Paardenarts
Zoek op aandoening of onderwerp
Leestijd: 30 minuten

Slowfeeders en graasmaskers voor paarden

De term ‘slowfeeder’ staat voor alle manieren waarop de voeropname vertraagd kan worden. In het Nederlands zou het een “eet-vertrager” kunnen heten of een “trage voerder”. De slowfeeder wordt al jaren gebruikt om overgewicht en verveling te voorkomen en is daarmee onderdeel in het voermanagement van veel paarden. Het kan zowel in de weide gebruikt worden (graasmasker) als bij het voeren van hooi of voordroog. Slowfeeders kunnen zelf gemaakt worden, maar er zijn ook veel slowfeeders en graasmaskers te koop. Omdat slowfeeders niet alleen maar voordelen, maar ook nadelen en risico’s kunnen hebben, is het belangrijk je te verdiepen in de verschillen tussen slowfeeders. Niet voor elk paard of in elke situatie zal de keuze op hetzelfde systeem uitkomen. Tenslotte is het verlengen van de eettijd een factor die het welzijn van paarden kan bevorderen.

Wat zijn slowfeeders?

Een slowfeeder zorgt ervoor dat een paard langer over zijn ruwvoer doet. Een hooinet is al een slowfeeder, mits de mazen niet te groot zijn. Mazen van meer dan 7-8 cm groot zullen niet echt een verschil in opnametijd geven. Er zijn ook hooinetten met een dubbele of zelfs driedubbele laag mazen.

Een hooibal of een hooizak met gaten die je aan de muur kan hangen of op de grond kan leggen zijn ook opties.

Voerbakken met een rooster of spijlen vertragen ook de voeropname. Deze kunnen aan de muur hangen of op de grond staan. Ze zijn geschikt voor gebruik in bijvoorbeeld een paddock of een grote stal.

Er zijn voerbakken te koop met een automatisch tijdslot. Daarmee is de eettijd volledig op maat af te stemmen. Sommige mensen maken zelf zo’n automatisch systeem met behulp van een tijdklok om de toegang tot het hooi (met hooinet) te openen of te sluiten.

Graasmaskers gebruik je meestal in de wei om het paard minder snel gras te laten eten. Het paard met graasmasker kan het gras eten dat door een gat of rooster komt als hij het graasmasker op het gras zet. Dit vergt wel wat oefening en moet het paard leren.

Soms worden graasmaskers ook ingezet voor het vertragen van het hooi eten, bijvoorbeeld in een groep paarden met verschillende body conditie scores.

Paardenarts.nl paarden eten uit palletbak met hooirek
Paarden eten samen uit een pallet bak met hooirek

Voordelen van een slowfeeder

Paarden zoeken in de natuur 12 tot 14 uur per dag eten en leggen daar soms grote afstanden voor af. Gedomesticeerde paarden krijgen voer door ons aangereikt, ze hoeven er niet naar opzoek. Zo zijn ze veel eerder klaar met het eten van de hoeveelheid voer die ze nodig hebben en bewegen ze minder om eten te zoeken.

Langere tijd niet eten verstoort het verteringssysteem. De productie van speeksel tijdens het kauwen is nodig om het continu geproduceerde maagzuur te bufferen. Na 6 uur niet eten kan maagzuur schade aan de maagwand aanbrengen, wat tot maagzweren kan leiden. Het is niet per se noodzakelijk paarden 12 tot 14 uur eettijd te geven, maar wel om de tijd tussen eetmomenten beperkt te houden. Houd aan dat het paard per dag opgeteld minimaal 8 uur eettijd nodig heeft.

Als je bedenkt dat ruwvoer het hoofdmenu is, dan is deze “eis” makkelijk te halen.

Voor paarden met een hoge energiebehoefte zorg je dat er altijd ruwvoer ligt. Een slowfeeder is dan in principe niet nodig. Wordt het paard te dik van onbeperkt ruwvoer dan is het een keuze om ruwvoer te zoeken met minder energie, of om minder ruwvoer te geven verdeeld in meerdere porties over de dag. Als dat alsnog leidt tot overgewicht, te weinig eettijd of tot te lange perioden zonder ruwvoer, dan is een slowfeeder een handig hulpmiddel voor een beter voermanagement.

De Body Conditie Score

Leer de Body Conditie Score (BCS) te beoordelen en kijk eens goed hoelang je paard per dag met eten bezig is. Heeft het paard langer dan 6 uur geen toegang tot ruwvoer? Dan zijn meer voermomenten nodig of meer voer. Als het paard een te hoge BCS heeft, kan een slowfeeder helpen het voermanagement te verbeteren.

Behalve een langere eettijd, minder tijd zonder eten en minder voeropname in totaal, zijn er nog meer voordelen aan een slowfeeder.

  • Afhankelijk van het type slowfeeder verspillen paarden minder hooi doordat er minder vertrapt wordt.
  • Doordat een paard meer bezig is het ruwvoer uit een slowfeeder te halen, zie je in een groepshuisvesting dat er tijdens het eten ook meer rust heerst en dat ze zelfs gezamenlijk uit een (grote) voerbak eten.
  • Onderzoek toont aan dat naast gewoon hooi in de stal, verrijking, zoals spiegel, speelbal of bal met hooi het welzijn verhoogt. De verrijking met de bal met hooi laat het beste effect zien.
Paardenarts.nl hooi bal voor paarden tegen verveling
Een hooi bal voor paarden laat paarden langzaam eten en helpt tegen verveling

Effectiviteit van een slowfeeder

Om echt de eettijd te verlengen moet het paard er wel wat moeite voor doen om het hooi uit een slowfeeder te krijgen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Het draait daarbij om twee factoren: de stengeligheid van het hooi en de grootte van de mazen van het hooinet of rooster.

Verschillende onderzoeken naar slowfeeders geven, uiteraard, verschillende uitkomsten. Ze zijn namelijk niet allemaal hetzelfde opgezet. Ze verschillen bijvoorbeeld in het type slowfeeder, het soort ruwvoer en de kwaliteit ervan, en de opzet van het experiment (hoelang duurt het, wat wordt gemeten en hoe, hoeveel paarden etc.).

Resultaten uit onderzoek

  • Wat vooral belangrijk is, is de grootte van de mazen van een hooinet. Bij gebruik van een (nylon) hooinet met 3,2 cm opening duurde de opname 50% langer in vergelijking met hooi gevoerd op de grond.
  • Het duurde in een ander onderzoek 25 minuten om een kilogram hooi van de grond op te eten, 30 minuten met een hooinet met 5×5 cm mazen en 50 minuten bij 3×3 cm mazen. Met een dubbel hooinet duurde het wel 60-80 minuten.
  • Ander onderzoek vergeleek hooi los op de grond, een hooizak aan de muur en een slowfeederbak op de grond (met een net over het hooi). Ten opzichte van hooi los op de grond gaf de hooizak aan de muur 10% meer eettijd en de slowfeederbak gaf 20% meer eettijd. Echter, de grootte van de mazen in de voerbak en de hooizak van dit onderzoek zijn niet bekend, maar wel een belangrijke factor. Onderdeel van dit onderzoek was ook om het gedrag van de paarden te beoordelen. Paarden vertoonden bij de hooizak wat negatief gedrag, wat op frustratie kan duiden.
  • De verlenging van de voertijd hangt ook af van de stengeligheid, hardheid en dikte van het ruwvoer. Hoe dikker en stengeliger het ruwvoer, hoe moeilijker het door kleine mazen komt. Dit maakt het lastig om de verlengde eettijd stellig te bepalen.
  • Dit alles geldt uiteraard ook voor voerbakken met roosters of spijlen.
  • Een klein onderzoek vergeleek een metalen rooster met een maaswijdte van 5×5 cm t.o.v. een rooster met maaswijdte van7,5×7,5 cm t.o.v. géén rooster. In 30 minuten aten de pony’s zonder rooster 360 g hooi, met grote mazen 305 g hooi (15% minder) en met kleine mazen 177 g hooi (50% minder). Of: De pony’s aten met de grote mazen 15% en met de kleine mazen 50% minder dan als ze konden eten zonder rooster over het hooi.
  • In de praktijk blijft het afwegen welk systeem voor de paarden en met het betreffende ruwvoer het beste werkt. Zo werkt een metalen hooirek met mazen van 7,5×7,5 cm redelijk goed met grof hooi. Bij een hooirek met mazen van 5×5 cm kan het eten van grof hooi moeilijker of te moeilijk worden. Een flexibel hooinet met mazen van 5×5 cm is dan makkelijker. Spijlen zijn voor het paard weer makkelijker dan een metalen rooster, dus verlengt de eettijd minder. De mazen van een dubbel of driedubbel (!) hooinet worden voor veel hooisoorten te klein en dan raken de paarden gefrustreerd, bijten het stuk of geven het zelfs op. Gebruik dit alleen als het echt nodig is en beoordeel de hooi opname (halen ze er wel voldoende uit?) en het gedrag van het paard.

 

Nadelen van een slowfeeder

Het eten door een slowfeeder mag dus aan de ene kant niet te makkelijk zijn, maar je moet ook opletten dat het je paard niet te veel frustreert door het eten te moeilijk te maken.

Oftewel, de kwaliteit van het hooi moet passen bij de mazen, gaten of spijlen van het slowfeedersysteem. Is het hooi er te moeilijk uit te halen, dan bijten paarden uit frustratie de netten kapot. Schade aan tanden bij paarden die uit hooinetten of hooiroosters eten komt zeker voor. Dat is dus een signaal dat het systeem niet op orde is. Normaal gesproken pakken paarden het hooi met de lippen, maar als dat niet lukt dan gaan ze bijten en dán kan schade ontstaan.

Een tweejarige studie naar het effect van hooinet gebruik op de tanden liet géén tandslijtage zien. De hooinetten hadden mazen van 4,45 cm. In datzelfde onderzoek werd zelfs iets meer bewegelijkheid van de nek en geen grotere pijngevoeligheid in de nek gevonden door het eten uit hooinetten. De paarden kregen het hooi aangeboden in grote ronde balen met netten eromheen.

Negatieve gevolgen zijn voornamelijk afhankelijk van de hoogte van hooinetten en de grootte van de mazen. Dit laatste geldt ook voor bakken met roosters of spijlen. Er zijn paarden die jaren uit voerbakken met metalen roosters eten zonder schade aan de tanden.

Niet alleen de kwaliteit, maar ook het soort ruwvoer kan uitmaken of het paard dit goed uit de slowfeeder kan eten. Voordroog is in vergelijking met hooi moeilijker uit een hooinet of voerrek te halen, tenminste als het wat vochtiger voordroog is. Het gaat allemaal wat stroever waardoor er meer trekkracht nodig is. De vochtige vezels draaien soms vast om de mazen of spijlen. Harder trekken kan leiden tot schade aan de rug of nek van het paard.

Onderzoek laat zien dat het paard zijn lichaamshouding aanpast bij een hoog- of laaghangend hooinet. Paarden trekken harder aan een laaghangend hooinet. Hangt het hooinet laag, dan is er nog een risico dat een hoefijzer vast komt te zitten in het hooinet. Daarbij is de hoofdhouding en stand van de kaken anders in vergelijking met het eten van hooi op de grond. Dit is uiteraard ook zo bij een hooinet dat hoog hangt met daarbij het meer inademen van hooistof wat natuurlijk slecht is voor de luchtwegen.

Een hooinet die aan de muur hangt is op de lange termijn dus niet de beste keuze als dit de enige manier is waarmee het paard hooi krijgt. Geef je het hooi afwisselend van de grond en uit een hooinet dan is de kans op schade minder groot. Is het voor het paard super eenvoudig om het hooi uit het net te halen (grote mazen), dan is de kans op schade minder, maar dan is het feitelijk geen slowfeeder meer.

De lichaamshouding van het paard is ook bij hooi uit een voerbox die op de grond staat niet helemaal hetzelfde als bij hooi echt van de grond. Een voerbox die aan de staldeur hangt neemt hier waarschijnlijk een tussenpositie in. Toch is het voor de nekhouding beter om hooi uit een voerbox op de grond te eten dan uit een hangend hooinet. Bovendien leidt een lage, natuurlijke hoofdhouding tot meer gelijkmatige afslijting van de kiezen en een gezonder gebit. Kortom, ruwvoer uit een voerbox of een hooizak op de grond lijkt een betere manier dan het gebruik van een hangend hooinet.

Horse Originals - HayPlay Bag paard eet in de paddock
Het is voor de lichaams houding van het paard beter om uit een hooizak op de grond te eten.

Graasmasker als slowfeeder

Je kan een paard bijna niet gelukkiger maken dan hem weidegang te geven. Gras is zijn favoriete voer. De meeste paarden doen in de wei dan ook snel het hoofd naar beneden en grazen er flink op los. Voor wat het paard nodig heeft en waar zijn maagdarmkanaal voor is ontwikkeld, blijkt gras dat in onze weiden groeit, een te rijk voedermiddel. Zo zal het er voor wilde paarden op de steppes niet hebben uitgezien. En dus kan weidegang, ondanks het vele plezier voor het paard, ook tot minder fijne gevolgen leiden.

Snel veel gras eten kan de darmflora verstoren en koliek geven. Het rijke gras levert snel veel energie en eiwit aan het paard, en dat hebben veel paarden eigenlijk niet nodig. En zo ontstaat overgewicht. Het gras kan suikerrijk zijn en aanleiding geven voor hoefbevangenheid. Kortom, gras is fijn en lekker, maar de opname moet vaak gereguleerd worden om problemen te voorkomen.

Een graasmasker is gemaakt om het paard te beletten snel gras te eten, maar maakt het gras eten niet onmogelijk. Een korf of raster om de neus van het paard verhindert grote happen. Het paard moet behendig worden om grassprietjes die er doorheen steken af te bijten. Omdat dit een andere manier van eten is, zal je met geduld dit het paard moeten aanleren. Dit doe je door het graasmasker om te doen en eerst wat lekkers door het gaatje te geven. Daarna kan je dit met wat geplukt gras doen. Neem je paard aan het halster mee naar de wei en geef weer grasplukjes door het rooster of de gaatjes en laat het hem zelf proberen. Korte perioden oefenen en dan niet daarna zonder graasmasker in de wei zetten. Als hij het lijkt te snappen zie je dat dit steeds beter gaat.

Als een paard altijd met een graasmasker in de wei gezet wordt, associeert hij een graasmasker met plezier (want weidegang is fijn, mits hij behendig genoeg is om er mee te eten). Het wordt een negatieve associatie als je het paard soms wel en soms geen graasmasker omdoet. Zonder graasmasker is uiteraard prettiger, want hij kan meer eten.

Effectiviteit van een graasmasker

Zo’n beetje alle onderzoeken naar de effectiviteit van graasmaskers zijn uitgevoerd met graasmaskers met een rond gat in de bodem. Omdat er bij deze experimenten verschillende methoden zijn gebruikt en zijn uitgevoerd op verschillende soorten grasland, laten de resultaten wel wat variatie zien. De feitelijke grasopname kan onder andere omstandigheden dus verschillen.

Uit verschillende studies blijkt dat de grasopname bij pony’s mét graasmasker tussen de 30-80% minder was dan bij pony’s zonder graasmasker. Of dit bij andere modellen graasmaskers hetzelfde is, is niet bekend. In de meeste gevallen is het onderzoek uitgevoerd op weiden met ca 10 cm gras. Bij langer gras (meer dan 10-15cm) is de opname moeilijker, geeft het frustratie en maken de pony’s het grasland kapot.

De lagere grasopname met graasmasker werkt alleen maar als de pony’s daarnaast niet ook nog zonder graasmasker op de wei komen. Ze leren al snel om met een hogere eetsnelheid de verminderde grasopname te compenseren tijdens de uren zonder masker. Hetzelfde fenomeen is te zien als ze onbeperkt ruwvoer krijgen op stal of paddock en daarnaast 3 uur weidegang krijgen. Na een paar weken stijgt de grasopname in deze paar uren (zonder graasmasker) ten koste van de hoeveelheid ander ruwvoer. Dat betekent dat de energie- en eiwitopname omhoog gaat (want gras is rijker dan hooi).

Dit leert ons dat om de grasopname te beperken een graasmasker beter werkt dan het inkorten van de graastijd naast ander ruwvoer op stal of paddock.

Dr. Anneke Hallebeek

In een langdurig onderzoek tijdens meerdere seizoenen werd gemeten dat de grasopname (gemeten als droge stof) in drie uur zonder graasmasker 0,64% van het lichaamsgewicht is en 0,13% met graasmasker. Omdat de pony’s tijdens de beperkte weidetijd in de loop van enkele weken sneller gingen eten steeg de droge stofopname naar 0,91% van het lichaamsgewicht! Pony’s leren dus om meer gras te eten in de beperkte weidegangtijd die ze krijgen.

Wat is het droge stofgehalte?

Alle voedingsstoffen behalve water zit in het droge stof of vaste deel van een voedermiddel. Als voedermiddelen evenveel droge stof hebben (en dus ook evenveel vocht) is het eenvoudig om de voederwaarde van het verse product te vergelijken. Maar als de droge stof van twee producten uiteenloopt (het ene product heeft veel voeding/weinig water en het andere juist weinig voeding/veel water) dan vergelijk je eigenlijk appels met peren. De voederwaarde moet je dus op basis van het droge stofgehalte vergelijken.

De hoeveelheid voer die een paard kan opeten is ook uitgedrukt in het droge stofgehalte en niet in het verse product. De maximale voeropname van een paard van 600 kg is bijvoorbeeld 2% van het lichaamsgewicht in droge stof. Dit is dus 12 kg droge stof. Omgerekend naar vers gras (17,7% droge stof/kg) is dit 67 kg gras en omgerekend naar vers hooi (85% droge stof/kg) is dit 14 kg hooi.

Conditie controle bij weidegang: check de BCS

Een graasmasker gebruik je om te veel suikeropname en overgewicht te voorkomen. Het heeft echter nog onvoldoende effect als je daarnaast onbeperkt ruwvoer geeft.

Een berekening van de energie opname in geval van onbeperkt ruwvoer plus drie uur weidegang, wijst uit dat een paard/ pony zowel met als zonder graasmasker ruim te veel binnenkrijgt (55% te veel versus 45% te veel t.o.v. rustbehoefte). Oftewel, het graasmasker heeft in deze opzet wel wat effect, maar onvoldoende om overgewicht te voorkomen.

Bij 24/7 weidegang kan een graasmasker helpen de conditie onder controle te houden. Uit onderzoek kunnen we aannemen dat als de droge stof opname 0,14% van het lichaamsgewicht is bij gebruik van een graasmasker (bij 3 uur grazen) en dit constant blijft bij 24 uur grazen, dan levert dit voldoende energie voor de rustbehoefte. In dat geval zou weidegang dus niet tot overgewicht leiden. Let wel, deze berekening is illustratief, want paarden verschillen onderling nogal en verschillende graasmaskers geven weer andere resultaten. Je hoeft niet te wachten tot het overgewicht duidelijk zichtbaar is om te concluderen dat het voer te rijk is. Bij kleine veranderingen in de BCS weet je al snel of het voerregime wel of niet past bij je paard.

Tips:

Controleer BCS

Voorkom “bedrijfsblindheid”

Graslengte voor graasmasker

Het paard eet met een graasmasker wat anders dan zonder graasmasker. Door het graasmasker op het gras te zetten komen er wat grassprietjes door de gaatjes heen. Deze kan het paard opeten. Het gras mag dus zeker niet te kort zijn. Maar ook lang gras geeft problemen. Het graasmasker duwt langer gras plat waardoor het niet meer door de gaatjes steekt. Paarden gaan schuiven met het masker om toch te proberen gras binnen te krijgen. Ze raken gefrustreerd en maken het grasland kapot.

paardenarts.nl paard met graasmasker tegen overgewicht

Een graasmasker is een goed hulp middel tegen overgewicht bij paarden.

Hier ontstaat een tegenstrijdigheid in de gewenste graslengte voor paarden bij beweiding. Langer doorgegroeid gras is stengelig, vezelrijk, minder snel verteerbaar, waar een paard iets meer op moet kauwen en wat minder energie en eiwit levert dan jong, mals gras. En dus meer geschikt voor de meeste paarden. Maar met een graasmasker kan het paard niet overweg met lang gras (>15 cm). Dat maakt het lastig om een groep paarden met en zonder graasmasker samen te laten grazen. Als het mogelijk is kan je zorgen voor verschillende delen van weilanden met verschillende graslengten. Maar helaas is op dit vlak weinig vergelijkend onderzoek gedaan. Het kan misschien best zo zijn dat graasmaskers van een ander model op langer gras nog redelijk functioneren. Het ene paard is hier ook handiger in dan het andere paard. Let in ieder geval op dat de paarden met graasmasker wel voldoende gras binnen kunnen krijgen op de wei waar ze staan.

paardenarts.nl paard met graasmasker tegen overgewicht
Een graasmasker is een goed hulp middel tegen overgewicht bij paarden.

Voordeel voor de vertering

Het graasmasker verhindert dan misschien niet altijd dat het paard overgewicht krijgt, het is wel een manier om paarden niet zo te laten “schranzen” als ze op de weide worden gezet. Heel snel veel gras eten heeft nadelen. Paarden kauwen minder goed, wat effect heeft op de verteerbaarheid, maar wat ook een risico geeft op een slokdarmverstopping, koliek of diarree. Veranderingen in de verteerbaarheid kunnen bijv. gaskoliek geven, of dunne mest. De snelle opname van gras kan ook leiden tot hoge suikerpieken in het bloed. En dit werkt insulineresistentie in de hand. Hierdoor kan de gevoeligheid voor hoefbevangenheid toenemen (zie kader). Door een graasmasker om te doen, dwing je het paard kleinere hapjes te nemen en dat voorkomt “schrokken”.

Nadelen van een graasmasker

Paarden zijn sociale dieren en gedijen bij onderling contact. Groomen (of elkaar “kriebelen”) is een belangrijke sociale interactie. Met een graasmasker wordt dit belemmerd. Door het dragen van een graasmasker kan ook de gezichtsuitdrukking minder herkenbaar zijn, wat verstorend is voor het uitwisselen van signalen naar elkaar. Ook kunnen paarden die af en toe belaagd worden door een ander, minder goed van zichzelf afbijten. Deze nadelen zijn met name belangrijk bij het continue gebruik van een graasmasker bij 24/7 weidegang. Staan de paarden enkele uren in de weide met een graasmasker en daarnaast samen in de paddock, dan zijn de nadelen minder erg.

Paarden knagen of bijten soms het graasmasker kapot. Misschien leren ze dit te doen, omdat het resultaat kan zijn dat er meer gras doorheen kan. In dat geval zou een ander model graasmasker gezocht moeten worden. Het kan ook betekenen dat het eten met het graasmasker te moeilijk is. Omdat ze het niet goed hebben geleerd of omdat ze met veel honger de wei in gaan en het graasmasker de grasopname zoveel belemmerd dat ze gefrustreerd raken. Voer eerst wat hooi voordat het paard met een graasmasker de wei ingaat en leer ze hoe ze met een graasmasker moeten eten. 

Tenslotte zijn sommige paarden zeer behendig om zich te ontdoen van hun graasmasker. Als ze deze handigheid hebben, is het wel een risico. Want dan kan het gebeuren dat hij opeens in een redelijk rijke wei staat zonder graasmasker om. Als je dan niet in de buurt bent, is hij in staat veel gras te eten en kunnen er problemen ontstaan. Kijk of een ander model graasmaskers minder makkelijk los te krijgen is.

Let op met weidegang (zelfs met een graasmasker) voor paarden die een verhoogd risico hebben op hoefbevangenheid

Gras kan suikerrijk zijn en paarden met insulinedysregulatie zijn “suikergevoelig”. Insulinedysregulatie is te verwachten bij paarden met overgewicht, paarden die eerder hoefbevangenheid hebben gehad, oude paarden en paarden met PPID. Gras is dan de oorzaak voor het krijgen van hoefbevangenheid. Graasmaskers zijn in principe handig om paarden te beschermen voor te veel suikeropname uit gras en beperken zo het risico voor hoefbevangenheid. Maar sommige paarden zijn zeer (suiker)gevoelig en hebben ook bij relatief weinig suiker al een reactie in de stofwisseling en daardoor grotere gevoeligheid in de hoeven. Omdat graasmaskers verschillende mate van beperking geven in grasopname, moet je heel zeker zijn dat het gebruikte type past bij de situatie van je paard. Een andere reden om voorzichtig te zijn, is het risico op afrollen van het graasmasker. Voor paarden met insulinedysregulatie (verhoogde risico op hoefbevangenheid) kan dit desastreus zijn. Oftewel, in sommige situaties is weidegang (even) geen goed idee. Als het gaat om een paard met overgewicht en met als gevolg insulinedysregulatie, dan kan deze risicovolle situatie verdwijnen bij het behalen van een gezond gewicht. Door eerst een periode het paard op vermageringsdieet te zetten, verbetert de situatie en is daarna weidegang (vaak wel met graasmasker) weer mogelijk.

Slowfeeders zijn een toevoeging in het voermanagement

paardenarts.nl paard eet hooi uit hooibal

Door goed de juiste slowfeeder bij het soort ruwvoer te kiezen kan het gebruik ervan helpen de voeropname op het paard af te stemmen. Overgewicht is een groot probleem, maar maagzweren ook. Doordat paarden langer met hun voer doen en dus langer vermaak hebben, benader je beter de natuurlijke voeropname en verbeter je het paardenwelzijn. Zorg voor een veilig en gezond voersysteem. Zowel voor de keuze van een slowfeeder en de keuze van het type graasmasker zal een eigen afstemming gemaakt moeten worden.

Onze partners

boehringer-ingelheim-logo donkergroen
Zoetis_logo
Dumea Onderzoek & Advies logo
Hippo Horse Insurance -logo
Hay to You logo