Paardenarts
Paardenvoeding
Ruwvoeranalyse voor paarden

Ruwvoer is het belangrijkste onderdeel van het paardenrantsoen. Het levert veel voedingsstoffen en is meer dan alleen maar buikvulling.

Het analyseren van ruwvoer voor paarden krijgt meer en meer aandacht. Zo weet je beter wat je voert en wat je wel of niet moet aanvullen. Maar wat is een ruwvoeranalyse nou eigenlijk en hoe gaat dat in zijn werk?

Lees hier alles over de ruwvoeranalyse en wat de meerwaarde is voor de gezondheid van je paard.

Wat is ruwvoer?

Ruwvoer is het natuurlijke voedsel voor paarden. Ruwvoer is voer met een hoog vezelgehalte en een bepaalde vezellengte, oftewel structuur. Voor paarden zijn de meest gebruikte ruwvoeders, gras, hooi, graskuil (droge variant), graszaadhooi en luzerne. Daarnaast krijgen paarden soms wat stro als extra “vezelaanvulling” te eten.

 

Snijmais is een ruwvoer dat niet vaak voor paarden wordt gebruikt. Behalve voor het kauwen, is ruwvoer belangrijk voor een goede darmwerking en een gezonde samenstelling van de darmflora. De samenstelling en de voederwaarde van ruwvoer is afhankelijk van de soort plant en van de groeiomstandigheden. Gras, hooi, graskuil en graszaadhooi zijn in principe hetzelfde gewas.

 

Maar de voederwaarde kan zeer sterk uiteenlopen. Nu is gras (Gramineae) een verzamelnaam voor wel 8000 soorten. Niet gek dat de voederwaarde zo variabel is. Luzerne behoort tot een andere familie, de vlinderbloemigen, en heeft specifieke eigenschappen en gehalten.

Ruwvoer stimuleert kauwen en speekselproductie

De structuur is een belangrijke eigenschap van ruwvoer. Bij een bepaalde vezellengte zorgt prikkeling in de wang voor het maken van kauwbewegingen om de vezels te verkleinen. Het verkleinen is nodig voor een goede vertering van het ruwvoer. Het kauwen is voor paarden essentieel vanwege de productie van speeksel, wat weer een buffer is en helpt om maagzweren te voorkomen. Men spreekt ook wel van een “kauwbehoefte”. Krijgen paarden onvoldoende ruwvoer, dan kauwen en knagen ze op andere zaken in de omgeving (kribbebijten).

Als ruwvoer het grootste deel van het rantsoen uitmaakt, is het niet meer dan logisch om te weten wat het paard daarmee aan voedingsstoffen binnenkrijgt.

Variabele voederwaarde van ruwvoer

Het rantsoen voor paarden bestaat voor minimaal 50-60%, maar kan voor 100%, uit ruwvoer bestaan. Als ruwvoer het grootste deel van het rantsoen uitmaakt, is het niet meer dan logisch om te weten wat het paard daarmee aan voedingsstoffen binnenkrijgt.

De voederwaarde kan deels geschat worden op basis van de ruwvoersoort, de uiterlijke kenmerken en gemiddelde waarden uit tabellen. Toch kan het zijn dat de werkelijke waarden sterk afwijken. De spreiding in de voederwaarde kan namelijk heel groot zijn. Dit kan effect hebben op de beoordeling van het rantsoen en zelfs tot een foutief voeradvies leiden (zie voorbeeld). Kennis van de werkelijke voederwaarde verbetert de samenstelling van het totale rantsoen en daarmee de gezondheid van het paard.

Tabel 1. Gemiddelde voederwaarde van verschillende soorten ruwvoer en verschillende kwaliteiten. (Bron: CVB 2013)
Tabel 2. Gemiddelde waarden in 'midden' kwaliteit hooi plus de lage en hoge waarden (min/max) die voor kunnen komen. (Bron: CVB 2013)

Voorbeeldberekening: zekerheid over het voer is beter dan afwachten

Een KWPN-merrie van 10 jaar wordt 5-6 keer per week getraind. Haar rantsoen bestaat uit 10 kg hooi van gemiddelde kwaliteit, plus 1,5 kg sportbrok.

Met 10 kg hooi geef je ongeveer 8,5 kilogram droge stof. Deze merrie van 550 kg heeft minimaal 7 kg droge stof ruwvoer nodig, dus dat is in principe voldoende. Of ze in totaal voldoende energie en eiwit krijgt, is niet geheel zeker.

 

 

Als je niet weet wat de werkelijke voederwaarde is van het ruwvoer kan het rantsoen te weinig of te veel energie en eiwit leveren (zie grafiek 1). De werkelijke voederwaarde van het ruwvoer is niet altijd aan de buitenkant te beoordelen. Uiteindelijk laat de verandering in body condition score en de eventuele vermindering in spieropbouw het gevolg zien. Maar het vergt een nauwkeurige, adequate en regelmatige controle van het paard om beginnende veranderingen in de body condition score waar te nemen en dus tijdig in te grijpen.

 

 

Veelal merkt men veranderingen pas op als ze vrij groot zijn of als er problemen ontstaan. Het mag duidelijk zijn dat het corrigeren van uit de hand gelopen BCS meer voeten in de aarde heeft, dan tijdig het rantsoen aanpassen.

“Een analyse van het ruwvoer geeft zekerheid over het rantsoen en voorkomt problemen.”

Grafiek 1. Voorziening van rantsoen (550 kg merrie en licht werk) op basis van de gemiddelde, minimale en maximale waarden van 10 kg “midden hooi” plus 1,5 kg sportbrok (0,85 EWpa en 90 g VREp per kg).

De kosten gaan voor de baten uit

Het laten maken van een ruwvoeranalyse kost geld. Toch kan deze investering uiteindelijk leiden tot minder voerkosten, een gezonder paard en minder dierenartskosten.

De kosten voor een ruwvoeranalyse met of zonder aanvullend advies van een voeradviseur zijn afhankelijk van de uitgebreidheid van analysepakket en adviesdiensten, tussen de ± € 40,- (zonder advies) en ± € 230,- (uitgebreid pakket en uitgebreid advies). Deze kosten zijn eenmalig per ruwvoerpartij. In een begeleidingspakket van een

voeradviseur kan het jaarlijkse advies goedkoper zijn, omdat de situatie en het paardenbestand bekend zijn.

Door onzekerheid geven veel paardeneigenaren te veel of veranderen te vaak van krachtvoer. Ook maken ze (te)veel gebruik van aanvullende supplementen. De motivatie voor het toevoegen van deze extra’s is gebaseerd op bepaalde klachten bij het paard of enthousiaste reviews van vrienden of stalgenoten. Zelden is vooraf het rantsoen geanalyseerd en doorgerekend. Of een studie gedaan naar de werkelijke achtergrond en onderbouwing van de waarde van het supplement. De totale voerkosten gaan daarmee flink omhoog.

Dus behalve de vraag of de gezondheid van het paard gebaat is bij de supplementen, is het ook de vraag of je geen dief bent van je eigen portemonnee. Met meer zekerheid over de waarde van het rantsoen voor je paard, ben je eerder bereid te stoppen met onnodige supplementen.

Die zekerheid krijg je door het ruwvoer te laten analyseren en het totale rantsoen te laten beoordelen door een voedingsdeskundige.

Rekenvoorbeeld: voerkosten kunnen flink teruglopen wanneer je precies weet wat je moet (bij)voeren

Voerkosten lopen erg uiteen, afhankelijk van de tijd van het jaar (ruwvoer) en de krachtvoer- en supplementensoorten.

Stel dat de huidige voerkosten (zie rantsoen uit het voorbeeld: 10 kg hooi en 1,5 kg krachtvoer) € 4,40/d zijn. Met extra magnesium, vitamine E/Se of een opbouwend supplement met aminozuren komt daar ongeveer € 0,80 tot € 2,00 per supplement per dag bij. Dus bij het gebruik van 2-3 supplementen kunnen de dagelijkse voerkosten oplopen tot € 7,00 – € 8,00 per dag.

Dat zijn hoge kosten, zeker als je niet echt weet of de aanvulling verbetering gaat geven of gezond is voor het paard.

Is het ruwvoer van een lagere voederwaarde dan gemiddeld (en dat kan je aan de buitenkant niet zien), dan krijgt het paard uit het voorbeeld met hooi met lage gehalten (zie grafiek 1, ‘rantsoen min’) te weinig energie en eiwit. Het paard wordt schraler en heeft weinig spieropbouw. Ook de aanvulling met supplementen geven meestal geen verbetering, want de extra toevoegingen zijn onjuist of onvoldoende om dit verschil in energie of eiwit goed te maken. Het paard gaat kwakkelen, de eigenaar is onzeker over de gezondheid van het paard en het is tijd om de dierenarts te raadplegen. Het consult leidt vaak tot meer (bloed)onderzoek en op basis daarvan een behandeling. De kosten kunnen dus vrij snel oplopen. Een dierenarts met voedingskennis (Voedingsconsulent Paard), zal zeker ook het rantsoen nakijken.

Als het ruwvoer direct was geanalyseerd en advies was gevraagd voor dit paard had dit, bij een uitslag met lage waarden, geleid tot aanpassing van het rantsoen. Dit kan op meerdere manieren, maar een mogelijkheid is om het aandeel ruwvoer te verhogen en luzernehooi toe te voegen als extra eiwitbron. Afhankelijk van de mineralisering van de brok is wel of geen aanvullend mineralen- en vitaminensupplement nodig. Dus toch een supplement, maar nu op maat afgestemd op de behoefte van het paard, met verbetering van de gezondheid op de lange termijn. De dagelijkse voerkosten van het aangepaste rantsoen zijn dan ongeveer € 5,50 per dag. Het paard gaat nu niet in conditie achteruit, de spieropbouw kan plaatsvinden (bij de juiste training 😉) en dus is er minder aanleiding om de dierenarts te bellen.

Ruwvoeranalyse, ook bij kleine opslagcapaciteit

“Ik koop elke keer maar een paar baaltjes hooi, het is te duur om dit altijd te laten analyseren…”

 

De beste situatie zou zijn dat bij de aankoop van ruwvoer de analyse aanwezig is. Maar het hooi en kuilvoer wordt gemaakt en verkocht door heel veel verschillende partijen, groot en klein.

De meeste producenten en verkopers zijn (nog) niet gewend een ruwvoeranalyse te doen, alhoewel zij er ook voordeel bij kunnen hebben. Ze kunnen hun dienstverlening verbeteren door een betere match te maken tussen ruwvoer en paard. Want niet elk paard heeft dezelfde kwaliteit ruwvoer nodig tenslotte.

Zolang de analyse niet bij de aankoop inbegrepen zit, is een eigen plan nodig. Bij een kleine voorraadruimte is de opslag beperkt tot een aantal weken en moet je deze voorraad elke keer aanvullen.

Het paard en de vertering kennende is het onverstandig frequent en plotseling van voer te veranderen. Elke nieuwe partij ruwvoer is ook een voerverandering waar je rekening mee moet houden. En dus is het niet verstandig elke paar weken op zoek te gaan naar hooi van weer aan andere aanbieder. Zoek een ruwvoerhandelaar met grote voorraden. Maak een afspraak dat jij gedurende een x-aantal maanden elke paar weken een aantal balen komt halen van één bepaalde partij. Zo heb je altijd hetzelfde voer en loont het toch om een ruwvoeranalyse te laten maken.

Wat is een ruwvoeranalyse?

Bij een ruwvoeranalyse worden verschillende waarden van het voer met laboratoriumonderzoeken bepaald. Betrouwbare resultaten verkrijg je alleen door laboratoria te gebruiken met gevalideerde en goed geijkte methodieken en apparatuur. Een ruwvoeranalyse geeft antwoord op vragen over de kwaliteit en de conservering (risico van bederf) van het ruwvoer. Zo weet je of het ruwvoer niet te veel suiker bevat en veilig is om aan een insulineresistent paard te voeren. Of dat het eiwitgehalte voldoende hoog is om spieropbouw te garanderen. Maar ook hoe het zit met de voorziening van mineralen en spoorelementen. Allemaal zaken die je aan de buitenkant niet kunt aflezen en voor een goede rantsoensamenstelling wel noodzakelijk zijn om te weten.

Wat heb je eraan?

Met de resultaten van deze analysen krijg je inzicht in de voederwaarde van het ruwvoer. Zo weet je of het voer past bij jouw paard. Bij gezondheidsklachten kan het ruwvoer deel van de oorzaak en dus deel van de oplossing zijn. Om het juiste rantsoen samen te stellen, heb je meer inzicht nodig in de kwaliteit en gehalten van het ruwvoer. Met de waarden van de analyse kan een rantsoenberekening gemaakt worden, waarmee je een goed inzicht krijgt of het paard voldoende noodzakelijke voedingsstoffen krijgt. Het voordeel is dat je paard beter gezond blijft, je geen overbodige supplementen hoeft te geven en de dierenartskosten dalen (zie rekenvoorbeeld).

Voor wie is een ruwvoeranalyse zinvol?

  • Voor paarden met gezondheidsklachten
  • Voor de eigenaar met paarden ofwel ruwvoer aankoopt ofwel ruwvoer zelf maakt
  • Voor de prijsbewuste paardenhouder die goed, maar niet teveel wil voeren
  • Voor de opfokstal waarvoor ruwvoer belangrijk is voor een gezonde groei en ontwikkeling
  • Voor een trainingsstal met sportpaarden en fokmerries
  • Voor een pensionstal met variatie aan type paarden (en pony’s)

 

 

Kortom…


Voor iedereen met (hart) voor paarden dus
😊!

Hoe gaat het in zijn werk?

Ruwvoer stuur je op naar een laboratorium en de resultaten ontvang je per email. Ruwvoerpakken of -balen van één partij zijn niet helemaal hetzelfde. Om een goed gemiddeld beeld te krijgen is het belangrijk een representatief monster op te sturen. De uitslag is voor sommigen voldoende duidelijk. Maar in veel situaties is voor de interpretatie van de resultaten een voedingsdeskundige nodig. En maakt de ruwvoeranalyse onderdeel uit van het totale rantsoenadvies in de bedrijfsbegeleiding.

Een representatief ruwvoermonster

Voor de daadwerkelijke analyse is slechts 300 g ruwvoer nodig. Maar waar haal je deze 300 g vandaan om een uitslag te krijgen die klopt bij de hele partij? Een partij ruwvoer komt van een of meerdere percelen en bestaat uit vele pakken of balen. Het gras groeit op het perceel niet overal hetzelfde. Zeker langs bosranden kan het gras van het weiland een andere samenstelling hebben.

Een monsternemer weet precies hoe dat moet. Hij selecteert een aantal pakken of balen en boort met een ruwvoerboor een monster diep uit het pak. Deze monsters worden gemengd en daarvan wordt weer een monster genomen. Zo is de analyse het resultaat van het gemiddelde van de partij.

Neem je zelf het monster, probeer dan ook van verschillende pakken op verschillende plekken wat ruwvoer te plukken.

Dit verzamel je en meng je goed door elkaar. Daarvan ga je weer een aantal monsters nemen. Ook dit meng je weer. Uiteindelijk neem je 300 g en dit verzend je naar het laboratorium. Bij geseald ruwvoer (kuilvoer) is het lastig om zelf meerdere monsters  van diverse pakken te nemen. Als je dit laat doen, worden de gemaakte gaten eenvoudig dicht getapet.

Uit een open pak kan je wel op meerdere plekken ruwvoer verzamelen. Maar als dit pak een afwijkende samenstelling heeft dan de rest van de partij, kan het zijn dat de analyseresultaten niet representatief zijn. Bij een grote voorraad is het raadzaam deze door een monsternemer te laten ‘steken’.

Opsturen en klaar!

Het ruwvoermonster verzamel je in een plastic zak. Deze sluit je goed en zo luchtdicht mogelijk af. Plak er een sticker op met de naam van het monster en verpak het in een doosje. Bij de verschillende laboratoria ontvang je eigen instructies hoe je te werk moet gaan, en waar je het monster naartoe moet sturen. De analyse ontvang je per e-mail. Je kan deze ook direct naar je voeradviseur laten sturen, dat versnelt het voeradvies.

Realiseer je dat een uitslag niet direct een voeradvies is. Hier is vaak nog een vertaalslag voor nodig passend bij het bedrijf en de paarden.

Met het maken van een ruwvoeranalyse krijg je een rapport met een uitslag thuisgestuurd. Wat er op de uitslag staat is afhankelijk van het analysepakket wat je hebt gekozen. Het kan zijn dat je voor de interpretatie van de uitslag een adviseur nodig hebt.

Keuze van de juiste ruwvoeranalyse

De pakketten voor ruwvoeranalyse zijn bij de verschillende aanbieders niet volledig hetzelfde. Er is een eenvoudige analyse (snel- of quickscan) met of zonder mineralen en enkele spoorelementen en uitgebreidere pakketten met meer informatie over de werkelijke samenstelling van het ruwvoer (Weende analyse), de verteerbaarheid en informatie over de conservering (risico op bederf).

Lijst van waarden die in ruwvoer geanalyseerd kunnen worden

Tabel 3. Lijst van waarden die in ruwvoer geanalyseerd kunnen worden. Elke aanbieder heeft verschillende pakketten met een variatie van deze waarden.

Welke ruwvoeranalyse past bij welke situatie?

Voordat je een pakketkeuze maakt is het goed na te denken waar behoefte aan is om een goed voeradvies te kunnen krijgen. Doe dit bij voorkeur samen met je dierenarts of voeradviseur. Een analyse kan informatie geven over de voederwaarde (energie, eiwit en mineralen), de mate van verteerbaarheid, het risico op bederf, de zuurtegraad (kuilvoer), het suikergehalte en de vezelfracties (zie tabel 3).

Maar je hebt niet altijd al deze gegevens nodig. Vandaar dat er verschillende pakketten zijn waar je uit kan kiezen. De samenstelling van de pakketten verschilt bij diverse aanbieders. Hoe meer informatie je hebt van een analyse des te nauwkeuriger is het ruwvoer in een rantsoen te passen en weet je of het geschikt is voor het paard. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen een deel van de waarden zelf te schatten en een slechts een deel te laten analyseren.

Op basis van de structuur en stengeligheid van het product is een redelijke schatting te maken van het energiegehalte. Het eiwit- en zeker het suikergehalte zijn echter veel minder of nauwelijks betrouwbaar te schatten.

Bij een voorraad voor een langere tijd loont een uitgebreide analyse eerder dan bij een voorraad die in een paar weken op is.

Snel- of quickscan

Een beperkte analyse (snel- of quickscan) kan geschikt zijn om te weten of het suikergehalte of het eiwitgehalte passend is voor het paard. Zeker voor paarden met insulinedysregulatie (voorheen insulineresistentie) is het eigenlijk altijd een ‘must’ om de suikerwaarde van het ruwvoer te kennen. Maar ook voor sportpaarden is het belangrijk om zeker te weten dat het ruwvoer niet tot een eiwittekort leidt. Bij de verschillende aanbieders zal de uitslag van de scan variëren. Zo zal de ruwe celstof bij de ene wel en bij anderen niet meegenomen worden en kan het eiwit als ruw eiwit of als verteerbaar ruw eiwit worden gegeven. Deze variaties helpen bij het inschatten van de kwaliteit van het ruwvoer. Heb je een snel verloop in de voorraad, ook dan kan een beperkte analyse zeer nuttig zijn om het rantsoen op orde te maken en tijdig te corrigeren; door met meer of minder krachtvoer energie en eiwit aan te vullen.

 

Voorbeeld (uit Quickscan Horse Feed, Dumea Agro Advies)

Uitgebreidere analyse(s)

Bij kuilvoerpakken is het interessant te weten wat de kwaliteit en het risico op bederf is. Het droge stofgehalte, de zuurtegraad en het ammoniakgehalte geven daar informatie over. Dit kan helpen in de voerstrategie door bij een hoger risico de voerpakken sneller op te voeren (of als het al te veel bedorven is niet meer te gebruiken). De energiewaarde van het ruwvoer is een totaal van het vezelgehalte, de suikerwaarde en mate van verteerbaarheid (verteringscoëfficient).

Met een uitgebreidere analyse heb je meer inzicht in de achtergrond van de energiewaarde en het effect van het ruwvoer op de gezondheid van het paard.

Het aandeel ruwe celstof geeft aan voor welke paarden het ruwvoer het best geschikt is. Een hoog ruwe celstofgehalte dwingt tot meer en langer kauwen, maar levert minder energie dan een laag ruwe celstofgehalte. Voor paarden die veel energie nodig hebben of die minder goed kunnen kauwen is een lager ruwe celstofgehalte een betere keuze.

De verdeling van de vezelfracties (NDF, ADF, ADL) geven aan welk deel van de vezels wel of niet snel afbreekbaar zijn en dus wat het effect is op de darmflora. Dit kan helpen om het ruwvoer te beoordelen voor paarden met verteringsklachten of voor oudere paarden met gebitsproblemen.

De mineralen en spoorelementen in het ruwvoer kunnen zeer variabel zijn en dus van invloed op de voorziening voor het paard. Het kan zelfs aan het licht brengen of bepaalde waarden niet veel te hoog zijn. Dit is soms het geval met ijzerwaarden. Zeker op de langere termijn is het ruwvoer dan niet gezond. In veel gevallen zijn de waarden van met name een aantal spoorelementen onvoldoende. Door exact te weten wat de paarden met ruwvoer wel binnen krijgen, is een passende aanvulling met krachtvoer of supplement te maken. Vooral voor paarden die hoofdzakelijk met ruwvoer gevoerd worden, is kennis hierover belangrijk en is een uitgebreide analyse zinvol.

Geen analyse van vitaminen

Zoals je ziet ontvang je geen analyse van de vitaminen in het ruwvoer. Dat is niet omdat ze er niet inzitten. Ruwvoer levert caroteen wat omgezet wordt in vitamine A, het bevat vitamine D en vitamine E. Dit zijn alle drie noodzakelijke vitaminen voor het paard. Het analyseren van vitaminen is een hele kostbare aangelegenheid. En daarbij is het resultaat echt alleen een momentopname. Want na langere tijd bewaren hebben de vitaminen minder activiteit en dalen de gehalten. Beter is om deze te schatten en ook de bewaartijd in deze schatting mee te nemen om het rantsoen op de juiste wijze te optimaliseren.

“Ruwvoer is het belangrijkste onderdeel van het totale rantsoen, maar erg variabel. Laat het ruwvoer analyseren en maak het rantsoen passend op de behoefte van het paard. De situatie en gezondheid van het paard zijn medebepalend voor de keuze van het analysepakket. Overleg de uitslag met je dierenarts of voedingsdeskundige zodat je de juiste maatregelen kan nemen om problemen te voorkomen.”

Onze partner Dumea Agro Advies

Dumea Agro Advies is gespecialiseerd in landbouwkundig onderzoek op het gebied van o.a. ruwvoer, mest, grond en water en biedt diverse kwalitatieve analysepakketten.

Kies uit verschillende ruwvoer analysepakketten. Van de vernieuwde (!) Horse Feed Quickscan tot een uitgebreide analyse met mineralen en sporenelementen. Dumea Agro Advies maakt gebruik van gecertificeerde laboratorium analysemethoden. Je ontvangt (evt. samen met je adviseur) een duidelijke en bruikbare rapportage over de kwaliteit van je ruwvoer.

Meer informatie

Bekijk hier de verschillende ruwvoeranalysepakketten:

NAAR RUWVOER ANALYSEPAKKETTEN

Paardenarts.nl kan niet ingaan op (individuele) gezondheidsvragen. Raadpleeg hiervoor altijd je eigen / een dierenarts.