Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 5 minuten

Ruwvoer is een natuurproduct, dit betekent dat de samenstelling variabel is. Het is dus geen voedermiddel met constant dezelfde voedingsstoffen. Met name de variaties in energie, eiwit en suiker geven aanleiding tot verandering in de body condition score en eventueel stofwisselingsklachten bij je paard. Door kennis te hebben van deze variaties en van de ruwvoerbehoefte van je paard ben je beter in staat een geschikte keuze te maken.

Ruwvoerkwaliteit in drie gradaties

Simpel gezegd kan je hooi of voordroog in drie klassen verdelen: grof en arm, gemiddeld en fijn en rijk. Dit onderscheidt wordt voornamelijk bepaald door het aandeel vezels, oftewel de ruwe celstof. Een hoger vezelgehalte leidt tot hardere en dikkere stengels die minder makkelijk verteerbaar zijn. Met enige oefening kan je door te kijken en te voelen het ruwvoer in één van deze klasse indelen. In principe is een fijne kwaliteit hooi ook rijker aan eiwit en vaak ook aan suiker dan een grove en harde kwaliteit hooi. Echter, de variatie in eiwit en met name in suiker is groot en zekerheid heb je pas met een ruwvoeranalyse.

Tabel 1: Gradaties ruwvoerkwaliteit

Body Condition Score

Pas de kwaliteit ruwvoer aan op de huidige voedingstoestand. Heeft je paard een Body Condition Score (BCS) van +1 of meer of is hij juist aan de magere kant (-1 of -2), kijk dan of de ruwvoerkwaliteit wel past bij wat je paard nodig heeft. Door elke 4-6 weken de BCS te beoordelen en adequate maatregelen te nemen, kan je te grote veranderingen en gezondheidsklachten voorkomen.

Een paard met overgewicht heeft minder energie nodig, en kan prima grofstengelig hooi eten. Terwijl een mager paard juist extra energie en dus fijn en rijk of gemiddeld ruwvoer kan gebruiken. Zo maak je met het ruwvoer de meest passende basis voor het totale rantsoen en kan je paard zo veel mogelijk ruwvoer eten (alhoewel restricties soms nog nodig zijn, vooral bij obesitas).

Leeftijd

Jonge paarden, zeker in het eerste levensjaar, hebben een hoge energie- en eiwitbehoefte. Het darmpakket en de darmflora zijn in ontwikkeling en gedijen het beste bij veel ruwvoer. Dat ruwvoer mag fijn en rijk zijn. Tot ongeveer het tweede en derde jaar, dan groeit het paard minder hard en kan de kwaliteit meer richting gemiddeld tot grof. Check in alle gevallen het eiwitgehalte middels ruwvoeranalyse. Als dat onvoldoende is, zal de groei tegenvallen. Het komt zeker voor dat ook een, op het oog, rijke kwaliteit toch weinig eiwit bevat.

Als het paard verouderd en minder kauwkracht krijgt, kan grof en arm ruwvoer minder geschikt zijn. Schakel dan over naar gemiddeld en eventueel fijn en rijk ruwvoer, zo blijft de conditie van je oudere paard langer goed.

Inspanning

Paarden zijn “gemaakt” om te bewegen. Dagelijks trainen is voor veel paarden dan ook niet echt een zware inspanning waarvoor ze veel extra energie nodig hebben. Wanneer het werk wel meer energie kost, gaat de body condition score achteruit. Meer energie geef je dan in eerste instantie door meer ruwvoer te geven en van een rijkere kwaliteit. Bij onvoldoende effect is geconcentreerde energie uit krachtvoer nodig. Helaas is het niet makkelijk de zwaarte van het werk eenvoudig te bepalen zonder hartslagmetingen. Factoren zoals tijdsduur, intensiteit, snelheid en frequentie, maar ook leeftijd en uithoudingsvermogen zijn hierop van invloed.

Dracht en melkproductie

De merrie die een veulen krijgt heeft meer energie en eiwit nodig voor de aanleg van het veulen en de melkproductie. Aan het einde van de dracht is de buik flink gevuld door het veulen en is de doorstroming in de darmen gebaat bij makkelijker verteerbaar ruwvoer. Een gemiddelde of fijn en rijk soort ruwvoer heeft de voorkeur. Ook omdat nadat het veulen is geboren de melkproductie op gang komt. Een fijn en rijk ruwvoer is dan een must!

“Suikergevoelige” paarden

Dan zijn er nog situaties waarin niet alleen de kwaliteit van het ruwvoer, maar ook het aandeel suiker een grote factor speelt in de juiste ruwvoerkeuze. Insulinedysregulatie kan voorkomen bij paarden met overgewicht, hoefbevangenheid, EMS, PPID en veroudering. In al deze gevallen is een ruwvoeranalyse noodzakelijk. Het is dus niet zo dat in al deze gevallen grof en arm ruwvoer nodig is. Een senior met vermagering of een paard met PPID dat mager is geworden kan beter gemiddeld ruwvoer krijgen. Zolang het maar zeker is gesteld dat het suikergehalte niet te hoog is.

Paarden met spierbevangenheid hebben geen insulinedysregulatie maar zijn wel suikergevoelig. Ook daarvoor moet eerst het ruwvoer geanalyseerd worden. De kwaliteit die ze nodig hebben hangt weer af van hun body condition score en mate van inspanning.

Voeradvies

Het ruwvoer is de basis en dus het belangrijkste onderdeel van het rantsoen. Je maakt een voorraad voor een flink aantal weken of maanden. Niet zo gek om eens advies te vragen over de juiste kwaliteit hooi of voordroog die jouw paarden nodig hebben of om met een deskundige te sparren over de ruwvoeranalyse uitslag. Het helpt!

Vind een Voedingsconsulent Paard

Vragen over paardenvoeding?Paardenarts.nl Finder - vind een paardenarts of kliniek
Vind via de Paardenarts.nl Finder een paardenkliniek of -arts die voedingsadvies aanbiedt:

Vind een Voedingsconsulent

Verder lezen?

Chipnummer zoeken

Vul het chipnummer in en vind de gegevens bij het paard.
Meer info

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo