Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 6 minuten

In dit derde deel van de artikelen over baarmoederontstekingen bij paarden belichten we de ontstekingen van de baarmoeder die tijdens de dracht aanwezig zijn. Deze baarmoederontstekingen, die uiteraard ook resulteren in ontsteking van de nageboorte/placenta (placentitis genoemd), komen bij drachtige merries regelmatig voor en worden heel vaak niet herkend.

In dit artikel lees je alles over baarmoederontstekingen tijdens de dracht.
We laten hier de (zeer zeldzame) steriele ontstekingen die veroorzaakt kunnen worden door trauma aan de buikwand buiten beschouwing. Er zijn meerdere typen micro-organismen die de ontstekingen veroorzaken zoals virussen, schimmels, gisten en bacteriën. Soms zijn de ontstekingen plaatselijk in de baarmoeder aanwezig en in andere gevallen is de gehele baarmoeder betrokken. Een achtergrondartikel over de nageboorte (placenta) vindt je hier.

Oorzaken

De baarmoederontstekingen en placentitis kunnen veroorzaakt worden door allerlei micro-organismen. Er zijn twee wijzen bekend waarop deze micro-organismen de baarmoeder kunnen bereiken.

  • Via de bloedbaan
    Bepaalde verwekkers worden vaker gevonden bij een bepaalde vorm van verspreiding. De virussen EHV1 (Rhinopneumonie ), EIA (Equine Infectious Anemia) en EVA (Equine Arteritis Virus) en gisten bereiken de baarmoeder altijd via de bloedbaan.
  • Via de schede
    Ook bacteriën kunnen de baarmoeder bereiken via de bloedbaan, maar zullen veel vaker binnenkomen of binnengebracht worden via de schede. In heel veel gevallen kunnen de bacteriën en schimmels de baarmoeder binnen komen doordat de merrie lucht zuigt via de schede of een slecht sluitende baarmoedermond heeft.

Symptomen van baarmoederontstekingen en placentitis tijdens de dracht

Een opuierende merrie

Deze baarmoederontstekingen worden vaak niet als zodanig herkend. Bij een infectie met het EHV1 virus (Rhinopneumonie) heeft de merrie vaak al geaborteerd voordat iets wordt opgemerkt. De merrie is er meestal niet zichtbaar ziek van. Een oplettende fokker moet gealarmeerd worden als het uier onverwacht vroeg ontwikkelt en melk produceert. Een ander symptoom kan zijn dat de merrie wittige uitvloeiing heeft uit de schede. Bij een infectie met Rhino (type (EHV1) zal er weken tot maanden voordat de baarmoederontsteking duidelijk wordt, koorts optreden. Op andere momenten is koorts geen verschijnsel van deze baarmoederontsteking en placentitis.

Voor alle oorzaken van deze baarmoederontsteking geldt dat een deel van de merries verwerpt of haar veulen wat te vroeg krijgt. Sommigen hebben een normale draagtijd en baren een dood veulen, een slap veulen óf krijgen een veulen dat gezond lijkt maar na een of enkele dagen doodziek wordt.

Diagnose

Merrie met uitscheiding uit de schede.

Vanwege de zeer verschillende oorzaken en verschijningsvormen van deze baarmoederontstekingen en placentitis zal de diagnose niet altijd op dezelfde wijze gesteld worden. De voorgeschiedenis van merrie en gezondheidsproblemen in haar omgeving, kunnen aanwijzingen geven over mogelijk doorgemaakte virusinfecties, eerder doorgemaakte vroeggeboorte of abortus, problemen met veulens en/of geboorten of operaties aan de voortplantingsorganen.

Plakkerig of ingedroogd materiaal aan de staart, binnenzijde van de achterbenen of bij de schede zal de verdenking zeker versterken.

Rectale echo

Een ontsteking door bacteriën en gisten kan meestal bevestigd worden met een rectaal echo onderzoek van de baarmoeder en vruchtvliezen. Als deze weefsels te dik zijn of er is vocht tussen placenta en baarmoeder opgehoopt, is de diagnose gesteld.

Echofoto van placentitis met pus tussen waterblaas en baarmoederwand.

Eventueel kan met een kijkbuis een vaginaal onderzoek gedaan worden waarmee zichtbaar gemaakt kan worden dat er pussige vloeistof uit de baarmoedermond komt.

Als de diagnose gesteld is terwijl de merrie nog drachtig is kan met behulp van rectaal echografisch onderzoek en uitgebreid echografisch onderzoek van de vrucht via de buikwand vastgesteld worden of de vrucht nog levenstekenen vertoont (o.a. aan beweging en hartslag).

Mede door de onbekendheid van de aandoening en de minimaal zichtbare symptomen, zal soms pas na het verwerpen opvallen dat de placenta afwijkende plaatsen vertoont. In een groot aantal gevallen kan al door een uitgebreide inspectie van de placenta vastgesteld worden dat er sprake is van een baarmoederontsteking en placentitis.

Een placentitis die binnen gekomen is via de schede, is voor een geoefend oog goed te herkennen aan de verse placenta: de placenta is bij de cervical star (de plaats waar de waterblaas aansluit op de baarmoedermond) afwijkend van kleur. In andere gevallen kan de diagnose en verwekker met zekerheid vastgesteld worden door onderzoek van de placenta op een gespecialiseerd laboratorium.

Deze waterblaas is over een groot gedeelte bedekt met beige gekleurde pus. De merrie heeft verworpen vanwege een placentitis.

Behandeling

Een merrie die dichtgezet is door middel van een Caslick operatie.

Als de baarmoederontsteking door bacteriën tijdig geconstateerd en gediagnosticeerd is, kan een langdurige medicamenteuze behandeling (antibiotica, drachtigheidshormoon en ontstekingsremmers) zeer succesvol zijn om het veulen te redden. Als de besmetting via de schede is binnen getreden en er anatomische afwijkingen aanwezig zijn aan de schede zoals luchtzuigen via de schede, kunnen chirurgische behandelingen (bijvoorbeeld een Caslick operatie) geïndiceerd zijn. Er is geen behandeling voor deze baarmoederontstekingen door virussen, schimmels en gisten.

Prognose

Als de diagnose placentitis door bacteriën tijdig gesteld wordt, kunnen met behulp van de juiste behandeling de meeste foetussen normaal ontwikkelen, geboren worden en gezond opgroeien. Als de diagnose placentitis pas na de geboorte van een levend (schijnbaar gezond) veulen op grond van een afwijkende placenta gesteld wordt, kan door een onmiddellijke intensieve behandeling de levenskans voor het veulen sterk verbeterd worden.

Foetussen en veulens waarbij sprake is van een virale placentitis overleven nooit. Cijfers van overlevingskansen voor veulens uit merries die een placentitis hadden die hoofdzakelijk door gisten en schimmels veroorzaakt werden, zijn vooralsnog niet bekend.

Preventie

Vaccineren

Om een placentitis te voorkomen is het belangrijk de algemene weerstand van de merrie te optimaliseren (huisvesting, voeding, sociaal contact, groepssamenstelling). Voor de preventie van placentitis door Rhinpneumonie heeft een goed gevolgd vaccinatieschema meerwaarde.

Een groot deel van de baarmoederontstekingen komt tijdens de dracht via de schede van de merrie binnen. De begeleidend dierenarts moet daarom in het dekseizoen goed kijken naar eventuele suboptimale sluiting van schede, beschadigingen van de baarmoedermond en andere afwijkingen aan het geboortekanaal. Om dezelfde reden moet ervoor gezorgd worden dat de merrie tijdens de dracht in goede conditie blijft. De schede van magere merries zuigen namelijk vaker lucht en dus viezigheid aan.

Toelichting foto’s: Controle van de nageboorte door de paardenarts. Door na iedere geboorte de verse en complete placenta te laten controleren, kunnen risicofactoren voor het veulen en eventuele volgende drachtigheden van de merrie bekend kunnen worden. Met deze kennis kunnen maatregelen genomen worden. Meer over de placenta/nageboorte lees je hier.

Door na iedere geboorte de verse en complete placenta te laten controleren, kunnen risicofactoren voor het veulen en eventuele volgende drachtigheden van de merrie bekend kunnen worden. Met deze kennis kunnen maatregelen genomen worden. Meer over de placenta/nageboorte lees je hier.

Auteur: Floor Bernard

Gerelateerde rubrieken

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo