Paardenarts
Aandoeningen & Ziektes
Rhino en het equine herpesvirus (EHV)

Rhinopneumonie (in de volksmond ook wel ‘Rhino’ genoemd) is een besmettelijke virale infectie, veroorzaakt door het equine herpesvirus (EHV). 80-90% van de paarden komt al vóór de leeftijd van 2 jaar met het herpesvirus in contact.

Een infectie met het EHV kan zich uiten in zeer verschillende symptomen; van luchtwegproblemen tot abortus of zelfs verlammingsverschijnselen.

Een besmetting of uitbraak lijkt vaak uit het niets op te duiken en paarden die eenmaal besmet zijn kunnen het virus mogelijk levenslang bij zich dragen. Zo kan een jong paard met verkoudheidsverschijnselen ook abortus bij een drachtige merrie veroorzaken en vice versa.

Paardenarts.nl - Zoetis Rhino-EHV_74 (s)

“Loopt mijn paard risico op neurologische problemen als een ander paard op stal verkouden is?”

“Mijn waardevolle merrie is drachtig, maar we hebben nog nooit problemen gehad op stal, dan hoef ik me toch geen zorgen te maken?”

“Hoe kan de neurologische vorm zomaar ergens opduiken en hoe kan ik dat voorkomen?”

Deze en andere vragen, zoals wat het equine herpesvirus (EHV) doet en hoe je de kans op besmetting kunt verkleining worden in dit artikel besproken.

Voor persoonlijk advies en vragen over EHV kun je het best contact opnemen met je dierenarts. Hij/zij kan advies geven dat afgestemd is op jouw situatie en helpen een gezondheidsplan op te stellen.

± 90% van de paarden is positief voor EHV-4 welke met name rhinopneumonie kan veroorzaken; ± 30% van de paarden is positief voor EHV-1, welke ook abortus of soms EHM kan veroorzaken.

Wat is ‘EHV’?

Het EHV (equine herpesvirus) is het herpesvirus bij paarden. Er bestaan bij paarden wel vijf verschillende typen van dit virus, die ieder weer specifieke aandoeningen kunnen veroorzaken. Hiervan staan met name EHV-1 en EHV-4 in de belangstelling. EHV-1 kan zowel rhinopneumonie (luchtwegaandoeningen) als abortus, neonatale sterfte of de neurologische ziekte EHM (Equine Herpesvirus Myelo-encephalopathie) veroorzaken. Het EHV-1 komt gelukkig veel minder vaak voor dan het EHV-4, welk bijna uitsluitend rhinopneumonie veroorzaakt.

Herkennen | 3 typen symptomen

EHV-1 (en uiterst zelden EHV-4) kan vanuit de luchtwegen naar de rest van het lichaam doorslaan, waar het ontsteking van de bloedvaten veroorzaakt. Zo kan door ontsteking en schade aan de bloedvaten van de baarmoeder abortus optreden, of kunnen er door ontsteking en schade aan de bloedvaten van het zenuwstelsel neurologische problemen ontstaan (EHM).

 

Er zijn 3 ziektebeelden te onderscheiden:

LUCHTWEGPROBLEMEN zien we voornamelijk bij jonge paarden. Zij kunnen heel uitgesproken griepachtige ziekteverschijnselen vertonen, terwijl de infectie bij oudere paarden vaak onopgemerkt verloopt. Zoals bij vele virale infecties, is een verhoging van de lichaamstemperatuur (kan oplopen tot 41°C) een eerste alarmsignaal.

De luchtwegaandoening lijkt erg op griep:

  • neusuitvloeiing (helder tot geelachtig)
  • hoesten (sporadisch)
  • een verminderde eetlust
  • zwelling (oedeem) van de ledematen
  • tekenen van vermoeidheid

De besmetting met EHV heeft meestal 2 tot 10 dagen vóór het optreden van de eerste symptomen plaatsgevonden. Bij oudere paarden blijft de besmetting meestal onopgemerkt met mogelijk wel verminderde prestaties tot gevolg. Ook na klinisch herstel van EHV-1 of EHV-4 luchtweginfecties, ontwikkelen sommige paarden het “poor performance syndroom”.

ABORTUS door het EHV komt typisch in het laatste trimester van de dracht voor. Infectie met het virus kan dan echter al 2 weken tot 4 maanden daarvóór plaatsgevonden hebben. EHV-1 kan het leven van het veulen ernstig in gevaar brengen, aangezien dit virus de meest voorkomende oorzaak is van infectieuze abortus. Meestal zijn er vooraf geen symptomen te merken bij de drachtige merrie. Soms aborteert slechts 1 merrie, maar er kan ook een ‘abortusstorm’ zijn waarbij meerdere merries gaan aborteren. Indien het virus vlak voor de geboorte pas in de baarmoeder terecht komt, kan het veulen alsnog geïnfecteerd raken. In zulke gevallen worden veulens wel voldragen, maar komen na de geboorte snel te overlijden.

Wees steeds voorzichtig bij een abortus en pas de nodige hygiënemaatregelen toe. Het geaborteerde veulen is een enorme bron van virusdeeltjes en kan je andere paarden besmetten.

Bij EHM raken de zenuwcellen door verstoorde doorbloeding en zuurstoftekort beschadigd met de gevreesde zenuwstoornissen tot gevolg. Dit beeld wordt gekenmerkt door o.a. ataxie (wankel lopen) of zelfs verlammingsverschijnselen. Men noemt deze aandoening ook wel de ‘neurologische vorm van rhino’, omdat het dus door hetzelfde virus veroorzaakt wordt. Het optreden van de symptomen kan plots zijn, zonder voorafgaande luchtwegproblemen en gebeurt meestal in de tweede week na besmetting met het virus. De symptomen zijn voornamelijk te zien aan de achterbenen (van slechte coördinatie tot verlamming met de typische hondenzit), alsook een verlamming van de blaas en een slappe staart. Herstel gaat vaak moeizaam en kan maanden in beslag nemen. Indien een paard eenmaal 24 uur niet meer kan staan wordt de prognose zeer slecht en moet vanwege welzijnsredenen euthanasie overwogen worden.

Het beeld van EHV kan dus ook op dat van het griepvirus influenza lijken, echter gedraagt het herpesvirus zich beduidend anders.

Het verschil tussen EHV en influenza

Het influenza virus is een hoog besmettelijk virus dat zich onder de juiste omstandigheden zelfs over enkele kilometers door de lucht kan verspreiden. Het EHV kan zich bij niezen en proesten maar maximaal enkele meters door de lucht verspreiden en heeft vaak direct neus-contact met andere paarden nodig of overdracht via kleding, handen of materialen of bij abortus via de vrucht, het vruchtwater of de placenta.

Het lijkt alsof een besmetting met EHV t.o.v. influenza makkelijker te voorkomen is door enkele hygiëne- en managementmaatregelen in acht te nemen. Niets is echter minder waar. Hier komt namelijk de kracht van het herpes virus om de hoek kijken.

Paardenarts.nl - Zoetis Rhino-EHV_157 (s)

Slapend virus in dragerdieren

Net zoals het humane herpes virus is het EHV in staat om ‘latent’ aanwezig te blijven. Dat wil zeggen dat wanneer een paard het virus krijgt en hier weer van herstelt, het virus in alle gevallen eigenlijk niet verdwijnt, maar in bepaalde cellen van het lichaam verscholen blijft. Het virus is dan inactief en kan op die manier als het ware ’slapend’ aanwezig blijven. Doordat het virus dan slaapt is het paard er niet meer ziek van en zijn de symptomen dus ook verdwenen. Het paard heeft in principe zelf geen last van het slapende virus. Zo’n paard wordt ook wel een ‘drager’ genoemd omdat het paard het virus óók als hij kerngezond is nog levenslang bij zich draagt.

Hoe vindt besmetting plaats?

Besmetting vindt plaats via het vocht dat in de voorste luchtwegen zit. Dit kan via direct neuscontact of door proesten (zo kan het virus zich enkele meters ver verspreiden!). Besmetting kan ook via materialen plaatsvinden als daar virusdeeltjes op terecht komen (kleding, schoeisel, borstels, hoofdstel, voerschep, etc). Denk hierbij ook aan je eigen handen en haren!

Bij een abortus is veel virus aanwezig in het vruchtwater, op de placenta, in het geboorte kanaal en op de vrucht zelf. Dit is een situatie waarin het besmettingsgevaar hoog is en daarom een belangrijk risicomoment voor andere paarden.

LET OP:  Ook al lijkt het paard dan niet per se ziek, het virus zal zich bij een opleving wél weer in de luchtwegen bevinden en kan via het vocht van de neus tóch andere paarden besmetten.

Het ‘latente’ risico

Het virus is in ‘slapende’ vorm niet besmettelijk voor andere paarden. Echter, wanneer de weerstand van de ‘drager’ (het paard) zakt, dan kan het virus daar misbruik van maken door opnieuw actief te worden en zich te vermenigvuldigen. Het virus kan zich dan weer opnieuw naar andere paarden verspreiden. Bij de drager kan dit voor verkoudheidsverschijnselen zorgen, maar het gebeurt ook vaak dat het paard niét opmerkelijk ziek wordt. Uitgesproken griepverschijnselen worden vooral bij jonge paarden gezien, terwijl de infectie bij volwassen paarden vaker onopgemerkt verloopt.

Het is dan ook erg lastig te voorspellen wat het virus gaat doen of waar het gaat opduiken. Bekend is dat bijna alle volwassen paarden antistoffen tegen EHV-4 hebben en ongeveer één derde van de paarden antistoffen tegen EHV-1 heeft. Veel paarden zijn er wel eens mee in aanraking geweest en een deel hiervan wordt drager. Het virus is hiermee wijdverspreid in de paardenpopulatie aanwezig waardoor het logisch is dat klinische verschijnselen van EHV zich op ieder moment ergens in het land voor zouden kunnen doen.

Paardenarts.nl - Zoetis Rhino-EHV_96 header (s)
 

Wat betekent dit risico voor mijn paard?

Dragerdieren kunnen overal voorkomen en tijdens periodes van verminderde weerstand het virus gaan verspreiden. Omdat zowel rhinopneumonie, als abortus, neonatale sterfte en EHM door hetzelfde herpesvirus (EHV) veroorzaakt kunnen worden, kan een paard met rhinopneumonie dus ook abortus bij een drachtige merrie veroorzaken of als je pech hebt EHM bij een ander paard. Vooral EHV-1 vormt hiervoor het grootste risico.

Welke paarden lopen met name risico?

Jonge paarden blijken gevoeliger voor rhinopneumonie dan volwassen paarden en worden hier vaak wat duidelijker ziek van, waarbij ze veel virus uit kunnen scheiden. EHV-1 kan al voorkomen bij veulens van 1 maand oud, mogelijk via de moedermelk. Omdat het belangrijk is voor jonge paarden om sociaal op te groeien, leven ze vaak in groepsverband waarbij ze veel direct contact met leeftijdsgenootjes hebben. Hierdoor kan het virus zich makkelijker door de groep verspreiden. Daarbij maken paarden juist tijdens deze eerste levensjaren een aantal stressvolle periodes mee, zoals spenen, verhuizen, veranderingen in kuddesamenstelling, beleren, etc. Op zulke momenten kan het virus bij een dragerdier weer opnieuw actief worden en zijn de jonge paarden juist vatbaarder om ziek te worden.

Ook show- en wedstrijdpaarden lopen een groter risico. Zij zijn vaker aan intensieve inspanning en/of stress onderhevig waardoor de weerstand kan zakken. Daarbij komen ze vaker in de buurt van vreemde paarden die het virus mogelijk overdragen. Hierdoor hebben ze een grotere kans om het virus op te pikken en te verspreiden.

Vooral op stallen waar zowel jonge paarden als wedstrijdpaarden én drachtige merries staan, is er een verhoogd risico dat (één of meerdere vormen van) rhino opduikt.

Hoe kan ik mijn paard beschermen tegen EHV?

We kunnen enkele preventieve maatregen nemen om het risico op potentiële infectieuze ziektes te verminderen. We benoemen er hier een paar.

Paardenarts.nl - Zoetis Rhino-EHV (2)

Goed management

Een goed management is onmisbaar bij de preventie van het EHV:

 

  • Houd paarden apart in kleine groepjes, zodat mogelijke risico’s tot dat groepje beperkt blijven: jonge paarden (opfok), wedstrijdpaarden/paarden die naar evenementen gaan, fokmerries en overige paarden (paarden die voornamelijk op het erf blijven zoals manege- of pensionpaarden die niet op wedstrijd gaan). Houd nieuwe paarden op het erf eerst 2 weken (liefst 4 weken) in quarantaine.
  • Zorg voor goede ventilatie in de stallen.
  • Zorg voor goede hygienemaatregelen rondom de geboorte van een veulen: laat de merrie in een eigen stal gescheiden van de rest bevallen, laat de placenta na controle afvoeren en zorg tussendoor voor een goede reiniging van de kraamstal en alles dat met het vruchtwater en de placenta in aanraking is geweest. Zorg voor schone handen en kleding voordat je weer naar de andere paarden toe gaat.
  • Bij bezoek aan een paardenevenement is het verstandig om met schone handen, kleding en schoeisel naar het evenement toe te gaan. Na afloop weer even wassen en omkleden voordat andere paarden verzorgd worden.
  • Laat je paard bij voorkeur niet neuzen met onbekende paarden. Probeer de weerstand van je paard hoog te houden. Herken mogelijke stressvolle periodes en hou je paard goed in de gaten. Mocht je twijfelen, neem dan de temperatuur op en bel je dierenarts voor overleg.

Kan vaccinatie helpen?

Vaccinatie kan helaas geen 100% bescherming geven, maar heeft wel voordelen:

  • Paarden worden minder ziek van rhinopneumonie.
  • Paarden scheiden minder virusdeeltjes uit, waardoor de kans op overdracht verkleind wordt. Met name bij veulens, jonge paarden, show- en/of wedstrijdpaarden kan dit een strategisch besluit zijn.
  • Door vaccinatie van alle paarden op een erf creëer je groepsimmuniteit. Zo verklein je de kans op infectie en dus de kans op rhinopneumonie, abortus of EHM op dat bedrijf.
  • Door merries op gezette momenten tijdens de dracht te vaccineren wordt de kans op abortus aanzienlijk verkleind. Het is echter wel belangrijk om te begrijpen dat ook hier vaccinatie geen 100% bescherming kan geven. Vaccineer je alleen de drachtige merrie, let dan op met welke andere paarden de merrie in contact komt! Indien de infectiedruk te hoog wordt (er wordt zo veel virus uitgescheiden door paarden in de omgeving van de drachtige merrie dat de beschermende grens overschreden wordt) dan kan er alsnog abortus optreden. Het wordt daarom aangeraden om drachtige merries in een vast groepje te houden (zie ‘management’) en alle paarden die in contact komen met de drachtige merrie ook te vaccineren om zo groepsimmuniteit te creëren. Denk er hierbij aan dat abortus al vanaf 6 maanden dracht op kan treden en dat besmetting met EHV al 4 maanden daarvoor plaats kan hebben gevonden. Denk dus het liefst vóór de dracht al na over het opbouwen van de groepsimmuniteit.

Omdat iedere situatie weer uniek is, blijft het advies van de dierenarts van groot belang. Raadpleeg je dierenarts voor een passend vaccinatieschema en een goed stalmanagement.

Een vaccin wordt gemaakt om het lijf te doen denken dat er een infectie plaatsvindt, omdat er anders geen antistoffen door het paard gemaakt zouden worden. Ongeacht voor welke ziekte het paard gevaccineerd wordt zal het dus wel even wat te verwerken hebben, waardoor het verstandig is om in overleg met de dierenarts het paard minder intensief te laten werken. Vraag je dierenarts naar eventuele bijwerkingen.

Kan ik vaccineren tegen de neurologische vorm EHM?

Let op: Er bestaat nog geen wetenschappelijk bewijs dat wanneer een paard EHM krijgt dat de symptomen d.m.v. vaccinatie minder erg zullen zijn. Daarvoor moet men namelijk kunnen vergelijken wat er gebeurt als ongevaccineerde dieren en gevaccineerde dieren EHM krijgen. Infectie leidt echter niet zomaar tot EHM, waardoor het lastig is om deze groepen te creëren en te vergelijken. Er kan dus niet gezegd worden dat er geen effect op de symptomen van EHM is, alleen dat men het (nog) niet heeft kunnen aantonen. Wat wél bewezen is, is dat groepsimmuniteit tot een verminderd risico op overdracht en infectie leidt en daardoor ook tot een verminderd risico op EHM .

Kan mijn paard rhino krijgen van de vaccinatie?

Het vaccin bevat dood virus. Dat betekent dat het virus van het vaccin het paard niet actief ziek kan maken. Je paard zal door de vaccinatie dus geen rhinopneumonie, abortus of EHM ontwikkelen, maar gelukkig wél antistoffen aanmaken. Het is dan ook veilig om te vaccineren.

Kan ik ook wachten met vaccineren tot er een uitbraak ontstaat?

Het vaccineren van zieke paarden helpt jammer genoeg niet. Zelfs wanneer je bij een gezond paard met een basis vaccinatie tegen EHV begint is er pas sprake van bescherming vanaf enkele weken nadat deze compleet is. De basisvaccinatie bestaat doorgaans uit twee vaccinaties met 4-6 weken tussentijd.

Marco de Bruijn, Europees Specialist Inwendige Ziekten

Marco de Bruijn, Europees Specialist Inwendige Ziekten en werkzaam bij Dierenkliniek Wolvega (waar in 2018 een grote uitbraak van rhinopneumonie was), is fel voorstander van vaccineren.

Door de hele populatie te enten ontstaat er een geënte deken waardoor het virus veel minder kans maakt. Op stallen waar gevaccineerd wordt, komt rhinopneumonie soms nog wel voor, maar de verschijnselen zijn wel minder heftig.”

 

TIP: Bekijk de video's over rhino en het equine herpesvirus (EHV)

In deze uitgebreide reportage leer je meer over de symptomen, de besmetting en hoe je je paard kan beschermen:

En/of bekijk deze korte video waarin Marco de Bruijn van Dierenkliniek Wolvega je meer vertelt over preventie:

FAQ / Veelgestelde vragen

# Kan een jong paard met verkoudheids-verschijnselen (hoesten, neusuitvloeiing) abortus bij een drachtige merrie veroorzaken?

Het is belangrijk te onthouden dat één en hetzelfde virus, namelijk EHV-1, zowel luchtwegproblemen als abortus als zenuwstoornissen kan veroorzaken. Zo kan bijvoorbeeld het virus,  uitgescheiden door een jong paard met luchtwegproblemen, abortus veroorzaken bij een drachtige merrie, maar het virus van een aborterende merrie kan eveneens de oorzaak zijn van zenuwsymptomen bij een ander paard in de stal. Daarom zal het scheiden van jonge paarden en sportpaarden van de drachtige merries één van de maatregelen zijn om de verspreiding van rhinopneumonie te voorkomen.

 

Veelgestelde vragen over rhino en EHV

# Heeft het zin om een individueel paard op stal te vaccineren tegen rhinopneumonie als de rest het niet doet?

Elke enting zorgt voor een reactie van het immuunsysteem. Het gevaccineerde paard zal antistoffen opbouwen en hierdoor zelf beter beschermd zijn tegen het virus. Om een optimale bescherming te krijgen, moeten echter zoveel mogelijk paarden geënt zijn. Zo bouw je groepsimmuniteit op en verlaag je de infectiedruk. Elk gevaccineerd paard draagt dan dus een steentje bij.

# Is de kans op rhino bij paarden die het merendeel van de dag buiten in de wei en/of paddock staan net zo groot als bij paarden die het merendeel van de dag op stal staan?

Rhinopneumonie is een besmettelijke ziekte, die zich verspreidt tussen paarden via het vocht dat in de voorste luchtwegen zit. Overdracht gebeurt door direct contact met de neusvloei van een besmet paard of indirect contact (virusdeeltjes op kleding, materiaal, in lucht over korte afstand,…)  Dit kan zowel op de weide als op stal. Het risico op besmetting hangt voornamelijk samen met het aantal paarden dat contact heeft met elkaar. Hoe meer paarden bij elkaar en hoe meer contact er mogelijk is tussen de paarden, hoe meer risico op besmetting.

# Hoe weet ik of mijn paard drager is? 

80 tot 90% van de paarden komt al in contact met het equine herpesvirus vóór de leeftijd van 2 jaar. Nadien kan het equine herpesvirus levenslang aanwezig blijven. Bijna alle paarden zijn hierdoor drager. Ze vertonen geen klinische symptomen, maar de infectie kan te allen tijde gereactiveerd worden met uitscheiding en verspreiding van het virus naar andere paarden.

# Kan een paard blijvend letsel overhouden aan rhino?

Ook na klinisch herstel van EHV-luchtweginfecties ontwikkelen sommige paarden het ‘poor performance syndroom’. De prestaties worden nooit meer maximaal. Na een infectie met zenuwstoornissen, kan het herstel eveneens zeer lang duren. Soms leidt dit zelfs tot euthanasie in het geval van volledige verlamming.

# Hoe komt het dat sommige paarden ziek worden / klachten krijgen na de enting?

Een vaccin wordt gemaakt om het lichaam te doen denken dat er een infectie plaatsvindt omdat er anders geen antistoffen door het paard aangemaakt zouden worden. Ongeacht voor welke ziekte het paard gevaccineerd wordt, zal hij dus wel wat te verwerken hebben, waardoor hij tijdelijk lokaal (zwelling) of algemeen kan reageren. Vraag je dierenarts naar eventuele bijwerkingen en advies.

Ondanks dat vaccinatie voordelen heeft mag het duidelijk zijn dat een goed management niet kan ontbreken. Heb je hier vragen over, neem dan contact op met je dierenarts. Hij/zij kan je helpen bij een passende management- en/of vaccinatiestrategie voor jouw stal.

Meer informatie (mét o.a. 5-stappenplan bij een uitbraak
en een vaccinatieschema):

www.rhinobijpaarden.nl

 

Paardenarts.nl kan niet ingaan op (individuele) gezondheidsvragen. Raadpleeg hiervoor altijd je eigen / een dierenarts.