat aanspreken. Het is onbekend bij welk vetpercentage paarden insulineresistentie krijgen, dus elk te dik paard loopt in principe dit risico. Uiteraard kun je met bloedonderzoek insulineresistentie laten bepalen. Maar een negatieve uitslag is helaas geen garantie, zeker niet voor de toekomst.

Hoe je paard zijn gezonde gewicht weer kan bereiken, zal ik in een ander artikel uitgebreid toelichten. Een paard gezond laten vermageren is namelijk niet zo eenvoudig. Door een onevenwichtig rantsoen of veel te weinig ruwvoer kunnen weer andere problemen ontstaan. Een goed aanvalsplan en de nodige portie geduld zijn nodig om je paard weer gezond en in een goede conditie te krijgen.

 

Zelf aan de slag met de conditie van je paard | Instructievideo BCS

 

Auteur: Dr. Anneke Hallebeek

 

Nieuwe rubriek

Rubriek Voeding - Paardenarts.nl (1) smartblock

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/body-condition-score-bcs-weet-jij-of-je-paard-wel-of-niet-te-dik-is/