Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard?

Welk voer geef ik mijn paard - header

Als je in een winkel staat of op internet zoekt is het heel begrijpelijk dat je soms geen idee meer hebt welk voer je moet kiezen om aan je paard te geven. Wat een keuze is er! En het bizarre is dat ‘aanvullend voer’, zoals we krachtvoer horen te noemen, niet eens altijd nodig is én letterlijk slechts een aanvulling is op het belangrijkste deel van het rantsoen, namelijk het ruwvoer.

Ruwvoer en krachtvoer, twee voercomponenten van het rantsoen. Wat is wat? Wat is nodig? En hoe maak je een goede keuze? Want laten we eerlijk zijn, iedereen wil uiteindelijk het beste voor zijn paard. Maar als alle fabrikanten beweren het beste voer te produceren, wat moet je dan kiezen?

In dit artikel lees je meer over voeding voor paarden:

Advertentie

Het ruwvoer is de basis!

Ruwvoer vormt het fundament voor de opbouw van een gezond rantsoen voor je paard. Deze basis moet dus van een goede kwaliteit zijn en passen bij wat je paard nodig heeft. Omdat ruwvoer zo essentieel is zou dit eigenlijk veel meer aandacht moeten krijgen, maar omdat dit commercieel minder interessant is worden voor ruwvoeders geen grote marketingstrategieën opgezet, zoals dat voor krachtvoer wel gebeurt. Ruwvoer wordt gemaakt of ingekocht (vaak in het buitenland) door fourageerbedrijven, boeren of door paardenhouders zelf.

Omdat ruwvoer een natuurproduct is, kan de kwaliteit elke keer anders zijn. Maak je het ruwvoer zelf dan heb je veel kennis nodig van graslandbeheer, het gewenste maaistadium en het geschikte moment om hooi- of kuilpakken maken. Je weet in ieder geval dat het niet eenvoudig is om altijd het perfecte ruwvoer te produceren.

Koop je ruwvoer bij een ander dan moet je vooraf goed weten waar je naar op zoek bent. Ook hier is weer enige kennis voor nodig. Wil je liever hooi of ingepakt voer? Welk maaistadium zoek je? Jong of oud gras? En hoe bepaal je dat?

Terug naar overzicht

Wat is ruwvoer?

Ruwvoeders zijn voedermiddelen met een hoog ruwecelstofgehalte en een vezellengte die het kauwen bevordert (bij paarden tenminste twee centimeter), zoals gras, hooi, graszaadhooi (‘gedorst’), kuilvoer (‘voordroog’), snijmais, luzerne en stro.

Veruit de meest gebruikte ruwvoersoorten voor paarden zijn hooi en kuilvoer. Kuilvoer is een term die niet altijd voor hetzelfde product gebruikt wordt. In plastic verpakt ruwvoer kan droog tot zeer droog zijn (‘haylage’) of vochtrijker en zuurder (kuilvoer of ‘voordroog’). Deze verschillen hebben vooral te maken met de droogperiode op het land en het gevolg daarvan op het productieproces. Door aan het product te voelen (hoe droog?) en te ruiken (hoe zuur?) is dit onderscheid te maken. Uiteindelijk gaat het erom of je kunt beoordelen welk product geschikt is voor jouw paard. Dat kan hooi, haylage of kuilvoer zijn.

Terug naar overzicht

Wat is kuilvoer en wat is hooi?

Voor de productie van kuilvoer wordt het gras gemaaid waarna het eerst enkele dagen op het land blijft liggen zodat het (voor)droogt. Deze droogperiode is korter dan voor het maken van hooi. Er zit een verschil tussen kuilvoer voor rundvee en paarden: omdat tijdens de droogperiode voederwaarde verloren gaat probeert men bij de productie van rundveekuilvoer de droogperiode zo kort mogelijk te houden, omdat koeien veel energie en eiwit nodig hebben. Kuilvoer gemaakt voor koeien kan koliek bij paarden veroorzaken en is voor hun dus niet geschikt; paarden hebben juist minder rijk voer nodig, dus kan men het gemaaide gras langer laten drogen.

Ook het tijdstip van maaien is anders. Voor de productie van rundveekuilvoer maait men als het gras nog veel blad bevat. Voor paarden laat men het gras doorgroeien tot het (bijna) in bloei staat. Tijdens de droogperiode wordt het kuilvoer geschud en over het land verspreid. Wanneer het droog genoeg is, wordt het gras tot balen geperst en in plastic gewikkeld. Het doel is om zó strak te persen dat er geen zuurstof meer in zit en bij kan. In die omstandigheid gedijen de melkzuurbacteriën goed. Zij gaan vermeerderen en zetten suikers om in melkzuur waardoor het product zuurder wordt. Op deze manier wordt het gras geconserveerd. Naast de melkzuurbacteriën leven er ook boterzuur- en rottingsbacteriën (die eiwit omzetten in ammoniak) op het gras. Als deze bacteriën de overhand krijgen bederft het voer. Dit kan gebeuren als het gras onvoldoende is gedroogd.

Kuilvoeder gemaakt voor paarden heeft een redelijk hoog drogestofgehalte (afgekort als ‘ds’) van 60 tot 75%. Dat wil zeggen dat er niet meer dan 25 tot 40% vocht in zit. De zuurtegraad heeft een pH-waarde tussen de 5,4 en 6,5. Dit in tegenstelling tot kuilvoer gemaakt voor koeien die een pH waarde heeft van minder dan 5 tot 5,2. De verzuring is een gevolg van de productie van melkzuur door de melkzuurbacteriën en beschermt het product tegen bederf. De conservering in paardenkuil is een combinatie van lichte verzuring en droging, of van droging alleen (dan krijg je in principe hooi). Als het product redelijk droog is, is de kans op groei van schadelijke micro-organismen minder groot, maar kunnen de melkzuurbacteriën ook niet groeien en kan verzuring dus niet bijdragen aan de conservering. Is het droge stofgehalte minder dan ± 75%, dan kan broei eerder optreden en kunnen schimmels groeien.

Voor de productie van hooi wordt het gras gemaaid en op het land gedroogd tot er bijna geen water meer inzit. Hooi is dus zongedroogd gras met een drogestofgehalte van 80-85%. Tijdens het droogproces wordt het enkele malen geschud. Wanneer het hooi droog genoeg is wordt het in balen geperst en kan het bewaard of opgevoerd worden. Omdat hooi langer op het land moet blijven, hebben de weersomstandigheden meer invloed; bij regen moet het nog langer blijven liggen om weer te drogen. Hierdoor gaat de kwaliteit achteruit en stijgt het risico op schimmelgroei. Hooi moet om diezelfde reden ook droog opgeslagen worden in een goed geventileerde ruimte.

Terug naar overzicht

Houdbaarheid van hooi en kuilvoer

De drogestofwaarden van kuilvoeders voor paarden zijn in de praktijk zeer variabel (30 tot 80%) en daarmee varieert ook de mate van conservering en de houdbaarheid. Door alle factoren die invloed kunnen hebben op het productieproces zijn de kwaliteitsverschillen in kuilvoer voor paarden, of ‘gesealed’ ruwvoer, erg groot. Ook de kwaliteit van hooi kan erg verschillen. Als eigenaar of voerder van het paard heb je dus een grote verantwoordelijkheid in de controle van het ruwvoer. Is de kwaliteit geschikt voor het betreffende paard en is er geen sprake van bederf? Dit vergt dagelijks de aandacht.

Grootpak beschadigd hersteld plakband

Beschadiging van een groot pak kuilvoer is weer hersteld met duct tape.

Goed opgeslagen hooi  kan langer dan een jaar houdbaar blijven. De waarden van caroteen (groenkleur en voorloper van vitamine A) en vitamine E gaan hierbij wel achteruit. Tijdens de opslag ontstaat bovendien stof op en in het hooi en niet alle paarden kunnen hier tegen. Stoffig hooi met schimmelsporen kan ook een allergische luchtwegaandoening veroorzaken.

Een open pak kuilvoer is normaal gesproken maximaal een week houdbaar, maar dit is sterk afhankelijk van het drogestofgehalte, de mate van conservering en de omgevingstemperatuur.

Als een pak kuilvoer beschadigt raakt dan kan door zuurstof bederf optreden. Zolang het bederf lokaal is, kun je dit weghalen. Beoordeel of de rest nog goed is. Soms is de conservering niet gelukt, of zit er teveel zand in. Dan is het hele pak onbruikbaar. Laat nooit je paard de keuze maken of het ruwvoer wel of niet bedorven is. Helaas eten veel paarden ook beschimmeld voer graag op, met als gevolg koliek of diarree!

Ruiken aan natuurhooi | welk voer geef ik mijn paard?

Ruik aan ruwvoer om de kwaliteit te beoordelen. Het ruwvoer hoort een frisse geur te hebben (of fris-zurig voor kuilvoer).

Wanneer een pak kuilvoer beschadigd raakt is het dan ook het beste om het gat meteen weer goed af te dichten (bijvoorbeeld met behulp van enkele lagen duct tape) om bederf te minimaliseren. Goed verpakt is kuilvoer net zo lang houdbaar als hooi.

Ook in hooi komt schimmel en stof voor. Het voordeel van hooi is dat je makkelijker kunt zien of het oud, muffig of bedorven is omdat er geen plastic omheen zit. Om kuilvoer te beoordelen zou het plastic opengemaakt en weer afgedicht moeten worden, wat door luchtintreding een risico op broei en schimmel met zich mee brengt. In het algemeen geldt dat ruwvoer binnen een jaar moet worden opgevoerd.

Terug naar overzicht

Hoe verschilt de voedingswaarde van hooi en kuilvoer?

Omdat kuilvoer minder lang op het land ligt en minder vaak wordt geschud dan hooi wordt er aangenomen dat dit minder voedingswaarde verliest. Door het schudden blijven kapotgeslagen fijne bladrijke delen namelijk op het land achter. In werkelijkheid zijn de energie- en eiwitwaarden van hooi en kuilvoer voor paarden niet zo verschillend; kuilvoer is lang niet altijd rijker. Dit komt doordat de verliezen tijdens het drogen relatief klein zijn, zeker bij wat langer doorgegroeid gras, en dus niet echt merkbaar zijn in de voedingswaarden. Dat neemt niet weg dat er kwaliteitsverschillen zijn in ruwvoer. Deze hebben voornamelijk te maken met het moment van maaien en zijn zichtbaar en voelbaar in het product. Dat geldt dus zowel voor hooi als kuilvoer.

Uiteindelijk gaat het erom wat de geschatte voederwaarde is en of er geen schadelijke elementen in het voer zitten zoals zand, giftige planten of schimmel.

Drie soorten hooi

De smakelijkheid van ruwvoer is niet altijd goed voorspelbaar, meestal eten paarden bij voorkeur jong en fijn ruwvoer, maar dit wil niet zeggen dat dit altijd de beste keuze is voor hun gezondheid op de langere termijn.

Terug naar overzicht

Gras

Hoewel de energiewaarde net zo hoog kan zijn als van krachtvoer behoort gras natuurlijk ook bij de ruwvoeders. Daaruit blijkt wel dat de energiewaarde niet bepaalt of een voersoort tot de ruwvoeders of aanvullende voeders behoort.

Naast energie levert gras ook redelijk veel eiwit. De hoeveelheid eiwit in het gras is afhankelijk van de groeifase (jong en bladrijk gras bevat meer eiwit dan lang en stengelig gras) en de mate van bemesting (meer bemesting levert een hoger eiwitgehalte op in het gras). Ook bij minder bemeste graslanden en graslanden ingezaaid met minder snel groeiende grasplanten is de eiwitvoorziening meestal ruim voldoende. Helemaal geen bemesting gebruiken kan tot gevolg hebben dat de grasplanten onvoldoende groeikansen hebben en dat onkruiden de overhand krijgen, wat uiteindelijk nadelig is voor de kwaliteit van je grasland. Gras in Nederland bevat redelijk lage gehalten aan koper, selenium en soms zink. Het caroteengehalte, voorloper van vitamine A, is hoog, het vitamine E gehalte is redelijk hoog, maar het bevat weinig vitamine D. Het langdurig voeren van ruwvoer (en dus ook gras) zonder aanvullend supplement of krachtvoer geeft een reële kans op tekorten. Kies dus een geschikt vitamine-mineralen brokje of krachtvoer uit, ook als je paard veel weidegang krijgt. Krachtvoer kan alleen als je paard dan niet te dik gaat worden. Een supplement levert geen extra energie, dus je paard wordt daar niet dikker van.

Terug naar overzicht

Kwaliteit en voedingswaarde van gras

maaisnede gras (Anneke Hallebeek)

Figuur 1: maaisnede van jong bladrijk gras naar ouder gras met meer stengel en bloeiwijze.

Het maaistadium van het gras kan kort (jong gras), gemiddeld, of laat (oud gras) zijn (figuur 1). De voedingswaarde van gras verandert naarmate het langer doorgroeit. De energiewaarde is omgekeerd evenredig aan het ‘ruwe celstof gehalte’. Grof hooi met veel ruwe celstof levert dus minder energie aan het paard dan fijn en zacht hooi. Dit heeft te maken met de toename van het aandeel onfermenteerbaar lignine (houtstof, “verhouting”) tijdens de groei. Lignine zorgt voor de stevigheid van een stengel wanneer deze langer wordt. Wanneer je in een plukje ruwvoer knijpt, voelt grof ruwvoer met veel ruwe celstof steviger en dus stengeliger aan dan fijn en zacht ruwvoer. Jong gras bevat dus minder ruwe celstof en meer energie dan gras dat gebloeid heeft. Ruwvoer met een hoog energiegehalte heeft meestal ook een hoog eiwitgehalte, omdat jong bladrijk gras eiwitrijk is.

Hooi en kuilvoer zijn in drie groepen te verdelen: grof, middel en fijn. Het verschil tussen deze kwalificaties is te zien en te voelen (zie Tabel 1).

Tabel 1 Beoordeling van ruwvoerkwaliteit (Anneke Hallebeek)

Tabel 1: Beoordeling van ruwvoerkwaliteit

Terug naar overzicht


Ruwvoer van onbemeste (natuur)gebieden

Hooi afkomstig van natuurgebieden of beheersgebieden kan op zich prima ruwvoer voor paarden zijn. Zonder bemesting groeit het gras op schrale gronden langzaam en levert ruwvoer met weinig voedingswaarde.

Jacobskruiskruid

Jacobskruiskruid

Hooi van langzaam gegroeid gras is sprieterig, de stengels zijn dun maar stevig en geeft dus wel “prik”. Dit type hooi of kuilvoer heeft een relatief laag energie- en eiwitgehalte, terwijl het suikergehalte soms erg hoog kan zijn.

Hooi met lage energie- en eiwitgehalten kan gebruikt worden voor paarden die weinig nodig hebben, zoals sobere paarden of paarden met overgewicht. Als het paard echter insulineresistentie heeft kan suikerrijk hooi een oorzaak zijn van hoefbevangenheid.

Ruwvoer van extensief beheerd land bevat naast gras vaak ook andere planten die soms giftig kunnen zijn voor paarden, zoals Jacobskruiskruid (zie foto).

Lees meer over giftige planten

 

Zie ook: Tabel 3: Gemiddelde gehalten per kilo droge stof (kg/ds)

 


Terug naar overzicht

Andere ruwvoersoorten

 

Graszaadhooi

Een aparte hooisoort is graszaadhooi, of gedorst hooi. Dit is een restant van de graszaadproductie. Wanneer het gras lang doorgroeit, in bloei staat en zaden vormt, kunnen die zaden vervolgens geoogst worden. De overblijvende halmen zijn zeer vezelrijk en matig verteerbaar vanwege het hoge ligninegehalte. Vanwege de lage energie- en eiwitgehalten vormt graszaadhooi een zeer geschikte aanvulling voor de kauwbehoefte van sobere paarden of paarden met overgewicht, die beperkt gevoerd moeten worden. Graszaadhooi kan dus ook bijgevoerd worden om verveling tegen te gaan. Vanwege de trage fermentatie draagt graszaadhooi een risico voor verstoppingskoliek met zich mee.

De graszaden gebruikt voor de graszaadproductie kunnen behandeld zijn met endofyten. Endofyten zijn schimmels die gebruikt worden om het gras te beschermen. Voor paarden kunnen deze endofyten echter schadelijke effecten hebben. Endofyten produceren een giftige stof (mycotoxine); lolitrem. Als deze in het hooi achterblijft krijgen paarden neurologische klachten, bekend als raaigraskramp of rye grass staggers. De klachten verdwijnen bij het stoppen van het voeren van dit hooi. Bij de aankoop van graszaadhooi is het daarom belangrijk om een bewijs te vragen dat er geen endofyten zijn gebruikt.

Terug naar overzicht

Luzernehooi

Luzerne valt onder de vlinderbloemigen (net als klaver). De plant bestaat uit vrij grove stengels met fijnere takjes, blaadjes en bloemetjes. In vergelijking met gras, kuilvoer en hooi heeft luzerne een hoger eiwit- en calciumgehalte. Het eiwit zit vooral in de blaadjes (net als bij gras). In Nederland geproduceerde luzerne wordt kunstmatig gedroogd. Tijdens het droogproces verpulveren de fijnere blaadjes tot poeder. Omdat hierdoor het eindproduct erg stoffig wordt en uitzakt, kan met wat olie of melasse het geheel tot een gelijkmatig product gemengd worden. De luzerneblaadjes kunnen ook geperst als brokje met de stengels vermengd worden. Luzernehooi is een vezelrijke en eiwitrijke aanvulling op het rantsoen en kan gebruikt worden om eiwitarm hooi te compenseren voor bijvoorbeeld sportpaarden en als extra eiwitbron voor fokmerries. Omdat het calciumgehalte ten opzichte van het fosforgehalte hoog is (5:1), is het als enig ruwvoer minder geschikt voor opgroeiende paarden. In combinatie met andere ruwvoersoorten is ook voor deze groep een goed rantsoen met luzerne te maken.

Terug naar overzicht

Ruwvoercheck: geschikt of ongeschikt

Met kijken (kleur, blad, stengeligheid, bloeiwijze en bederf), ruiken (fris, kruidig, zuurtegraad en bederf) en voelen (stengeligheid en mate van droogte) kun je je een goed beeld vormen van de kwaliteit van het ruwvoer. Met het paard in je achterhoofd, weet je vervolgens of het betreffende voer past bij het betreffende paard (zie Tabel 2).

Tabel 2 Selectie ruwvoerkwaliteit per paard

Tabel 2: Selectie ruwvoerkwaliteit per paard

Terug naar overzicht

Ruwvoergehalten en ruwvoer analyse

Voor een grove schatting kan gebruik gemaakt worden van Tabel 1. Wil je het rantsoen exact samenstellen, laat dan een analyse van het ruwvoer maken.

Tabel 3 Gem.gehalten per kg ds in ruwvoer (bron CVB-reeks 51, 2013) met legenda

Tabel 3: Gemiddelde gehalten per kg ds (min-max) in ruwvoer gebaseerd op uitslagen van analysen van ruwvoermonsters paardenvoer (Bron: CVB-reeks 51, 2013)

 

In Tabel 3 staan de gemiddelde waarden van enkele gehalten van ruwvoeders. Fijn ruwvoer (hooi of graskuil) bevat een lager ruwe celstofgehalte en een hoger energie- en eiwitgehalte dan midden of grof ruwvoer. De minimale en maximale waarden van de verschillende kwaliteiten laten een grote spreiding zien. Op basis van het ruwe celstofgehalte, dat je met enige oefening kan beoordelen door te kijken en te voelen, kun je een inschatting maken van de kwaliteit (grof-midden-fijn). Het kan echter wel zo zijn dat de gemiddelde waarden uit deze tabel voor energie, eiwit of suiker niet overeenkomen met de werkelijkheid.

Wanneer je paard meer of minder voer nodig heeft om in conditie te blijven dan je op basis van een berekening dacht, wijkt de energiewaarde waarschijnlijk af. Een afwijkende eiwitwaarde, met name een zeer lage eiwitwaarde, zie je pas aan je paard zodra bijvoorbeeld de bespiering achteruit gaat of de weerstand vermindert (dit kan ook door andere oorzaken komen). Zie hier de motivatie om ruwvoer te laten analyseren! Dit geldt helemaal voor paarden die vanwege insulineresistentie weinig suikers mogen. Het suikergehalte in ruwvoer mag voor deze paarden niet meer zijn dan 100 gram per kilogram droge stof. Helaas is het suikergehalte zonder analyse heel moeilijk te schatten. Gezien de gemiddelde waarden in ruwvoer kom je normaalgesproken uit op grofstengelig ruwvoer, maar ook daarbij zijn vrij grote verschillen zichtbaar.

Ook de waarden van mineralen en spoorelementen in ruwvoer kunnen behoorlijk variëren. Omdat voor alle paarden het ruwvoer de basis van het rantsoen moet zijn, en het overgrote deel of zelfs alle energie moet leveren, is een analyse een uitstekend uitgangspunt om de aanvulling met krachtvoer of een supplement op te baseren. De analyseresultaten ontvang je meestal van een laboratorium zonder concreet advies. Laat een voedingsdeskundige of dierenarts de situatie beoordelen, want de aanvulling is uiteraard afhankelijk van het type paard, de prestatie en eventuele dracht, lactatie of groei.

Terug naar overzicht 

Aanvullende voedermiddelen | ‘krachtvoer’

Alle overige voedermiddelen voor paarden vallen onder de aanvullende voedermiddelen, omdat ze simpelweg geen compleet voer zijn voor een paard. Dit geldt voor:

  • Muesli
  • Granen
  • Zemelen
  • Bietenpulp
  • Alle supplementen
Voerschep brokken

Voerschep met brokken

emmer krachtvoer

Emmer muesli

Toelichting foto’s: Een voerschep brok weegt ongeveer één kilo, terwijl een voerschep muesli soms maar 600 gram weegt. Bij muesli zie je de ingrediënten, maar dit betekent niet per se dat de samenstelling anders is dan die van brok.

 

Brok en muesli bevatten verschillende ingrediënten en behoren dus tot de samengestelde aanvullende voeders. Enkelvoudige aanvullende voeders zijn bijvoorbeeld haver, zemelen, lijnzaad, spelt en bietenpulp.

Terug naar overzicht

Waarom krachtvoer?

Voor veel paarden en pony’s levert ruwvoer in combinatie met een vitamine-mineralen supplement voldoende voedingsstoffen. Krachtvoer is nodig als een paard:

  • met ruwvoer niet op gewicht blijft (door een slechte kwaliteit ruwvoer, door gebits- of verteringsproblemen of door een hoge energiebehoefte),  of;
  • als een paard voor de sportprestatie baat heeft bij energie in de vorm van extra vetzuren of makkelijk verteerbare koolhydraten.

Terug naar overzicht

Voedingswaarde van krachtvoer

Advertentie

Het onderscheid tussen brok en muesli is vooral de kauwtijd op het voer. Op muesli kauwen paarden iets langer dan op brok, zeker als er losse vezels zijn toegevoegd, zoals luzernestengeltjes. De grondstoffen in muesli en brok kunnen gelijk zijn, maar voor brok wordt alles gemalen en geperst.

De keuze en het aandeel van de verschillende grondstoffen bepalen uiteindelijk de energie-en eiwitwaarde en de soort energie (zetmeel en suikers, vezels of vetten). Het eiwit-, zetmeel-,  suiker- en vetgehalte geven een indicatie van de voederwaarde en de geschiktheid voor het paard. Het beoordelen van de hoeveelheid mineralen en vitaminen is een stuk lastiger. De benodigde aanvulling is namelijk afhankelijk van de rest van het rantsoen en de behoefte van het paard.

Brok en muesli zijn verrijkt met een premix van mineralen, spoorelementen en vitaminen. Dit ontbreekt bij gebruik van granen als krachtvoer. Een enkele keer is een premix, in de vorm van een klein brokje, toegevoegd aan een granenmix.

Terug naar overzicht

Het voerlabel

Op het voerlabel staan alle ingrediënten genoemd op volgorde van gebruikte hoeveelheid. De meest gebruikte grondstoffen voor paardenvoer zijn granen, graanbijproducten, oliehoudende zaden en bijproducten daarvan, producten van de suikerindustrie, groenvoeders en plantaardige vetten.

Met kennis van voedermiddelen en de voedermiddelen industrie kan een voer beter beoordeeld worden.

Bij meer gebruik van granen, zoals haver, gerst, tarwe of maïs, zal het voer een groter aandeel snel beschikbare energie in de vorm van zetmeel en suikers bevatten dan wanneer het hoofdbestanddeel een bijproduct is van de graanindustrie, zoals tarwegries. Tarwegries is, net als tarwezemelen, een deel van de schillen of het kaf van de tarwekorrel. Het zetmeel haalt men eruit (voor humane producten zoals tarwebloem) en de restanten vormen de grondstof voor diervoeders. Tarwegries bevat minder zetmeel en suikers dan de hele graankorrel. Met sojabonen of sojaschroot als grondstof stijgt de eiwitkwaliteit van het voer en levert het meer essentiële aminozuren aan het paard.

De verplichte analytische bestanddelen op het voerlabel zijn gehalten van:

  • ruw eiwit
  • ruw vet
  • ruwe celstof
  • ruwe as
  • mineralen: calcium en fosfor

Advertentie

Informatie over de energiewaarde (EWPa) en het verteerbaar ruw eiwit (VREp) of het aandeel zetmeel en suikers is niet verplicht, maar vaak wel op internet te vinden of bij de fabrikant op te vragen. Het ruw eiwitgehalte in aanvullend voer voor paarden is niet heel variabel en ligt meestal rond de 10%. Uitzonderingen zijn voersoorten voor merries en veulens, die ongeveer 12,5-15% ruw eiwit bevatten.

Het ruwe vetgehalte is normaal vrij laag (2-4%), bij gebruik van extra plantaardige olie als ingrediënt in het voer stijgt dit gehalte naar 6 tot 8%. Omdat een hoog vetgehalte (meer dan 6 à 7%) het lastiger maakt een mooie harde brok te persen, zie je deze hogere waarden meer in muesli’s dan in brok. Vetrijke voeders zijn geschikt voor sportpaarden, magere paarden en paarden met spierproblemen. Gemiddeld bevat krachtvoer tussen de 25 en 30% zetmeel en suikers. Is dit gehalte hoger, dan is er sprake van een energierijk voer voor (top)sportpaarden. Zoek je een voer voor paarden die suikergevoelig zijn (vanwege verterings- of spierproblemen) kies dan voor voer met een laag zetmeel- en suikergehalte (minder dan 20-25%).

Paarden die te dik zijn ontwikkelen vaak insulineresistentie en zijn daarmee ook “suikergevoelig”, want suikers kunnen in die situatie leiden tot hoefbevangenheid. Deze paarden hebben juist geen krachtvoer nodig.

Terug naar overzicht

Voerkeuze

pony eet ruwvoer

Laat het paard nooit beschimmeld voer eten in de hoop dat hij de slechte delen wel laat liggen. Helaas eten paarden ook beschimmeld voer graag op.

Het paard is de centrale factor die bepalend is voor de voerkeuze en de samenstelling van het totale rantsoen. Zorg dat je bij aankoop van ruwvoer weet wat je zoekt. Bespreek dit met de verkoper. Het is namelijk een misverstand dat er maar één soort goede kwaliteit ruwvoer is. Als je vraagt om ‘goed ruwvoer’, dan kun je weleens met het verkeerde product thuis komen. Koop je verpakt ruwvoer, spreek dan meteen af dat bedorven pakken teruggestuurd kunnen worden. Controleer zelf bij aankoop of er geen gaatjes in het pak zitten, want dan moet je het niet kopen.

Heb je de geschikte ruwvoerkwaliteit gevonden, dan is dit de basis van het rantsoen. Je voert je paard op het oog, maar wel een bepaalde minimale hoeveelheid, namelijk 1-1,5 kg droge stof ruwvoer per 100 kilo lichaamsgewicht paard. In andere woorden voor een paard met een gewicht van 600 kilo heb je dagelijks 7 tot 10 kilo hooi of 9 tot 14 kilo kuilvoer nodig. Meer ruwvoer mag altijd, zolang het paard niet te dik wordt (zie ook de Body Condition Score (BCS), zie afbeelding onder).

 

Bonpard_Body_Condition_Score

Advertentie

Of het paard wel of niet te dik is controleer je door de onderhuidse vetlaag te voelen in de nek, bij de schoft, ribben en staartwortel. Heel in het kort komt het erop neer dat bij een paard met een goede lichaamsconditie (score 0) je de ribben van het paard niet ziet, maar wel direct onder de huid voelt. Is je paard met het ruwvoer in een goede conditie dan is alleen een aanvullend vitaminen- mineralen supplement nodig.

Blijft het paard niet goed in conditie kies dan een krachtvoer dat past bij de prestatie van het paard. Laat de voerfabrikant of een voedingsdeskundige controleren of met de dosering die je paard krijgt ook alle essentiële voedingsstoffen gegarandeerd zijn. Een halve schep brok vult de tekorten aan mineralen in het hooi namelijk niet voldoende aan. Ook in dat geval is een extra supplement nodig.

Terug naar overzicht

Wil je wel krachtvoer geven dan is de vraag welke soort:

  • Heb je een sportpaard dat op hoog niveau presteert en met ruwvoer onvoldoende in conditie blijft of temperament heeft, kies dan een sportbrok met zetmeel en suikers (30-35%) of vetten (6-10%) als energiebron.
  • Heb je een sportpaard dat op gemiddeld niveau presteert, kies dan een krachtvoer met een relatief laag aandeel zetmeel en suikers (25-30%) en vetten (4-6%), maar met een hoog aandeel mineralen en vitaminen.
  • Heb je een recreatiepaard maar wil je toch graag een krachtvoer geven, kies dan een krachtvoer met veel ruwe celstof (meer dan 15%), weinig zetmeel en suikers (20-25%) en vetten (4-5%) en veel mineralen en vitaminen. Over het algemeen is de mineralisering van krachtvoer zodanig dat er minimaal twee kilo per paard per dag nodig is. Dit kan voor het paard toch teveel zijn waardoor het te dik wordt.
  • Heb je een fokmerrie of een jong veulen, kies dan voor een aanvullend voer speciaal bestemd voor deze categorieën. Dit levert extra eiwit en een aangepaste dosering mineralen en vitaminen.
  • Heb je een oud paard met minder kauw-effectiviteit dat nog redelijk goed in conditie is, kies dan voor een speciaal voer voor senioren. De ingrediënten zijn aangepast aan de verteringscapaciteit van het paard.

Advertentie

Het feit dat elk paard anders kan zijn in gewicht, gezondheid en prestatie maakt dat elk rantsoen op maat  moet worden afgestemd. Daarmee is de keuzestress bij het vinden van het juiste voer dus niet zo verwonderlijk. Schakel tijdig hulp in; dat voorkomt onnodige stress en voerfouten. En het allerbelangrijkste: hou het simpel!

Auteur: Anneke Hallebeek

 

 

Terug naar het overzicht

 

 

Gerelateerd

Voeding paard – Voerwijzer voor paarden, voer en vertering | Gewicht bij paarden | Insulineresistentie en Equine Metabool Syndroom | Hyperlipemie | Hoefbevangenheid bij paarden | Koliek | Diarree bij paarden | Ouderdomsgebreken | Gebitsproblemen bij de geriatrische patiënt | Hoefbevangenheid: oorzaken en voeraanpassingenPPID | Test om PPID bij paarden op te sporenVoeding van de drachtige merrie | Senior paarden voeren is maatwerk

 

Lees meer: Rubriek Paardenvoeding

 

 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/keuzestress-welk-voer-geef-ik-mijn-paard/