Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Voedingssupplementen voor paarden (deel 1) | Hoe kies je een passend supplement?

Supplementen zijn veel gebruikte aanvullende diervoeders in de paardenhouderij. Veel paardeneigenaren weten echter niet exact wat het supplement bevat en of het wel de juiste keuze is. De aanschaf gaat veelal op basis van een goede referentie of een pakkend etiket. Zijn de paardenrantsoenen dan echt zo beperkt of is de paardengezondheid dan echt zo slecht, dat het toevoegen van voedingsstoffen of gezondheidsbevorderende middelen nodig is? “Bezint eer ge begint” is hier zeker van toepassing. Al is het alleen maar voor je eigen portemonnee. Veel supplementen zijn niet schadelijk, maar voegen misschien iets toe waar je paard helemaal niet mee geholpen is. Echter er zijn supplementen die in bepaalde situaties zeker een toegevoegde waarde hebben. Het vergt vrij veel kennis van zaken om goed te kunnen beoordelen wat wel en wat niet zinvol is.

Met andere woorden, laat het voorschrijven van een supplement aan een deskundige over. Als je zelf geen goede rantsoen analyse kan maken en wel wil dat je paard niets tekort komt en in optimale conditie verkeert, dan is het beter te investeren in een rantsoenbeoordeling door een voedingsdeskundige dan in een willekeurig supplement.

In dit artikel lees je meer over voedingssupplementen voor paarden:

 

 

LEESTIPS | Paardenvoeding
Dit betreft een meer verdiepend artikel, waarbij voorkennis van andere artikelen handig kan zijn. Lees bijvoorbeeld eerst (een van) de volgende artikelen met daarin de basis voor het voeren van paarden:
–  Voeding paard | Voerwijzer voor paarden, voer en vertering
–  Keuzestress! Welk voer geef ik mijn paard?
–  Weidegang voor je paard: lust of last
–  Body condition score (BCS) | Weet jij of je paard wel of niet te dik is?

 

Wat zijn voedingssupplementen (voederadditieven)?

In de volksmond zijn voedingssupplementen alle middelen uit zakjes, potjes en flesjes die je aan het dagelijkse rantsoen toevoegt. Dat kunnen brokjes zijn, maar ook poeders en vloeistoffen.

Voedingssupplementen (voor mensen) volgens de Warenwetbesluit  Voedingssupplementen zijn bedoeld als aanvulling op de normale voeding:

  1. een geconcentreerde bron van één of meer microvoedingsstoffen of van andere stoffen met een voedingskundig of fysiologisch effect
  2. te gebruiken in kleine hoeveelheden

Wettelijk gezien bestaat de term ‘voedingssupplement’ niet in de diervoederwet. Daar wordt alleen gesproken over mengvoeders, volledige- en aanvullende diervoeders, mineraalvoeders of over toevoegingsmiddelen of additieven (zie voetnoot 1).

 

Wetgeving en claims

 

Het gebruik van claims is in de Europese wetgeving geregeld. Een claim is een bewezen bewering over de eigenschap van een product. Voedingsclaims beweren dat een voedingsmiddel of supplement een bepaalde goede samenstelling heeft. Gezondheidsclaims beweren dat een voedingsmiddel of supplement voordelig is voor de gezondheid. Ze mogen alleen gebruikt worden als deze op de Europese lijst van goedgekeurde claims staan en moeten goed onderbouwd zijn. Medische claims beweren dat een geneesmiddel een ziekte geneest of voorkomt, deze mogen niet op voedingsmiddelen staan.

Diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren (paarden horen bij deze groep) mogen alleen via een recept van de dierenarts worden verkregen. Sommige middelen moeten altijd door de dierenarts zelf worden toegediend, anderen mogen worden afgegeven aan de eigenaar (zoals ontwormingsmiddelen). Uitzonderingen zijn de vrij verkrijgbare middelen. Voorbeelden daarvan zijn: maagzuursecretieremmers, homeopathische- en kruidengeneesmiddelen, vitamines, elektrolyten, mineralen en spoorelementen.

Paardenvoeders, zoals muesli en brok, zijn in principe altijd aanvullende diervoeders. Ze zijn niet toereikend als dagrantsoen en moeten samen met ruwvoer gevoerd worden. In deze muesli’s en brokken kunnen toevoegingsmiddelen zijn verwerkt. Op het label moet dit zijn aangegeven. Supplementen met een hoog mineralengehalte kunnen vallen onder de mineraalvoeders, maar worden vaak aangeduid als aanvullende diervoeders. Ook daar kunnen toevoegingsmiddelen in verwerkt zijn.

Terug naar overzicht

Toevoegingsmiddelen zijn ingedeeld in:

  • Nutritionele toevoegingsmiddelen: vitaminen, spoorelementenverbindingen, aminozuren (en ureum).
  • Zoötechnische toevoegingsmiddelen: verteringsbevorderaars, darmflorastabilisatoren (micro organismen of andere stoffen die een gunstig effect op de darmflora hebben), en stoffen met een gunstig effect op het interne milieu.
  • Sensoriële toevoegingsmiddelen: kleurstoffen en aromatische stoffen.
  • Technologische toevoegingsmiddelen zoals conserveermiddelen of antioxidanten, geleer- of bindmiddelen, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen, etc.

Feit is dat er voor paarden heel veel verschillende supplementen op de markt zijn. De bedoeling van het gebruik van een supplement is om het paard uiteindelijk gezonder te maken. Of dat altijd ook gebeurt is afhankelijk van een aantal zaken:

  1. Heeft het paard de voedingsstoffen of toevoegingsmiddelen nodig?
  2. Komen deze stoffen werkelijk terecht waar ze hun functie moeten uitoefenen?

Deze twee vragen zijn niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Want voor elk paard is dit weer anders. Wat heeft het paard eigenlijk nodig? En wat krijgt het paard al met de rest van het rantsoen binnen? Heeft het paard een goed rantsoen, voegt iets extra’s dan nog wat toe? Het is lastig om te beoordelen of een bepaalde voedingsstof wel op de juiste plaats terecht komt. Daarnaast is het vaak onvoldoende zeker of bewezen of de voedingsmiddelen of additieven een positief effect hebben.

Terug naar overzicht

Hoeveel mineralen, vitaminen en spoorelementen heeft een paard nodig?

Voedingsstoffen spelen cruciale rollen in de processen van de vertering, de weefsels en de stofwisseling. Voor het paard zijn een aantal mineralen, vitaminen en spoorelementen essentieel, oftewel onmisbaar, in het rantsoen, omdat ze deze nodig hebben en niet zelf kunnen maken (zie tabel 1).

De hoeveelheid die een paard nodig heeft, is afhankelijk van het lichaamsgewicht en de extra behoefte als gevolg van werk, dracht, lactatie en groei. Zo zie je dat er hier een zeer individuele behoefte ontstaat en het rantsoen per paard afgestemd moet worden (zie grafiek 1-3).

Paardenarts.nl - Supplementen 1_tabel 1 Essentiële voedingsstoffen voor paarden (NRC 2007)

(*) Vitamine C is geen echte essentiële voedingsstof omdat paarden dit zelf produceren, maar voor sommige paarden kan de eigen productie tekort schieten. (1) Vitamine K en vitamine B-complex worden bij een gezonde darmflora voldoende geproduceerd. Alleen voor vitamine B1 en B2 is er aan aanbeveling voor de dagelijkse opname.

Terug naar overzicht

Grafiek 1. Behoefte van een paard van 600 kg aan een aantal mineralen: tijdens rust, matig werk, 10 maanden dracht en 2e maand lactatie. | Mineralen: Ca (Calcium), P (Fosfor), K. (Kalium), Mg (Magnesium), Na (Natrium), Cl (Chloor), S (Zwavel)

Grafiek 2. Behoefte van een paard van 600 kg aan een aantal spoorelementen: tijdens rust, matig werk, 10 maanden dracht en 2e maand lactatie. |  Spoorelementen: Fe (IJzer), Cu (Koper), Zn (Zink), Mn (Magnesium)

Grafiek 3. Behoefte van een paard van 600 kg aan selenium en jodium: tijdens rust, matig werk, 10 maanden dracht en 2e maand lactatie. | Spoorelementen: Se (Selenium), J (Jodium)

Lees meer over gewicht en conditie: 
> Rubriek gewicht en conditie 
> Body Condition Score 

Terug naar overzicht

Netto behoefte

De netto behoefte van een voedingsstof is de hoeveelheid die een paard daadwerkelijk in het lichaam verbruikt. Feitelijk is het de hoeveelheid die het lichaam uitscheidt. Zolang de voedingsstof niet uitgescheiden wordt, kan het hergebruikt worden. Deze uitscheiding gebeurt door verlies van darmsappen en darmcellen en uitscheiding van galstoffen in de darm. Dit verdwijnt allemaal in de mest en via de urine. We noemen dit de endogene verliezen. Daarnaast is er nog verlies via zweet en talg in de huid, en zelfs via de luchtwegen. Het zal duidelijk zijn dat het een moeilijk onderzoek is om de totale verliezen voor alle voedingsstoffen te bepalen. Voor de mineralen en de spoorelementen is er aardig wat onderzoek bekend bij paarden en kunnen de endogene verliezen geschat worden. Voor de vitaminen is bij paarden echter weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan op dit gebied.

Terug naar overzicht

Bruto behoefte

Door de netto behoeften voor onderhoud (rust), werk, groei, dracht en lactatie apart te bepalen, kan de totale netto behoefte berekend worden. Maar dit is nog niet de hoeveelheid die het rantsoen moet bevatten. Want niet alle voedingsstoffen worden voor 100% in de darmen opgenomen. De bruto behoefte is de netto behoefte vermenigvuldigt met het absorptiepercentage van het betreffende voedingsstof. De absorptie van calcium in de darmen is 50%, terwijl dit van fosfor 35% en van magnesium 40% is. Deze percentages zijn niet altijd hetzelfde en kunnen variëren met leeftijd (groei of werk) en rantsoensamenstelling. De gebruikte absorptiepercentages om de bruto behoefte te berekenen zijn over het algemeen gebaseerd op de meest voorkomende mineralenverbindingen en eerder naar beneden dan naar boven bijgesteld. Het rantsoen bevat dan eerder wat meer dan minder voor de behoefte van het paard.

Terug naar overzicht

Veiligheidsfactor (voor mineralen en spoorelementen)

Het bepalen van de behoefte aan mineralen en spoorelementen is gebaseerd op publicaties van onderzoek en berekeningen. Deze kennis kan verschillend geïnterpreteerd worden. Tussen diverse behoeftenormen tabellen die internationaal zijn gepubliceerd zie je dan ook verschillen. In Nederland heeft het Centraal Veevoederbureau (CVB) gekozen om de brutobehoefte niet als voedernorm te hanteren, omdat mogelijk paarden gevoerd op deze norm toch onvoldoende binnenkrijgen. Vanwege de natuurlijke variatie in biologische processen ontstaan er verschillen in de behoefte tussen paarden. Om dit op te vangen is een veiligheidsfactor van 1,3 gebruikt. Oftewel de bruto behoefte wordt met 30% verhoogd om zeker te zijn dat de paarden geen tekort krijgen.

Deze veiligheidsfactor betekent dus dat paarden gevoerd op 100% van de norm iets meer binnenkrijgen dan feitelijk nodig is. En dat een rantsoen met een wat langere opname niet direct tot een tekort zal leiden.

Terug naar overzicht

Vitaminen

Voor de behoefte van vitamine A, D en E is wel enig onderzoek gedaan, maar te weinig om een goede schatting en berekening van de netto behoefte, de absorptiepercentages en de bruto behoefte te maken. Er is bijvoorbeeld nog vrij weinig bekend over de rol en functies van vitamine D bij paarden. De behoeftenormen van deze vitaminen bevatten geen veiligheidsfactor, maar zijn waarschijnlijk redelijk hoog geschat. Waar je bij een rantsoenberekening op moet letten, is het feit dat de waarden van vitaminen of provitaminen (betacaroteen in gras en hooi waar vitamine A uit gemaakt wordt in het paard zelf) in de voedermiddelen, met name ruwvoer, dalen gedurende de bewaartijd. Tabelwaarden zijn te gebruiken, maar de werkelijke waarden van vitamine A, D en E zijn na een lange bewaartijd van hooi en kuilvoer lager.

Terug naar overzicht

Heeft je paard een supplement nodig?

Advertentie

Een supplement kan de gezondheid van je paard verbeteren als het paard de voedingsstoffen of effecten van de toevoegingsmiddelen nodig heeft. Niet elk supplement geeft bij elk paard een positief effect. Om te beoordelen of je paard een supplement nodig heeft, of welk supplement een effect kan geven, is goed onderzoek nodig. Er zijn wel een aantal vuistregels die je hiervoor kan gebruiken.

  • Bijvoorbeeld als je paard alleen maar ruwvoer krijgt zonder verder aanvullend krachtvoer of met vrij weinig krachtvoer, dan is het bijna zeker zo dat een aantal spoorelementen en vitaminen onvoldoende in het rantsoen voorkomen. En dat is een reden om een supplement met deze voedingsstoffen toe te voegen.

Door het grote aanbod en de vrijheid van fabrikanten om een willekeur aan voedingsstoffen in soorten en concentraties in een supplement te doen, is het wel een grote gok of het gekozen supplement de juiste is. Hierover krijg je alleen maar zekerheid door dit uit te rekenen. Omdat paarden zo verschillend zijn in grootte en prestaties (waaronder ook dracht, melkproductie en groei vallen) en de basisrantsoenen zo verschillend kunnen zijn (soort, hoeveelheid en kwaliteit ruwvoer en soort en hoeveelheid krachtvoer), is een standaard bijna niet te geven.

Terug naar overzicht

Reden om voor een supplement te kiezen zijn:
1. Er is een dagelijks tekort aan bepaalde voedingsstoffen in het rantsoen
2. Het paard heeft om gezondheidsredenen meer van bepaalde voedingsstoffen of andere toevoegingsmiddelen nodig
3. Het paard heeft tijdelijk meer nodig
4. De voedingsstof heeft in een hogere dosering een extra effect

1. Er is een dagelijks tekort aan bepaalde voedingsstoffen in het rantsoen

Het voorbeeld van een rantsoen van enkel ruwvoer of van een combinatie met 1 kg krachtvoer laat zien (grafiek 4), dat een paard van 600 kg die gemiddeld licht werk doet, met deze hoeveelheden prima in conditie kan blijven: het rantsoen bevat voldoende energie (EWpa) en eiwit (VREp). De grafiek laat ook zien dat een aantal voedingsstoffen onvoldoende aanwezig zijn. De werkelijke gehalten in het ruwvoer zijn niet altijd bekend. Wel weten we uit vele analysen van ruwvoer dat deze, in heel veel gevallen, gehalten bevatten die ontoereikend zijn voor paarden. Ook de gehalten in krachtvoer kunnen per soort verschillen. Toch komt het praktisch niet voor dat met 1 kilogram per dag de tekorten uit het ruwvoer voldoende zijn aangevuld. Krijgt het paard dit rantsoen maar enkele dagen dan is er niets aan de hand.  Maar omdat paarden vaak langere tijd op hetzelfde rantsoen staan, kunnen ze langdurig onvoldoende essentiële voedingsstoffen binnenkrijgen. En dat kan effect hebben op de gezondheid. Vergelijk dit met je eigen voeding. Niet iedereen eet elke dag exact alle noodzakelijke voedingsstoffen, maar door te variëren hopen we dat we wel alles binnenkrijgen.

Terug naar overzicht

Behoeftenormen

Behoeftenormen geven de hoeveelheid van voedingsstoffen aan die het paard dagelijks nodig heeft om gezond te blijven. In Nederland geeft het Centraal VeevoederBureau (CVB)een overzicht van noodzakelijke voedingsstoffen voor paarden en de dagelijkse behoefte. Het paard kan best tijdelijk met wat minder toe, maar omdat het moeilijk is aan te geven wanneer dit omslaat naar negatieve effecten, is het advies deze norm dagelijks te ‘halen’. Hier kan een supplement voor gebruikt worden. 

Paardenarts.nl - Supplementen 1_Grafiek 4_rantsoen paard 600 kg_licht werk met voldoende EWpa en VREp

Grafiek 4. De opname van 12 kg gemiddeld hooi (met gemiddelde gehalten – CVB 2013) of 10 kg hooi plus 1 kg basisbrok, levert een rantsoen voor een paard van 600 kg dat gemiddeld licht werk doet met voldoende energie (EWpa) en eiwit (VREp). De mineralen natrium (Na), koper (Cu), zink (Zn) en selenium (Se) zijn onvoldoende aanwezig. (De stippellijn is 70% van de berekende behoefte.) Legenda: EWpa (Energie Waarde Paard), VREp (Verteerbaar Ruw Eiwit paard), Ca (Calcium), P (Fosfor), Mg (Magnesium), Na (Natrium), Cu (Koper), Fe (IJzer), Zn (Zink), Se (Selenium), I (Jodium), Mn  (Mangaan).

Terug naar overzicht

2. Om gezondheidsredenen is meer van bepaalde voedingsstoffen of toevoegingsmiddelen nodig

Advertentie

De behoeftenormen zijn opgesteld voor gezonde paarden. Voor bijvoorbeeld oudere paarden kan een andere norm nodig zijn. Daar zijn geen wetenschappelijke gegevens over. Wat wel bekend is, is dat (oudere) paarden met een minder goed functionerende lever, minder vitamine C kunnen maken.

Vitamine C

Vitamine C is geen noodzakelijke voedingsstof voor paarden. Maar met een dalende eigen productie door een minder goed functionerende lever, kan het goed zijn dit toch in het rantsoen op te nemen. Seniorvoeders bevatten vaak extra vitamine C, terwijl de meeste gewone paardenvoeders dat niet hebben. Omdat er geen behoeftenorm voor vitamine C is, is het lastig een goede dosering aan te geven. Nu is dit gelukkig een wateroplosbare vitamine en zal een licht overschot in de urine verdwijnen, maar ook hiervoor geldt dat een groot overschot niet per se beter is. Veel vitamine C kan tot een lichte verzuring leiden, verteringsstoornissen geven en de eigen productie verminderen.

Terug naar overzicht

Levende gistcellen, prebiotische vezels

Een ander voorbeeld van paarden waar een andere norm voor nodig is, zijn paarden met een minder gezonde darmflora. De darmflora ontwikkelt zich tijdens de eerste levensmaanden van het veulen. Is deze ontwikkeling verstoord door een ziekte, dan kan het paard in het latere leven last hebben van ‘gevoelige‘ darmen. Oftewel, bij de minste of geringste verandering in het rantsoen, krijgt het paard koliek. Bepaalde culturen van levende gistcellen, maar ook prebiotische vezels (fructo oligosacchariden en pectinen) zijn toevoegingsmiddelen die bij deze paarden een verbetering kunnen geven. Uiteraard is de samenstelling van het hele rantsoen belangrijk om koliekklachten te voorkomen, maar wat doorgaans voldoende werkt bij gezonde paarden, leidt bij deze paarden niet altijd tot het gewenste resultaat. Er zijn dan extra maatregelen nodig.

Terug naar overzicht

3. Het paard heeft tijdelijk meer nodig

Advertentie

Als het paard lijdt aan een bepaalde aandoening, kan dit effect hebben op de behoefte. Zo heeft bijvoorbeeld een paard met spierbevangenheid meer behoefte aan vitamine E. In dat geval zal de dierenarts een hoge dosering vitamine E voorschrijven voor een bepaalde periode. Uiteraard moet de dierenarts rekening houden met de maximale toegestane hoeveelheid. Het is in deze gevallen onverstandig een supplement met de combinatie vitamine E en selenium te gebruiken. Selenium is namelijk eerder toxisch dan vitamine E. Een extra goede absorptie is in deze situatie ook belangrijk, vandaar dat een natuurlijke vorm van vitamine E in dit geval beter is.

Terug naar overzicht

Vitamine E

Voldoende vitamine E in het rantsoen is belangrijk voor paarden. Met name voor de sport, maar ook zeker voor de fokkerij. Paarden maken geen vitamine E, dus is het een essentiële voedingsstof.

Vitamine E heeft een bepaalde activiteit, oftewel werkzaamheid, dat wordt uitgedrukt in Internationale Eenheid (IE). De behoefte aan vitamine E bij paarden is uitgedrukt in deze Internationale Eenheid. Dit staat niet altijd gelijk aan het aantal milligram vitamine E. Synthetisch vitamine E heeft een andere activiteit (werkzaamheid) dan natuurlijk vitamine E  (zie tabel 2). Het is voor een goede dosering dus belangrijk om te weten welke type vitamine E gebruikt is.

Vitamine E (tocopherol) maakt onderdeel uit van celmembranen en ‘vangt’ vrije radicalen. Vrije radicalen ontstaan in de stofwisseling (o.a. bij spiergebruik) en zijn schadelijk voor andere cellen. Chronische tekorten aan vitamine E leiden tot zenuw- en spierbeschadigingen (Equine Motor Neuron Disease) of, bij veulens, samen met een seleniumtekort, tot vetontsteking (steatitis).

Terug naar overzicht

Natuurlijk vs synthetisch vitamine E

Natuurlijk vitamine E heeft een hogere activiteit dan synthetisch vitamine E. De natuurlijke vorm kan ingedeeld worden in vier tocopherolen: alpha, beta, delta en gamma. Het natuurlijke RRR-alpha-tocopherol is de meest actieve vorm. Voor een betere stabiliteit (houdbaarheid) wordt het omgezet (veresterd) tot RRR-alpha-tocopherylacetaat. In de dunne darm moet acetaat worden losgekoppeld voordat het met behulp van gal en micellen kan worden opgenomen. Het eiwit om vitamine E in het bloed te transporteren heeft een hogere affiniteit voor de natuurlijke vorm van vitamine E. Heeft een paard een zeer lage vitamine E status en ziekteverschijnselen dan kan met natuurlijk niet-veresterd vitamine E een snellere stijging in het bloed (en weefsels) verkregen worden dan met synthetische vorm van vitamine E. De meest gebruikte vorm in voeders en supplementen is synthetisch vitamine E ofwel all-rac of dl-alpha-tocopherylacetaat. Voor gezonde paarden volstaat deze synthetische vitamine E prima, mits de dosering klopt met de behoefte berekend op basis van internationale eenheden (IE). Helaas is het niet altijd even duidelijk welk type vitamine E in welke concentratie aan een supplement is toegevoegd.

Tabel 2. Activiteit in internationale eenheden (IE) per milligram voor verschillende soorten van vitamine E.

Terug naar overzicht

4. De voedingsstof heeft in een hogere dosering een extra effect

Voedingsstoffen zoals mineralen, spoorelementen en vitaminen spelen in vele omzettingen een kleine maar cruciale rol. Het wil niet altijd zeggen dat meer geven, ook een verbetering geeft. Maar er is wel een voorbeeld waarbij dat voor bepaalde paarden positief kan uitpakken.

Biotine

Biotine valt onder het vitamine-B complex. In de dikke darm zorgen de bacteriën voor de productie van vitamine B en ook van biotine. Er is geen aanvullende hoeveelheid biotine nodig. Toch kan het toevoegen van een extra hoge dosering biotine de hoefkwaliteit verbeteren van paarden met brokkelhoeven. Biotine is onderdeel van een aantal enzymen die een rol spelen in de vetstofwisseling en de eiwitstofwisseling en ook in de groei van cellen. Biotine heeft daarnaast een stimulerend effect op de ontwikkeling van huid en hoorncellen. Een tekort is bij paarden niet bekend, maar leidt bij andere diersoorten tot verslechtering van huid, vacht en hoefhoorn. Uit onderzoek blijkt dat door dagelijks 15-30 mg biotine te geven de slechte hoefkwaliteit bij paarden verbetert. Waarschijnlijk omdat er bij deze paarden een afwijking is in de groei en ontwikkeling van het hoefhoorn waar deze extra biotine juist een positief effect op heeft. Dit werkt niet bij alle paarden met slechte hoeven. Omdat de hoefgroei vrij traag is, zal minimaal 9 maanden nodig zijn om dit effect te kunnen beoordelen. Werkt het, dan heeft het paard zijn hele leven extra biotine nodig, anders kunnen de hoefklachten weer terugkeren. Het geven van extra biotine is niet schadelijk voor het paard, want het overschot wordt via de urine verwijderd.

Terug naar overzicht

LET OP: Overdosering en verhoudingen

Het gebruik van extra supplementen in het rantsoen zorgt ervoor dat het paard meer voedingsstoffen opneemt. Als het rantsoen al voldoende bevat, is de toevoeging overbodig. Het paard zal de voedingsstoffen wel of niet in het bloed opnemen, soms ten dele weer direct in de mest uitscheiden, en zich van deze overbodige voedingstoffen via de stofwisseling en omzettingen in gal en urine ontdoen. Dat betekent extra ‘werk’ voor de stofwisseling en de organen, wat ook extra energie kost. Bij gezonde orgaanfuncties kan het meestal niet veel kwaad. Toch kan het combineren van verschillende voeders en supplementen wel degelijk leiden tot een overdosering en vergiftiging.

Terug naar overzicht

Selenium

Selenium is het element dat als eerste in aanmerking komt om tot een vergiftiging te leiden. Gewoon omdat de hoeveelheid die het paard kan verwerken beperkt is in relatie tot andere mineralen. Heel soms ontstaat een acute vergiftiging door een mengfout tijdens de productie van voer of supplementen. Meestal gaat het om chronische vergiftigingen die leiden tot veranderingen in de hoefhoorn en de haren. Paarden worden kreupel en het haar in staart en manen laat los. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat het selenium de plaats inneemt van zwavel in zwavelhoudende aminozuren.

Een overschot aan selenium kan deels via urine en uitademing verwijderd worden, maar dit is onvoldoende om een vergiftiging te voorkomen. Vandaar dat het belangrijk is om bij een combinatie van voeders en supplementen de totale seleniumopname te beoordelen. Voer niet meer dan 1 mg selenium per 100 kg lichaamsgewicht per dag.

Terug naar overzicht

Calcium – Fosfor – Magnesium

Door supplementen van enkele mineralen aan het rantsoen toe te voegen, verander je de verhouding van de mineralen in het totale rantsoen. Dit kan gevolgen hebben voor de absorptie in de darmen. De hoeveelheid van calcium en fosfor moet altijd minimaal de behoefte zijn van het paard, en de verhouding moet binnen bepaalde grenzen liggen. Deze verhouding tussen calcium en fosfor ligt bij de 2:1 (1:1-3:1 en eventueel voor volwassen paarden tot 5:1). Er zijn geen echte richtlijnen voor de verhouding tussen calcium en magnesium. Zowel calcium als magnesium worden passief in de dunne darm opgenomen (geen regulatie die absorptie beperkt) en via de urine uitgescheiden en ze stimuleren elkaars absorptie. De dagelijkse behoefte voor een paard in rust en werk is een calcium magnesium verhouding van 2-3:1. Door het gebruik van supplementen kan de hoeveelheid van deze mineralen in het totale rantsoen eenzijdig veranderen. Ook bij gebruik van een grote hoeveelheid voedermiddelen met een afwijkend aandeel van deze elementen breng je het rantsoen uit balans. Zo is luzerne rijk aan calcium en bevat zemelen een hoog fosfor aandeel.

Kijk niet alleen naar de afzonderlijk gebruikte voedermiddelen, maar beoordeel altijd het totale rantsoen voordat je besluit een supplement met mineralen en vitaminen te gaan gebruiken.

Terug naar overzicht

Magnesium

Magnesium heeft een rol in de botstofwisseling, de spiercontracties, het immuunsysteem en ook in het zenuwstelsel. Voor het bepalen van de magnesiumbehoefte hanteert het Centraal Veevoederbureau (CVB) een absorptiepercentage van 40%. De werkelijke absorptie kan variëren en vaak hoger zijn. Veel fosfor en kalium in het rantsoen kan de absorptie van magnesium nadelig beïnvloeden. Een rantsoen met veel fosfor komt niet vaak voor. Gras of hooi van weilanden die veel bemesting hebben gehad kunnen een hoog kaliumgehalte hebben. Veel rantsoenen bevatten echter ruim voldoende magnesium, ook voor sportpaarden en ook voor merries tijdens dracht en lactatie.

Tekort aan magnesium

Onvoldoende magnesiumvoorziening leidt in zijn algemeenheid tot slechte prestaties, minder groei, verhoogd risico op ziekten en spierzwakte. Bloedonderzoek is geen goede statusindicator voor magnesium. Als de uitslag een te lage magnesiumwaarde laat zien, wil dat nog niet direct zeggen dat het paard werkelijk een tekort krijgt aan magnesium. Ook andere oorzaken geven een verlaging van het magnesiumgehalte in het bloed, bijvoorbeeld bij ziekte of een ontstekingsproces. Het is dan niet nodig extra magnesium te geven. Wil je weten of je paard voldoende magnesium opneemt, dan is urineonderzoek nodig. Als dit weinig of geen magnesium bevat, is het rantsoen of de absorptie in de darmen onvolledig.

Terug naar overzicht

Magnesiumoverschot

De urinewegen scheiden het teveel aan magnesium uit. Extra magnesium toediening in geval van een verminderde nierfunctie kan leiden tot klachten van magnesiumoverschot: prikkelbaar gedrag, zweten of spiertrillingen.

De magische effecten die aan magnesiumsupplementen worden toegeschreven, zoals verminderen van het temperament en het verbeteren van de prestatie blijven speculatief. Wel heeft een onderzoek in Engeland aangetoond dat de reactiesnelheid van volbloedpaarden vertraagde na toevoeging van (een hoge dosering) magnesiumaspartaat aan het rantsoen, dat als basis wel voldoende magnesiumrijk was. Het feit dat magnesium een rol heeft in de spierwerking en met name de ontspanningsfase van een contractie, wil nog niet zeggen dat extra magnesium toedienen het paard altijd rustiger en meer ontspannen maakt. Meer onderzoek is nodig om de ervaringen (positief en negatief) met het gebruik van magnesium werkelijk aan te tonen. 

Terug naar overzicht

Hoe kies je een mineralen en vitaminen supplement?

Naast ruwvoer, en bij minder dan ± 2 kg krachtvoer per dag voor een paard en ± 1 kg voor een pony of bij alleen haver of granenmix als krachtvoer, is een supplement nodig. De werkelijke opname (en activiteit van bijvoorbeeld vitamine E) is bepalend voor wat er nog aangevuld moet worden. De vitaminen voorziening kan in de winter anders zijn dan in de zomer.

  • Zomer
    Met gras in het rantsoen is de voorziening van vitamine A (via caroteen uit gras) en vitamine E, maar ook vitamine D door zonlicht, voldoende.
  • Winter
    In de winter is dat een ander verhaal. De groene kleurstof (caroteen) verdwijnt uit het hooi, daarmee ook de potentie om vitamine A te maken. De activiteit van vitamine E in het ruwvoer loopt ook terug.

 

Omdat de behoefte enigszins varieert met de status van het paard, zoals werk, dracht, lactatie en groei, is er niet één oplossing die elk paard past. Geen “one size fits all” dus! Kies een supplement dat in ieder geval gemaakt is voor de situatie waarin je paard verkeert (werk, fokkerij, groei). Niemand zal elke keer het ruwvoer volledig analyseren en daar het totale rantsoen op aanpassen (wat voor grote stallen met veel ruwvoeropslag wel een mogelijkheid is!). Wat moet het supplement bevatten? In ieder geval koper, zink en selenium en voor de zekerheid in de winter ook vitamine E en vitamine A.

Terug naar overzicht

Keuze maken: hoeveel moet het supplement aanvullen

Om te weten welk supplement je nodig hebt moet je eerst weten hoeveel het supplement moet aanvullen. Dat is afhankelijk van wat het rantsoen al biedt.

De berekening gaat als volgt:

Je rekent uit wat het paard nodig heeft en wat het paard krijgt met het rantsoen voor een aantal voedingsstoffen. Dan beoordeel je de tekorten of overschotten en pas je het rantsoen aan als dat nodig is.

We gaan uit van een paard van 600 kg dat in een goede conditie is, gemiddeld licht werk doet en gemiddelde kwaliteit ruwvoer (zie grafiek 1) krijgt. In tabel 3 staat de balans tussen de opname (rantsoen) en de behoefte van een aantal mineralen en vitaminen.

Vooral de opname van vitamine A en vitamine E zijn ruwe schattingen. Hiervan zijn weinig gegevens bekend en het verloop van de activiteit tijdens de opslag van ruwvoer is wisselend. Wat betreft de mineralen kan het zijn dat de opname met het ruwvoer of iets hoger is of nog iets lager. Zonder ruwvoer analyse blijft dit een onzekerheid.

Terug naar overzicht

Paardenarts.nl - supplementen 1 - tabel 3 Balans mineralen-vitaminen ruwvoer paard (600 kg)

Tabel 3. Balans voor een aantal mineralen en vitaminen van een dagelijks ruwvoer rantsoen voor een paard van 600 kg. Legenda: Ca (Calcium), P (Fosfor), Mg (Magnesium), Na (Natrium), Cu (Koper), Zn (Zink), Se (Selenium). IE = Internationale Eenheid voor o.a. vitaminen. De bepaalde activiteit, oftewel werkzaamheid, wordt uitgedrukt in Internationale Eenheid (IE).

 

Elk supplement bestaat uit een bepaalde concentratie van mineralen en vitaminen en heeft een eigen doseringsadvies. Op basis van die dagelijkse geadviseerde dosering is in het volgende voorbeeld van een aantal supplementen (S, T, U, V, W, X, Y, Z) berekend wat de opname is van mineralen en vitaminen (tabel 4).

Paardenarts.nl - voedingssupplementen voor paarden - tabel Tekort in een rantsoen van ruwvoer en de aanvulling met mineralen en vitaminen van een aantal supplementen

Tabel 4: Tekort in een rantsoen van ruwvoer voor een paard van 600 kg en de aanvulling met mineralen en vitaminen van een aantal supplementen (S-Z) berekend op basis van de geadviseerde dosering. Zwart gemarkeerde supplement gehaltes vullen het tekort voldoende aan. Rood: het supplement vult het tekort onvodoende aan. Groen: het supplement vult het tekort in zeer hoge dosering aan, dit is niet perse beter voor de gezondheid (al is de grens voor een vergiftiging nog niet bereikt).  Legenda: Ca (Calcium), P (Fosfor), Mg (Magnesium), Na (Natrium), Cu (Koper), Zn (Zink), Se (Selenium). IE = Internationale Eenheid voor o.a. vitaminen. De bepaalde activiteit, oftewel werkzaamheid, wordt uitgedrukt in Internationale Eenheid (IE).

 

Veiligheidsfactor
Omdat de behoeftenorm een veiligheidsfactor kent van +30% voor de mineralen (dit geldt niet voor de vitaminen), kan een gezond paard prima gezond blijven als het rantsoen voor 70% aan de behoefte voldoet.

Terug naar overzicht

Geen enkel rantsoen voldoet exact aan wat een paard nodig heeft. En wat het paard exact nodig heeft, is ook niet met 100% zekerheid te zeggen. Belangrijk is om grote verschillen tussen deze schattingen te voorkomen. Om geen ernstige tekorten te creëren en geen overmatige belasting te veroorzaken voor organen en milieu.

De variatie die het rantsoen kan bevatten is groot, dus dat er een variatie zit in de gehalten in supplementen is wel te verklaren. Iedere producent bedenkt en berekent dit op zijn eigen manier.

Terug naar overzicht

De supplementen vullen de tekorten niet allemaal voldoende aan. Nu is een klein beetje overdoseren (let op met selenium) niet erg, en waarschijnlijk beter dan altijd een chronisch tekort voeren. Maar of het nodig is of beter is voor de gezondheid van paarden om heel veel toe te voegen (“voor de zekerheid”) is de vraag. Want kan het niet juist een risico voor de gezondheid gaan betekenen (of voor het milieu, als alles in de mest of urine verdwijnt!). Of een risico zijn als dit voor een verkeerde verhouding van mineralen zorgt?

De mineralen zijn verpakt in een chemische samenstelling, die wel of niet organisch gebonden kan zijn. De absorptie in de darmen en het gebruik van het element in de stofwisseling kan daardoor mogelijk veranderen. Heb je dan minder nodig? Er is nog te weinig zekerheid om de absorptiepercentages, die gebruikt zijn om de behoefte van mineralen te berekenen, aan te passen en zo tot een andere voedernorm te komen. Toch kan het zeker zo zijn dat sommige verbindingen in de darmen anders reageren en gezonder zijn voor milieu en paard. Zolang je de dosering hanteert die ongeveer toekomt aan de berekende behoefte, maak je daar geen grote fouten mee.

Zoals uit tabel 4 blijkt is in dit voorbeeld het tekort aan natrium niet met deze supplementen op te lossen. Met een zoutblok kan een paard dit waarschijnlijk goed zelf reguleren. De vitaminen in het ruwvoer zijn moeilijk te schatten. Een analyse is vrij duur en de uitslag zegt niet veel, omdat de werkzaamheid achteruit gaat naarmate het ruwvoer langer opgeslagen ligt.

Terug naar overzicht

Omdat vitamine A en E vetoplosbare stoffen zijn, kan een overschot niet makkelijk het lichaam verlaten en zo tot vergiftigingen leiden, alhoewel het lichaam erg tolerant is voor een hoge vitamine E opname. De bovengrens om voor deze vitaminen aan te houden is 10 keer de behoefte, waarbij de omzetting van caroteen naar vitamine A niet meegerekend hoeft te worden. Voor het geval het ruwvoer weinig van deze vitaminen bevat, is deze wat ruime dosering niet schadelijk.

Omzetting uit caroteen gebeurt in de dunne darm. Caroteen wordt daar in vitamina A omgezet. De omrekenfactor is 1 mg caroteen = 400 IE vitamine A. Bij veel caroteenopname zal een deel niet in vitamine A worden omgezet. Vandaar dat op deze wijze geen vitamine A vergiftiging kan ontstaan.

Al met al blijven er maar een paar supplementen over van dit rijtje die een passende aanvulling leveren op een ruwvoer rantsoen. Dat zijn supplement S, W (krap selenium) en X.

Zo zie je dat niet alle supplementen leiden tot een optimaal rantsoen. Dit is dus wel de realiteit in het assortiment supplementen voor paarden en het verschil in inzichten qua gehalten en doseringen.

Terug naar overzicht

Het placebo-effect

Een interessant gegeven in het gebruik en de ervaringen met supplementen is het placebo effect. Dit placebo-effect komt op allerlei manieren voor. Mensen die denken een pijnstiller te slikken terwijl de pil geen actieve stof bevat, kunnen toch minder pijn voelen. Dit gebeurt ook bij dieren, waarbij de eigenaar als tussenschakel dient. Denk bijvoorbeeld aan de gespannen en verontruste eigenaar die met een zieke hond of kat bij de dierenarts komt. Het geruststellen door de dierenarts over de situatie brengt ontspanning bij de eigenaar en kan daarmee al een verandering in de ziekte van de hond of kat geven. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat medicijnen niet nodig zijn, maar via de werking van zenuwen, hormonen, gevoel en uitstraling kun je een heleboel in het lichaam teweegbrengen.

Een goed voorbeeld van het placebo-effect is een wetenschappelijk gepubliceerd experiment over het effect van een supplement met vitamine E op rugklachten bij paarden. Eigenaren van paarden met rugklachten (niet door een dierenarts onderzocht, maar aangegeven door de eigenaren zelf), kregen een vitamine E supplement voorgeschreven. Een deel van de eigenaren kreeg een supplement dat daadwerkelijk vitamine E bevatte en een ander deel een supplement zonder vitamine E. Tussen beide groepen paarden was er geen verschil in effect, maar opvallend genoeg waren bijna alle eigenaren overtuigd van een verbetering van de rugklachten. Dus alleen al door het geven van een supplement, verandert er iets in het gedrag van de eigenaar en kan het idee ontstaan dat het paard inderdaad gezonder is geworden. Misschien kun je zo het placebo-effect als iets positiefs zien. Het lastige is dat in het dagelijks leven de positieve effecten, die wij menen te ervaren na het gebruik van supplementen, door ons worden toegeschreven aan de actieve stof in het supplement. En misschien krijgt die actieve stof, ten onrechte, het predicaat dat het werkzaam is. Goed wetenschappelijk onderzoek is nodig om dit echt aan te tonen.

Terug naar overzicht

Tot slot

Wil je een voedingssupplement aanschaffen, dan moet je eerst zeker weten of je paard wel of niet een aanvulling in zijn rantsoen nodig heeft. Laat daarvoor een rantsoen- en een gezondheidscontrole uitvoeren (voedingsdeskundige/dierenarts). Als blijkt dat je paard een supplement nodig heeft, dan is een keuze maken niet gemakkelijk. Je kan dit doen op basis van vertrouwen in de fabrikant of de dierenarts. Bij voorkeur kies je op basis van een goede controle zodat je weet wat je geeft en weet dat je de juiste hoeveelheid geeft.

Terug naar overzicht

Auteur: Dr. Anneke Hallebeek

 

Voetnoot 1

Een aantal wettelijk vastgelegde termen voor diervoeders:
1. „diervoeders”: alle stoffen en producten, inclusief additieven, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om te worden gebruikt voor orale vervoedering aan dieren;
2. „toevoegingsmiddelen”: stoffen, micro-organismen of preparaten die geen voedermiddelen noch voormengsels zijn en die opzettelijk aan diervoeder of water worden toegevoegd om:
a) de eigenschappen van diervoeder gunstig beïnvloeden;
b) de eigenschappen van dierlijke producten gunstig beïnvloeden;
c) de kleuren van siervissen en -vogels gunstig beïnvloeden;
d) te voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren;
e) het milieu-effect van de dierlijke productie gunstig beïnvloeden;
f) de dierlijke productie, prestaties of welzijn gunstig beïnvloeden, met name door in te werken op de maag- en darmflora of op de verteerbaarheid van de diervoeders, of
g) een coccidiostatische of histomonostatische werking teweeg te brengen.
3. „mengvoeders”: mengsels van ten minste twee voedermiddelen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor orale vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders.
4. „volledige diervoeders”: mengvoeders die door hun samenstelling toereikend zijn als dagrantsoen;
5. „aanvullende diervoeders”: mengvoeders met een hoog gehalte aan bepaalde stoffen, die echter, wegens hun samenstelling alleen toereikend zijn als dagrantsoen indien zij samen met andere diervoeders worden gebruikt;
6. „mineraalvoeders”: aanvullende diervoeders die ten minste 40 % ruwe as bevatten;
Bron: Verordening (EG) Nr. 767/2009

Voetnoot 2

CVB. (2013, september). CVB Tabellenboek Voeding Paarden en Pony’s. Geraadpleegd op 9 oktober 2017, van edepot.wur.nl/367876

Terug naar overzicht

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/voedingssupplementen-voor-paarden-hoe-kies-je-een-passend-supplement/