Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 5 minuten

Soms vertelt een paardenhouder dat zijn paard ‘hoefkatrol’ heeft. Nu heeft elk paard in elke hoef een hoefkatrol, maar wat de eigenaar waarschijnlijk bedoelt is dat het paard last heeft van een blessure in dat gebied van de ondervoet (hoefkatrolontsteking of podotrochleose).

Wat is de hoefkatrol?

In de ondervoet van het paard zit een mechanisme dat een katrolwerking heeft, dit is de hoefkatrol (podotrochlea). De hoefkatrol wordt gevormd door het hoefbeen (11), kroonbeen (6) en de diepe buigpees (4) die over de achtervlakte van het straalbeen (os naviculare) (7) glijdt. Tussen de diepe buigpees en het straalbeen bevindt zich ook nog een slijmbeurs (bursa podotrochlearis) (8). Als laatste horen ook ligamenten die het straalbeen met de beenderen van de ondervoet verbinden tot de hoefkratrol.

Afb. 1: Zijaanzicht hoef paard

Afbeelding ‘Zijaanzicht hoef’: 

1. Pijpbeen
2. Kootgewricht
3. Kootbeen
4. Diepe buigpees
5. Kroongewricht
6. Kroonbeen
7. Straalbeen
8. Slijmbeurs
9. Hoefgewricht
10. Zoolkussen
11. Hoefbeen
12. Witte lijn
13. Wandhoorn

Wat is hoefkatrolontsteking?

Hoefkatrolontsteking is een verzamelnaam voor aandoeningen van benige en weke delen in het hoefkatrolgebied. Podotrochleose ontstaat door een (chronische) overbelasting van het hoefkatrolapparaat. Dit kan ontstaan door verdraaien/verstappen van de ondervoet, verkeerde hoefstand/-vorm, (intensief) trainen op een onregelmatige onvoldoende dempende bodem. Mogelijk speelt er ook een erfelijke component in het optreden van hoefkatrolontsteking.

Afb. 2: Fotografie: Karlyne

Afb. 3: close-up van de voorbenen in de landing na de sprong: de ondervoet veert zover door dat de kogel bijna de grond raakt, dit zorgt voor een grote belasting van de ondervoet.

Symptomen

Afb. 4: Paard monsteren op harde bodem

Een paard met hoefkatrolontsteking kan een wisselend beeld tonen voor wat betreft kreupelheid. In vrijwel alle gevallen treedt hoefkatrolontsteking op aan een of beide voorbenen. In sommige gevallen vertoont het paard geen duidelijke kreupelheid, maar heeft het in de training een verminderde werklust en zal het protesteren wanneer er veel druk ontstaat op de voorbenen door bijvoorbeeld korte wendingen of het trainen op een hardere ondergrond. In andere gevallen is de kreupelheid wisselend van aard, na (intensieve) belasting kan een paard kreupel zijn om vervolgens na enige dagen rust weer normaal te lopen. Weer andere paarden zijn continu kreupel aan een of beide voorbenen.

Diagnose

Een paard met hoefkatrolontsteking kan een één- of beiderzijdse kreupelheid vertonen. In de meerderheid van de gevallen betreft het de voorbenen. Tijdens de training zijn bijvoorbeeld wendingen, het landen na een sprong en het trainen op een hardere ondergrond vaak pijnlijk voor een paard met podotrochleose. In eerste instantie zal een dierenarts elk kreupel paard volgens een vast protocol opwerken. Het is niet mogelijk om op basis van enkel het klinische beeld en de historie van de klinische kreupelheid de diagnose podotrochleose te stellen. Het protocol omvat klinisch onderzoek, diagnostische anesthesie en beeldvorming (röntgen, echo, CT, MRI).

Klinisch onderzoek

Het klinisch onderzoek van een kreupel paard omvat het monsteren (foto) van het paard op harde en zachte bodem in zowel een rechte lijn als op de volte. Na het beoordelen van de gang van het paard kan er gekozen worden om buigproeven uit te voeren. Het uitvoeren van een buigproef is een handeling die alleen door een paardenarts uitgevoerd dient te worden.

Na monsteren en de buigproeven kan een paardenarts er voor kiezen om een geleidingsanesthesie uit te voeren. Hierbij kunnen specifieke onderdelen van het been van het paard ongevoelig worden gemaakt. Als de oorzaak van de pijn in het uitverdoofde gebied ligt, zal de kreupelheid na uitverdoven significant minder zijn. Op basis van dit onderzoek kan de pijnlijkheid nader worden gelokaliseerd.

Beeldvormend onderzoek

Als er op basis van het klinisch onderzoek aanleiding is om de hoefkatrolregio te verdenken als oorzaak van de kreupelheid, kan er beeldvormend onderzoek worden uitgevoerd. De hoefkatrolregio is te beoordelen middels echografie, röntgen, MRI en CT.  Door een röntgenfoto te nemen van het straalbeen kan een dierenarts de vorm en kwaliteit van het straalbeen beoordelen. Aan de vorm van het straalbeen wordt een klasse toegekend van 0 t/m 4, waarbij klasse 4 een sterk verhoogd risico op kreupelheid vertegenwoordigd.

Behandeling

Aangezien niet elk paard dezelfde vorm of mate van hoefkatrolontsteking heeft, zal ook de behandeling per paard verschillen. Wanneer hoefkatrolontsteking in een vroeg stadium gediagnosticeerd is, heeft het paard de grootste kans op herstel van de blessure. Is je paard kreupel? Neem dan zo snel mogelijk in contact op met je paardenarts.

De behandeling bestaat uit het toedienen van pijnstillers/ontstekingsremmers. Deze pijnstillers kunnen zowel systemisch (oraal of via injectie) als lokaal gegeven worden. Naast pijnstilling is een goed functionerend beslag van groot belang. Ook zal er een revalidatieplan worden voorgeschreven om de blessure gecontroleerd te kunnen revalideren.

Preventie

Het blijkt dat sommige paarden genetische aanleg hebben voor het ontwikkelen van hoefkatrolontsteking. Het is niet mogelijk om deze genetische aanleg te laten verdwijnen, maar het is bij deze paarden van het allergrootste belang dat alle preventieve maatregelen worden genomen om overbelasting van de hoefkatrol te voorkomen. Denk hierbij voornamelijk aan de stand van de hoeven en gedoseerde trainingsbelasting op egale goed dempende bodems.

 

Auteur: Mark van Manen | Tekst in samenwerking met Martsje Bergsma.

Gerelateerde rubrieken

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo