Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

De afweer van veulens | het belang van biest

Afweer van veulens - het belang van biest voor veulensVeulens, zeker hele jonge veulens zijn kwetsbaar voor infecties met bacteriën en virussen. Net als bij alle jonge zoogdieren is het immuunsysteem bij veulens na de geboorte nog niet volledig ontwikkeld. De dieren zijn daarom tijdens het eerste gedeelte van hun leven onvoldoende goed beschermd tegen bedreigingen zoals bijvoorbeeld virussen, bacteriën en parasieten. Bij veulens echter zit er nog een extra addertje onder het gras: De placenta’s van merries laten, in tegenstelling tot de placenta’s van andere zoogdieren, geen antistoffen (antilichamen) door.

Een veulen krijgt antistoffen van de merrie alléén met de biest (eerste melk na de geboorte) binnen. Ieder veulen moet voor een belangrijk en onmisbaar deel van zijn afweer voldoende biest opnemen. Veulens die onvoldoende antistoffen binnen krijgen hebben zeer veel kans om ziek te worden en dodelijke infecties op te lopen.

Lees hier meer over het belang van biest voor veulens:

Advertentie

De werking van het immuunsysteem

Het immuunsysteem van zoogdieren is een complex systeem van vele mechanismen waarin allerlei typen cellen en moleculen samenwerken om indringers buiten te sluiten of te elimineren. Bij een van deze afweermechanismen maken speciale cellen de zogenaamde ‘antistoffen’ of ‘antilichamen’ aan. De productie van antistoffen begint pas als het dier, of eigenlijk het immuunsysteem van het dier in aanraking komt met die ziekteverwekker.

Geboorte van een veulen

Geboorte van een veulen

Antistoffen spelen een belangrijke rol in de weerstand van een dier en zijn altijd specifiek voor een bepaalde ziekteverwekker. Zij binden zich aan de ziekteverwekker waarvoor zij geproduceerd zijn. Als de ziekteverwekker gebonden is aan een bijbehorend antilichaam wordt het door andere facetten van het immuunsysteem herkend als binnendringer. Na de herkenning zullen deze afweercellen, waaronder plasmacellen, de ziekteverwekker afbreken en elimineren.

Als zoogdieren geboren worden verlopen veel afweermechanismen nog traag en onvolledig. In de eerste fase van hun leven moet het immuunsysteem zich nog verder ontwikkelen. Zo kunnen jonge zoogdieren bijvoorbeeld zelf onvoldoende antistoffen maken, terwijl ze voor hun afweer wel degelijk antistoffen nodig hebben. Bij bijna alle zoogdieren krijgt het jonge dier al in de baarmoeder antistoffen van de moeder, maar omdat de placenta van het veulen (nagenoeg) geen antistoffen doorlaat worden veulens altijd zonder antistoffen geboren. Dit maakt ze extra kwetsbaar.

Advertentie

Opname van antistoffen uit biest

Veulens nemen de antistoffen van hun moeder alleen op via de eerste melk (de biest) die de merrie direct na de geboorte geeft. De antistoffen in de gedronken biest moeten in de dunne darm van het veulen opgenomen worden. Via de lymfe worden de antistoffen naar zijn bloedbaan getransporteerd.

De darmwand van het veulen neemt de antistoffen alléén op als deze binnen ongeveer 24 uur  na de geboorte in de darm aanwezig zijn. Met name in de eerste uren na de geboorte neemt de darmwand het makkelijkst de antistoffen op. Na 24 uur sluit de dunne darm zich volledig voor grote eiwitten zoals antistoffen en vindt er geen opname plaats.

Om voldoende antistoffen in het bloed te krijgen moet het veulen binnen ongeveer 24 uur na de geboorte minstens 2 hele liters paardenbiest van goede kwaliteit opnemen, waarbij de meeste antistoffen binnen 6-8 uur kunnen worden opgenomen.

Naast antistoffen bevat biest en melk van merrie nog meer stoffen (oligosacchariden) die essentieel zijn voor de afweer van het veulen tegen ziekteverwekkers. Recentelijk is daar veel onderzoek naar gedaan.

Terug naar overzicht

Wanneer is het immuunsysteem van veulens goed ontwikkeld?

Het eigen immuunsysteem van gezonde veulens functioneert pas volledig als ze ongeveer 6 maanden oud zijn. Dus pas vanaf die leeftijd kunnen veulens zelf vlot antistoffen aanmaken. Daarvóór zijn ze voor de afweer tegen ziektekiemen geheel of gedeeltelijk afhankelijk van de antistoffen die ze uit de biest hebben opgenomen. Dit houdt in dat de afweer van een veulen gedurende de eerste 6 maanden voor een heel groot deel bepaald wordt door de opname van biest direct na de geboorte. Een periode die helaas niet altijd vlekkeloos verloopt.

Om in hun eerste 6 levensmaanden een normale afweer tegen ziekteverwekkers te hebben, moeten veulens vlug, veel en vaak biest van goede kwaliteit drinken. Dat is best een uitdaging voor het veulen.

merrie met veulen in de wei 2 header 2

Oorzaken voor onvoldoende antistoffen bij veulens

Er zijn een aantal redenen waarom een veulen onvoldoende antistoffen zou kunnen opnemen. Een deel van de redenen is gerelateerd aan het veulen, maar ook de merrie en de omstandigheden spelen een belangrijke rol. Een taak voor de fokker om zoveel mogelijk problemen te voorkomen, tijdig te signaleren en snel in te grijpen wanneer nodig.

  • Eigenlijk alle redenen waardoor een veulen niet snel aan het drinken toekomt, zijn redenen om onvoldoende antistoffen binnen te krijgen. Bijvoorbeeld als het veulen ziek, slap of erg groot is, een afwijkende bouw heeft, niet op tijd kan staan, afgeleid wordt door mensen of bijvoorbeeld druk is met persen vanwege een meconiumverstoppingmaar ook bij een zware geboorte is er een kans dat een veulen zelf niet op tijd voldoende biest kan drinken.
  • Bij de merrie kunnen we de oorzaken verdelen in:
    • Problemen met de kwaliteit van de biest door bijvoorbeeld een uierontsteking of als de merrie door ziekte of zwakte niet in staat is om goede biest te maken. Een bijzondere maar toch regelmatig voorkomende reden van een slechte kwaliteit biest is het spontane verlies van de biest vóór de geboorte. Als er veel biest verloren is gegaan, produceert de merrie bij de geboorte alleen nog gewone melk.
    • pasgeboren veulenDe merrie geeft problemen met het laten drinken van het veulen. Er zijn veel redenen waarom de merrie het veulen niet laat drinken. Daarbij is pijn, bijvoorbeeld aan het gespannen uier of de samentrekkende baarmoeder een belangrijke oorzaak. De merrie is dan onvoldoende op het veulen gefocust en staat te weinig stil en klaar om het veulen te ondersteunen. Het veulen, nog in een wankel evenwicht op de lange benen terwijl het onder de buik naar het hooggeplaatste uier en de spenen moet zoeken, krijgt onvoldoende gelegenheid om goed te drinken. Soms, vooral bij jonge merries met een gevoelig karakter speelt onervarenheid een rol. De merries lopen achter het veulen aan. Het veulen heeft zo weinig kans bij het uier te komen. Ook de grootte, plaats en vorm van het uier en de spenen kunnen het voor het veulen moeilijk maken om te drinken.
    • De merrie heeft geen biest of is kort na de geboorte overleden.
  • De omstandigheden waarin het veulen geboren wordt zijn eveneens belangrijk. Als omstandigheden in de omgeving de merrie of het veulen afleiden is de kans groot dat onvoldoende biest gedronken wordt. Nogal eens zien we een te gladde vloer waardoor het veulen geen grip heeft bij zijn moeizame pogingen om op te staan en de lange benen in de juiste positie te plaatsen. Het kost het veulen dan teveel energie en tijd om op te staan waardoor hij veel tijd op de grond doorbrengt en onvoldoende drinkt.

Terug naar overzicht

Symptomen van onvoldoende antistoffen bij veulens

Veulens die onvoldoende antistoffen van de merrie opgenomen hebben zullen vaak snel ziek worden. Vaak voorkomende ziektes zijn diarree, navel-, long-, gewrichts- of andere ontstekingen. Niet zelden zullen veulens die weinig antistoffen binnen gekregen hebben zeer ernstige ontstekingen krijgen in meerdere organen waardoor ze in korte tijd snel slap worden, koorts krijgen, niet meer drinken en overlijden.

merrie met veulen in de stal 3Diagnose van onvoldoende antistoffen bij veulens

Wanneer er getwijfeld wordt of het veulen voldoende antistoffen heeft opgenomen, kan vanaf 18 uur na de geboorte het bloed getest worden op de hoeveelheid antistoffen. Bij eerder afgenomen bloed kan er nog niets gezegd worden over de opname van de hoeveelheid antistoffen.

Terug naar overzicht

Behandeling van onvoldoende antistoffen bij veulens

Wanneer een veulen onvoldoende antistoffen krijgt of gekregen heeft is het belangrijk om extra antistoffen toe te dienen. De manier waarop dit moet gebeuren is afhankelijk van de leeftijd van het veulen.

Als binnen 18 uur na de geboorte al bekend-, of waarschijnlijk is, dat het veulen onvoldoende biest of biest van onvoldoende kwaliteit heeft opgenomen kunnen de antistoffen via de sonde in de veulenmaag gebracht worden. De darmwand neemt op deze jonge leeftijd de antistoffen nog op. De vloeistoffen met antistoffen die op deze manier toegediend kunnen worden zijn: biest van een andere merrie, kunstbiest, plasma (bloed zonder bloedcellen) van een andere paard of nog effectiever speciaal geproduceerd hyperimmuunplasma. Hyperimmuunplasma is een commercieel beschikbare steriele vloeistof. Het is plasma van gezonde paarden met heel veel antistoffen.

veulen krijgt plasma via een infuus (Iris van Gulik)

Veulen krijgt plasma via een infuus (foto: Iris van Gulik)

Wanneer antistoffen toegediend moeten worden als het veulen ouder is dan 18 uur heeft toediening via de darm geen effect meer. De darmwand transporteert dan geen of nog maar heel weinig antistoffen naar het bloed. Als het veulen ouder is dan ongeveer 18 uur moeten de antistoffen met een steriel infuus in de bloedbaan gegeven worden. Hiervoor zijn uiteraard alleen plasma van een ander gezond paard of hyperimmuunplasma geschikt.

Preventie van onvoldoende antistoffen bij veulens

  • Zorg voor een gezonde, goed gevaccineerde merrie en een rustige, vertrouwde en schone omgeving met een zachte maar stroeve bodembedekking.
  • Probeer tijdens de geboorte en in de uren na de geboorte toezicht te houden en goed te kijken of het veulen voldoende goed drinkt.
  • Controleer direct na de geboorte het uier van de merrie en laat de kwaliteit van de eerste biest controleren door de dierenarts.

Wanneer er factoren zijn waardoor de biestopname gevaar loopt, dan is het belangrijk om zo snel mogelijk in te grijpen en passende maatregelen te nemen. Gezien het grote aantal  redenen die kunnen leiden tot mogelijke opname van onvoldoende antistoffen met de biest kunnen we niet alle mogelijke maatregelen noemen. Enkele willen we wel expliciet noemen:

  • Als een jonge merrie het veulen niet laat drinken, helpt het vaak om haar even vast te houden.
  • Kan een heel jong veulen nog niet snel zelf drinken, dan kan de paardenarts de eerste keer de biest ingeven met behulp van een slangetje via de neus (de maagsonde) of met een flesje. Het veulen krijgt daarmee ook weer extra energie binnen om verdere pogingen te doen om op te staan.
  • In het bijzondere geval dat de merrie langdurig voor de geboorte biest heeft laten lopen moet al voor de geboorte een andere bron voor biest of antistoffen geregeld worden. Deze biest of dit plasma moet dan kunstmatig en veelvuldig verstrekt worden aan het veulen in de eerste dag na de geboorte.

Terug naar het overzicht

Auteur: Floor Bernard

 

 

Strategisch ontwormen in het najaar

Gerelateerd

Geboorte | Geboorteproblemen | Neonatologie, ziekte en behandeling van pasgeboren veulens | Baarmoederontstenking bij merries tijdens de dracht | Baarmoederontsteking bij merries kort na het veulenen | Placenta of nageboorte

 

 

Info Rhino/EHV preventie

 

 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/de-afweer-van-veulens-het-belang-van-biest/