Paardenarts
Blessures & Revalidatie
Peesblessures | Peesproblemen bij paarden

Peesblessures zijn een zeer frequent voorkomend probleem bij (sport)paarden en pony’s. Er zijn vele risicofactoren bekend die kunnen bijdragen aan het ontstaan van peesblessures, waaronder conformatie (bouw en beenstand), beslag en voetbalans en het trainingsregime. Een toegenomen besef van het belang van een vroegtijdige diagnose, routinecontroles van sportpaarden en de hoogwaardige kwaliteit van moderne echoapparatuur hebben ertoe geleid dat peesblessures in een vroeger stadium kunnen worden vastgesteld. Een vroegtijdige diagnose leidt tot minder schade en, met de juiste behandeling, tot een beter herstel.

In dit artikel lees je meer over peesproblemen en peesblessures bij paarden:

Peesproblemen header

Wat zijn pezen?

Pezen zijn ’bandachtige’ structuren die de verbinding vormen tussen spieren en botten. De pees zelf kan niet korter of langer worden. De beweging wordt veroorzaakt door de spier waar ze aan vast zitten. Een pees bestaat uit peesvezels; in de lengterichting verlopende bundels van dichte bindweefselvezels. De bloedvoorziening in pezen is slecht in vergelijking met andere structuren in het lichaam. Door deze gebrekkige bloedvoorziening worden voedingsstoffen slechter aangevoerd en afvalstoffen slechter afgevoerd, waardoor herstel lang duurt.

Pezen komen in het hele lichaam voor. Dit artikel gaat over de pezen in het onderbeen, omdat daar de meeste peesblessures voorkomen.

Waar zitten de pezen?

Iedere pees in het paardenlichaam kan geblesseerd raken, maar de belangrijkste pezen waar regelmatig blessures aan optreden lopen aan de achterzijde van het pijpbeen. Dit zijn de oppervlakkige buiger (1.), de diepe buiger (2.), het check ligament (3.) en de interosseus (tussenpees) (4.), aan de achterzijde van het pijpbeen (5.).

De oppervlakkige buiger (1.) loopt aan de achterzijde van het been, direct onder de huid. De diepe buiger (2.) loopt voor de oppervlakkige buiger langs, kruist met de oppervlakkige buiger en hecht aan op de onderzijde van het hoefbeen. Het check ligament (3.) begint aan de achterzijde van de voorknie en smelt samen met de diepe buiger ongeveer halverwege de pijp. De interosseus (4.) ligt tegen de achterzijde van het pijpbeen aan en splitst zich verder naar beneden in twee schenkels die aanhechten op de sesambeentjes (zie afbeeldingen). Verschillende sterke, korte annulaire ligamenten (ringbanden) helpen om de pezen op hun plaats te houden in gebieden met veel beweging, zoals gewrichten.

Echobeeld van check ligament:

Fotos echobeeld check ligament blessure. Sterk verdikt checkligament met verlies van vezelstructuur (pijltjes).
Afb. 3:Echobeeld van een blessure aan het check ligament. Sterk verdikt check ligament met verlies van vezelstructuur (pijltjes).

Hoe ontstaat een peesblessure?

Een peesblessure ontstaat vaak tijdens de training of het gek doen in de wei. Door acute overbelasting of overrekking ontstaat er een beschadiging in de pees. Ook trauma van buitenaf, bijvoorbeeld door een klap van een ander paard of aantikken door het andere been kan een oorzaak zijn. Chronische overbelasting kan ook tot peesblessures leiden; er treedt dan peesverval op, waarbij de pees steeds een beetje meer beschadigt. De ernst van de blessure kan variëren van een kleine vezelbeschadiging tot een totale ruptuur (scheur) van de pees. Meestal is een deel van de vezels beschadigd over een bepaalde lengte van de pees.

Verschijnselen van een peesblessure

Beschadiging van een pees veroorzaakt ontsteking, warmte en zwelling. Afhankelijk van de ernst van de blessure is het paard niet tot ernstig kreupel. Bij een peesblessure is de kreupelheid vaak redelijk snel weer over, meestal gaat het na één tot twee weken al een stuk beter. Het gevolg is dat veel eigenaren te snel weer gaan rijden, waardoor er een ernstigere blessure ontstaat.

Foto links verdikte oppervlakkige buigpees halverwege de pijp - midden en rechts - van een verdikte buigpees aan het voorbeen.
Afb. 4: Foto links: verdikte oppervlakkige buigpees halverwege de pijp
Foto’s midden en rechts: verdikte buigpees aan het voorbeen.
Fotos echobeelden (dwarsdoorsnede en lengtedoorsnede) van de oppervlakkige buigpees
Foto’s echobeelden (dwarsdoorsnede en lengtedoorsnede) van de oppervlakkige buigpees van het paard op de foto’s hiervoor ( midden en rechts). Duidelijke verdikking van de buitenkant van de pees met verlies van vezelstructuur. Oppervlakkige buigpees laesie.

Diagnose

Bij het vermoeden van een peesblessure is het verstandig om direct contact met je paardendierenarts op te nemen. Afhankelijk van de ernst en duur van de symptomen zal hij of zij besluiten wanneer het paard onderzocht moet worden. De dierenarts begint met een klinisch onderzoek; hoe kreupel is het paard? Is de pees warm, gezwollen en pijnlijk bij het afvoelen van het been? Door alleen te kijken en te voelen is het niet mogelijk de ernst en omvang van de beschadiging vast te stellen. Met behulp van een echo (peesscan) kunnen de verschillende pezen in beeld gebracht worden. Om de ernst, precieze plaats en prognose van de blessure vast te stellen is het erg belangrijk om een echo te laten maken. Omdat een blessure in de eerste periode nog groter kan worden doordat het lichaam de beschadigde cellen opruimt, is het belangrijk om de echo ongeveer zeven tot tien dagen na het ontstaan van de blessure te laten maken. Door het maken van de echo weet je wat het uitgangspunt van de blessure is en is het herstel met vervolgecho’s in beeld te brengen. Deze echo’s worden afhankelijk van de blessure elke vier tot twaalf weken door de dierenarts gemaakt, zodat hier het revalidatieschema op kan worden aangepast.

Behandeling

Als je vermoedt dat er sprake is van een peesblessure bij je paard dan is het belangrijk om contact op te nemen met een paardendierenarts. In de acute fase is er vaak ontstekingsremmende en pijnstillende therapie nodig. Daarnaast zijn koud afspuiten (minimaal 15 minuten per keer) en boxrust erg belangrijk. Na de acute fase is het afhankelijk van het type blessure wat het vervolgplan wordt. De beschadigde pees kan bijvoorbeeld  worden ingespoten om het herstel te bevorderen. Relatief nieuwe medicaties om pezen mee in te spuiten zijn PRP (platelet rich plasma) en/of stamcellen. Het doel is hiervan is de organisatie van het littekenweefsel te optimaliseren en op die manier de sterkst mogelijke genezing te krijgen.

PRP Injecties

PRP is de afkorting van platelet-rich plasma, ofwel bloedplasma dat rijk is aan bloedplaatjes. Bloedplaatjes zijn één van de soorten cellen in het bloed. Zij spelen een belangrijke rol in de bloedstolling. Wanneer er schade is aan een bloedvatwand maken zij onderdeel uit van het bloedstolsel dat de bloeding stopt. Aangezien bloedplaatjes een hoog gehalte aan groeifactoren en andere eiwitten maken die herstel stimuleren komen deze op plekken in het lichaam terecht waar schade is.

Voor deze behandeling wordt bloed van het paard afgenomen en op een speciale manier bewerkt, waardoor de bloedplaatjes geconcentreerd worden. Wanneer het product klaar is wordt het onder echobegeleiding ingespoten zodat het exact op de beschadigde plaats in de band of pees terechtkomt. PRP bevordert het herstel van de pees. Uit onderzoek is gebleken dat hierdoor de genezing van peesblessures versneld wordt en de kwaliteit van het herstelweefsel verbeterd. Vaak is een eenmalige behandeling afdoende, maar dit wordt afgestemd op de individuele patiënt.
Onderstaand 2 korte video’s over het inspuiten van PRP

Toelichting video 1: Iris van Gulik van Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal plaatst met behulp van de echo naaldjes op de juiste plaats in de peeslaesie. Op het echobeeld zie je het naaldje als een witte stip midden in de peeslaesie zitten. Hierna kan de PRP op de juiste plaats toegediend worden.

Toelichting video 2: Op dit filmpje zie je de peeslaesie (zwarte streep) die ingespoten wordt met de PRP.

PRP injectie in pees paard
Afb. 11: PRP injectie in de pees

Stamceltherapie

Bij stamceltherapie worden stamcellen uit het beenmerg of het vetweefsel gehaald, die na vermenigvuldigen in een laboratorium, in de blessure worden ingespoten. Stamcellen kunnen zich differentiëren in verschillende soorten cellen, waaronder peescellen. De resultaten van stamceltherapie lijken succesvol; nadeel is dat het kostbaar is. De afgelopen jaren zijn diverse nieuwe therapieën voorgesteld voor de behandeling van peesblessures en er zullen er ongetwijfeld de komende jaren nog velen volgen. Voor de meeste van deze behandelingen ontbreekt echter op dit moment  wetenschappelijk bewijs voor hun effectiviteit.

Shockwave

Shockwave is een humane behandelmethode die gebaseerd is op hoog energetische geluidgolven opgewekt door een elektromagnetische puls. Dit wordt bij paarden vooral toegepast op de overgang van peesweefsel naar bot. Shockwave kan de pijn wegnemen, herstel bevorderen en doorbloeding stimuleren.

Lasertherapie

Op dit moment is de behandeling van peesblessures met laser in opkomst. Lasertherapie is erop gericht de genezing te versnellen, de kwaliteit en elasticiteit van het herstellende weefsel te verbeteren, ontstekingsreacties te verminderen en pijn te bestrijden. Lasertherapie is een behandelmethode die op zichzelf kan staan bij peesblessures of aanvullend gebruikt kan worden naast shockwave, PRP injecties of stamceltherapie.

Speciaal beslag

Vaak wordt speciaal beslag geadviseerd om de geblesseerde pees te ontlasten. Voor elke pees is dit een ander type beslag; het is dus erg belangrijk om door middel van een echo vast te stellen welke pees geblesseerd is en daar het beslag in samenspraak met de hoefsmid op aan te passen.

Revalidatie (aquatherapie)

Afhankelijk van de ernst van de blessure en welke pees geblesseerd is wordt een bewegingsprotocol opgesteld. Meestal wordt er begonnen met een stapschema aan de hand. Gecontroleerde beweging op een vlakke ondergrond is erg belangrijk voor het zo optimaal mogelijk genezen en het zo sterk mogelijk maken van de geblesseerde pees. Geblesseerde paarden loslaten in de wei is meestal niet aan te raden; dit om piekbelasting te voorkomen.

De meeste peesblessures hebben minimaal drie maanden gecontroleerde beweging nodig en soms duurt de revalidatie meer dan een jaar. Het doel van de revalidatie is het bevorderen van de genezing en voorkomen dat het paard opnieuw geblesseerd raakt, door middel van een gecontroleerd trainingsschema. Hierbij zal het paard herhaaldelijk klinisch worden beoordeeld en het peesherstel met echo’s worden gecontroleerd voordat het trainingsniveau verder wordt opgebouwd.

Echobeelden revalidatieproces checkligament:

Toelichting-fotos-echobeelden-van-het-checkligament-voor-revalidatie.-1024x385
Afb. 14:Echobeelden van het checkligament voor therapie (PRP) en revalidatie. Links op de beelden de dwars- en lengtedoorsnede van het linkerbeen met een ernstig verdikt check ligament, met verlies van peesvezels (zwart op de echo). Rechts op de beelden het rechter normale been.
toelichting-fotos-echobeelden-van-het-checkligament-na-de-revalidatie-2
Afb. 15: Echobeelden van het checkligament na de revalidatie. Er is weer vezelstructuur te zien in de pees (de echo is minder zwart op de plaats van het checkligament).

Aquatherapie kan een goede aanvulling zijn bij de revalidatie van paarden met een peesblessure. Hierbij kan het paard bewegen zonder dat er teveel kracht op de pezen komt te staan. De bespiering en de conditie blijven op deze manier beter op peil. Het is erg belangrijk om de aquatherapie aan te passen aan de blessure van het paard; bij verkeerd gebruik kan dit namelijk ook averechts werken. Overleg daarom altijd met je dierenarts.

Na beschadiging herstelt een pees langzaam, omdat het peesweefsel weinig bloedvaten bevat. De pees herstelt met littekenweefsel dat nooit dezelfde sterke structuur als het peesweefsel krijgt. Het litteken is minder elastisch en zwakker, waardoor er meer spanning op de aanhechtende peesdelen komt. Dit verhoogt de kans dat je paard opnieuw geblesseerd raakt (meestal net naast het oude litteken).

Prognose bij peesblessures

De prognose is afhankelijk van de pees die beschadigd is, de ernst van de blessure, het gebruiksdoel en de leeftijd van het paard. Deze varieert van zeer goed, tot het noodzakelijk zijn van euthanasie.

Preventie

Heeft je paard ooit een peesblessure gehad dan is het risico op een nieuwe blessure groter, maar ook bij paarden die nog nooit een peesblessure hebben gehad voorkom je natuurlijk het liefst dat er een blessure ontstaat. Het is belangrijk om daarbij op de volgende punten te letten:

  • Rij op een bodem van goede kwaliteit. Diep zand, hobbels en kuilen zijn erg slecht voor pezen. Kom je op concours en vind je de bodem te slecht of te glad, start dan niet.
  • Zorg dat je paard regelmatig beweging krijgt.
  • Bouw de training van een jong paard of een paard dat niet getraind is rustig op. Pezen hebben lang nodig om zich aan te passen aan veranderende arbeid.
  • Laat de hoefsmid het paard regelmatig bekappen en beslaan. Bij te grote standsverandering door achterstallig hoefonderhoud heb je meer kans op blessures.
  • Voel dagelijks de benen van je paard af of er zwelling of warmte rond te pezen zit.
Paardenarts.nl kan niet ingaan op (individuele) gezondheidsvragen. Raadpleeg hiervoor altijd je eigen / een dierenarts.