Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 7 minuten

In de zomer vind je soms vele kleine gele puntjes op de onderbenen of in de manen van je paard. Met borstelen zijn ze bijna niet weg te krijgen. Dat zijn horzeleitjes. De eitjes worden opgelikt door het paard en de horzellarven kunnen vervolgens een serieus probleem vormen op verschillende plekken in het paardenlichaam. Vooral de maand augustus is een periode waarin paarden prooi kunnen worden van horzels, die dan hun eitjes leggen op de haren van hun gastheer. Let op: horzels worden nogal eens verward met dazen of hornaars!

Foto bovenaan: Gasterophilus intestinalis – Janet Graham

Kenmerken van de horzel

Afb. 1: Gasterophilus nasalis (foto: Biodiversity Center)

Horzels zijn een familie van insecten behorende tot de orde tweevleugeligen (Diptera). Horzels hebben een harig lichaam, slecht ontwikkelde monddelen en kleine antennen, die zijn geplaatst in kopgroeven. Ze hebben geen angel, maar wel een stevig eileg apparaat. Deze ovipositor ziet er best gevaarlijk uit, als een soort ‘super angel’ en een vrouwelijke horzel is er druk en beweeglijk mee in de weer. Ze heeft de capaciteit om er elke tien seconden een eitje mee vast te lijmen aan een haar. De lichaamslengte van een horzel varieert van 0,8 tot 2,5 cm. De volwassen dieren leven niet lang en eten ook niet. De larven echter leven parasitair in zoogdieren, zoals runderen, schapen, herten en paarden. Als ze volgroeid zijn, worden ze uitgeniest of uitgescheiden. Ze kunnen zich ook door de huid naar buiten vreten en zich dan in de grond verpoppen.

Horzel vs daas vs hornaar

Bloedzuigende dazen en de stekende hoornaars (de grootste wespensoort in Nederland en België) worden in de volksmond ook vaak horzels genoemd. Horzels kunnen echter niet bijten of steken, ze hebben geen bewegende monddelen en angel. Horzels zijn schadelijk doordat de larven zich ontwikkelen (parasiteren) in levende dieren. Dazen leggen hun eitjes in vochtige weilanden, wegbermen, moerasachtige gebieden, op de bodems van sloten en op planten. De eitjes ontwikkelen zich in die vochtige omgevingen tot larven en poppen. De hornaar bouwt net als de meeste wespen een wespennest. Vaak op enige hoogte in een holle boom of bijvoorbeeld in een nestkastje of onder een dak.

Horzelfamilies

Parasitische organismen zijn over het algemeen nogal specifiek in de keuze van hun gastheer. Op basis daarvan worden in de parasietenwereld twee horzelfamilies onderscheiden.

  1. Oestridae; horzels die vooral herkauwers met hun meerdere magen (runderen, schapen, herten) uitkiezen als hun gastheer. ‘Oestros’ staat voor (ei)bobbel en deze horzels maken dan ook bulten in de huid van bijvoorbeeld runderen. Paarden hebben veel minder last van de larven van deze familie, maar ze kunnen wel panisch op deze horzels reageren.
  2. Gasterophilidae; deze horzels kiezen voornamelijk paarden als hun gastheer. ‘Gaster’ staat voor darmkanaal. Deze horzellarven komen namelijk via het spijsverteringskanaal naar buiten om te verpoppen. Er worden drie soorten onderscheiden:
    a. Gasterophilus intestinalis; de larven zitten vooral aan de maagwand (en worden daarom ook wel ‘maaglarve’ genoemd).
    b. Gasterophilus nasalis; de larven beginnen in de neusholte.
    c. Gasterophilus haemorrhoidalis; de larven beginnen in de lippen en eindigen meestal in de maag of endeldarm.

Afb. 2: Gasterophilus intestinalis, ook wel de paardenhorzel. Dit is een volwassen vrouwtje (Foto: Notafly/Wikimedia Commons)

Het is niet zo dat een ‘zoekende’ schapen- of runderhorzel nooit eens een paard bedreigt, maar over het algemeen hebben alleen de Gasterophilidae het op paarden gemunt en zij worden daarom ook wel de paardenhorzels genoemd.

Men zegt wel dat paardenhorzels zulke nare effecten veroorzaken, omdat ze nog niet goed genoeg zijn ‘aangepast’ aan hun gastheer. De runderhorzellarven zijn beter ‘aangepast’. Zij overleven het meerdere magenstelsel van hun gastheer niet en hebben dus andere wegen ‘gezocht’ (bijv. via de huid) om dat spijsverteringsstelsel te omzeilen. Een paard heeft maar één maag, waardoor de larven van de paardenhorzel ‘makkelijk’ in het spijsverteringskanaal kunnen komen.

Levenscyclus van de horzel

De volwassen paardenhorzel legt eitjes op de onderbenen maar ook op de hals, op de flanken en in de manen van het paard. De eitjes zijn te herkennen als kleine gele puntjes, vaak honderden bij elkaar, in de beharing (zie foto hieronder).

Afb. 3: Eitjes van de paardenhorzel (Gasterophlus intestinalis) in de vacht van een paard  (Foto: Notafly/Wikimedia Commons)

Afb. 4: Illustratie: Dymphie van den Bergh

De eitjes worden opgelikt door het paard en worden uiteindelijk als larven weer uitgescheiden.

De larven overleven de eerste tijd in het mondslijmvlies en bereiken na een week of vier de maag. Daar hechten ze zich aan de maagwand vast om na driekwart jaar, aan het begin van het warme seizoen, weer los te laten en met de mest vrij te komen. De larven boren zich in de aarde, verpoppen een aantal keren en worden dan binnen een maand een volwassen horzel. Een volwassen horzel leeft relatief kort, zo’n drie weken. In die tijd planten ze zich voort en leggen ze eitjes op een volgende gastheer. Horzelvrouwtjes hebben 700-1000 eitjes bij zich en in 45 minuten legt zij 300 eitjes, dat is elke 9 à 10 seconden een eitje. Zij legt haar eitjes vast (dit wordt ook wel cementeren genoemd) aan de bijna uiteinden van de haren van het betreffende dier.

Symptomen van besmetting

Paarden kunnen ernstige problemen krijgen als gevolg van een besmetting met horzellarven. Ze kunnen hiervan ontstekingen aan de mond, tong en aan de maag (maagzweren) oplopen en vermageren vaak sterk wegens een verminderde eetlust. Bij ernstige besmetting kan de maagwand doorbreken en kan het paard overlijden aan buikvliesontsteking. Ook bloedarmoede en maagdarmproblemen als diarree en kolieken kunnen een gevolg zijn van een besmetting door overmatig veel horzellarven.

 

Lees meer over: 
–  Maagzweren bij paarden
–  Diarree bij paarden
–  Koliek
–  Bloedarmoede

Afb. 5: Horzellarve van de paardenhorzel, Gasterophilus intestinalis (Foto: Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0)

Larven van paardenhorzels (foto hierboven) bezorgen hun gastheer een overgevoeligheid voor horzeleiwit dat deze larven in de ingewanden van hun gastheer afgeven. Besmette paarden staan vaak te gapen.

Diagnose en behandeling

Een infectie met paardenhorzels kan gediagnosticeerd worden wanneer je larven in de ontlasting waarneemt (aan het begin van het warme seizoen/voorjaar) of wanneer de dierenarts de larven waarneemt via een gastroscopie (kijkoperatie in de maag).

Afb. 6: Horzellarven in de wand van de maag

Een infectie wordt bestreden met ontwormmiddelen. Dit dient bij voorkeur in het najaar de winter te gebeuren, wanneer de volwassen horzels dood zijn door de vorst. De ontstane ontstekingen en secundaire ziekteverschijnselen dienen eveneens behandeld te worden om de schade aan het dier te minimaliseren.
Overleg met je dierenarts over de beste strategie.

Preventie & tips

Horzellarve in de mest - Paardenarts.nl

Horzellarven in de mest

Om te voorkomen dat een horzel haar eitjes op jouw paard legt, kun je je paard insprayen of inwrijven met een anti-insectenmiddel. Dat garandeert echter niet dat jouw paard vrij blijft van horzeleitjes. Blijf dan ook altijd de vacht van je paard goed controleren. Wanneer je horzeleitjes waarneemt, is het zaak waakzaam te zijn. Er kan dan namelijk al besmetting zijn opgetreden. Je kunt de eitjes dan ook maar het beste verwijderen, elke dag opnieuw. Met goed poetsen lukt dat echter niet. Er zijn speciale schuurblokjes en horzelmesjes voor te koop. Heb je die niet bij de hand, dan kun je je paard wassen met lauw water met azijn. De eitjes laten dan gemakkelijk los. Wassen met een antiparasitair middel werkt ook goed. Daarnaast is het raadzaam om de mest regelmatig uit de wei te verwijderen.

De horzel is het beste te bestrijden door paarden regelmatig goed te ontwormen. Zorg voor een goed ontwormingsplan op basis van mestonderzoek. Voor vragen over het ontwormen of het doen van mestonderzoek kun je altijd terecht bij je dierenarts.

Ook jagers zouden mee kunnen helpen om horzelpopulaties te verminderen. Wanneer zij in maart en april op voederplaatsen van groot wild horzelpoppen vinden en deze zouden vernietigen, dan zou dat de besmettingskans van paarden en vee met horzellarven kunnen verkleinen.

Tekst in samenwerking met Dinette Neuteboom met medewerking van de heer drs. H.R. Murris (bioloog).

Chipnummer zoeken

Vul het chipnummer in en vind de gegevens bij het paard.
Meer info

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo