Logo Paardenartsnl

Paardenarts.nl

Rhinopneumonie

Als een merrie haar veulen aborteert of wanneer paarden om onduidelijke redenen verlammingsverschijnselen gaan vertonen en zelfs bij verkoudheidsverschijnselen, slaat de angst veel paardenhouders om het hart. Want het paard zal toch geen rhino hebben? Rhino, oftewel rhinopneumonie is een ziekte die veroorzaakt wordt door het Equine Herpes Virus (EHV). Dit virus is wijd verspreid in de paardenpopulatie op de hele wereld. Er zijn twee varianten, EHV1 en EHV4, welke beide verschillende vormen van rhinopneumonie veroorzaken. Als rhino gediagnosticeerd wordt, is er vaak sprake van een uitbraak; meerdere zieke paarden op een stal vertonen vergelijkbare verschijnselen.

Lees in dit artikel meer over Rhino!

Drie vormen van rhinopneumonie

Rhinopneumonie kan zich uiten in zeer uiteenlopende symptomen. Deze worden ingedeeld in drie groepen. De meest gevreesde symptomen van rhinopneumonie zijn de verlammingen en ataxie die vallen onder de “neurologische vorm” en veroorzaakt worden door EHV1. Voor fokkers is de “abortusvorm” dramatisch. De merrie verliest dan haar veulen. De minst bekende, maar meest voorkomende is de “ademhalingsvorm” waarbij bijvoorbeeld een lichte verkoudheid kan opvallen. Deze kan veroorzaakt worden door zowel EHV1 als door EHV4. In het geval EHV1 de verwekker is, kunnen de verschijnselen gevolgd worden door de neurologische vorm of de abortusvorm. Het is nog volledig onbekend waarom EHV1 in sommige gevallen niet (alleen) leidt tot de ademhalingsvorm maar wel tot de neurologische of abortusvorm.

Een besmet paard kan, afhankelijk van de eigenschappen van het virus, symptomen krijgen uit één of meerdere groepen.

  1. Rhino neusuitvloeiing helderVerkoudheidsvorm
    Er is een aantal symptomen van rhino dat bij de “verkoudheidsvorm” wordt ingedeeld. Een paard kan één of meerdere van deze symptomen tegelijk hebben. Paarden kunnen hoesten en/of heldere neusuitvloeiing hebben, plotseling dikke benen krijgen, een wisselend verhoogde lichaamstemperatuur hebben en een verminderde eetlust vertonen. Meestal zijn al deze symptomen binnen een week weer verdwenen als het paard wat rust krijgt. Soms zien echter andere ziekteverwekkers kans zich in het lichaam te nestelen waardoor het paard langer ziek is. De besmetting van het paard heeft meestal 2 tot 10 dagen voor het optreden van de verschijnselen plaatsgevonden.
  2. Abortusvorm
    Bij besmetting met het EHV1-virus kunnen uiteraard alleen bij drachtige merries symptomen van de “abortusvorm” optreden. Hoewel de naam doet vermoeden dat het alleen om het aborteren van een vrucht gaat en de veulens in veel gevallen inderdaad te vroeg en dood geboren worden, krijgen merries met deze vorm van rhino soms toch levende veulens. Deze zijn dan echter erg slap bij de geboorte en kunnen vaak slecht of niet staan, drinken te weinig en gaan meestal binnen enkele dagen dood. De abortusvorm is de nachtmerrie van iedere fokker omdat het vaak voorkomt dat meerdere hoogdrachtige merries op een geïnfecteerde stal kort na elkaar aborteren of een slap veulen krijgen. Merries die aborteren of een slap veulen krijgen met rhinoverschijnselen zijn minstens twee weken daarvóór besmet met het virus. Soms heeft de besmetting al maanden eerder plaatsgevonden.
    liggend veulen 2
  3. Neurologische vorm
    De neurologische ziekte EHM: Equine Herpesvirus Myelo-encephalopathie
    De neurologische vorm komt gelukkig weinig voor. Wel heeft deze variant altijd grote consequenties omdat het centrale zenuwstelsel wordt aangetast. De verschijnselen zijn niet bij ieder paard hetzelfde en treden, in tegenstelling tot de abortusvorm, snel (binnen 1 tot 14 dagen) op na de infectie. Het meest voorkomende symptoom is een slechte coördinatie van de bewegingen van de benen. Heel vaak komen verlammingen voor. Als de staart verlamd is, zien we die slap naar beneden hangen. Als het rectum (het laatste deel van de darm, net voor de anus) verlamd is, kan het paard zelf niet meer normaal mesten. Als de blaas verlamd is, raakt deze overvol en loopt de urine soms zonder plasbewegingen langs de benen naar beneden. Het gebeurt zelfs dat de blaas scheurt. Bij een penisverlamming hangt de penis slap onder de buik en zal deze steeds dikker worden. Er zijn ook dieren waarbij de benen verlamd raken. Dit zijn meestal de achterbenen waardoor ze als een hondje blijven zitten en niet kunnen opstaan. De beelden van paarden die niet meer zelf op kunnen staan zullen bij iedereen op het netvlies gebrand staan.

Het EHV-virus

Het EHV-virus is een herpesvirus. Herpesvirussen hebben enkele eigenschappen die het voor ons en het paard lastig maken om het virus de baas te blijven. Deze virussen wekken in het lichaam van het besmette dier namelijk weinig afweer op en die afweer blijft dan ook nog maar kort in stand. Ook vaccinaties van paarden tegen EHV-virussen zijn jammergenoeg maar kort werkzaam. Daarnaast blijft het virus bij alle geïnfecteerde paarden “slapend” in het lichaam aanwezig en kan het, op momenten dat de weerstand van het dier laag is, weer actief worden. Hetzelfde fenomeen zien we bij de koortslip bij mensen. Buiten het lichaam kan het virus gelukkig niet lang overleven. Overigens krijgen veel paarden die besmet worden met een EHV-virus geen ziekteverschijnselen. Een paard heeft meer kans om ziek te worden van het virus als de hoeveelheid virus waarmee hij contact heeft groot is.

In Nederland heeft bijna 100% van de paarden afweerstoffen tegen EHV4 en ongeveer 30% van de paarden heeft ook afweerstoffen tegen EHV1. Dat betekent dus dat ook jouw paard zeer waarschijnlijk het rhinovirus bij zich draagt.

Rhino, een bedreiging voor de paardenwereld?
Rhinopneumonie komt al vele jaren, bij zeer veel paarden in Nederland voor. De laatste jaren is er veel media-aandacht geweest waardoor onterecht de indruk is ontstaan dat rhino een grote, nieuwe dreiging betekent voor de hele paardenhouderij. De vele landelijke aandacht heeft echter ook positieve effecten gehad. Grote organisaties hebben samen nagedacht over en samengewerkt in de ontwikkeling van bestrijdingsmogelijkheden en informatievoorziening. Ook zijn laboratoria gestimuleerd in de ontwikkeling van moderne diagnostische technieken. Voor de diagnose van rhino kan nu gebruik gemaakt worden van DNA-onderzoek.

Overdracht van het EHV-virus

Typerend voor herpesvirussen als EHV is de eigenschap om zonder symptomen in het paard aanwezig te blijven. Het paard is dan “drager”. Paarden met een lage algemene weerstand, zoals jonge paarden of paarden die onderhevig zijn aan stress, hebben veel meer kans om rhino te krijgen dan andere paarden. Zij scheiden ook veel virusdeeltjes uit en zijn dus tevens een grote bron van besmetting voor de stalgenoten.

Uitscheiding
Door paarden, waarin het virus zich vermeerdert, wordt ook virus uitgescheiden. Dat geldt voor zieke dieren, maar ook voor dieren die geen ziekteverschijnselen vertonen. De virusuitscheiding vindt bij al deze paarden plaats via vocht uit de neus en de voorste luchtwegen (proesten, hoesten, snot). Bij aborterende merries worden er zeer grote hoeveelheden virus uitgescheiden met het vruchtwater, de nageboorte, via het veulen en in de eerste weken na de geboorte tijdens het “opschonen” van de baarmoeder.

Rhino neus neus contact

Opname
De opname van het virus gaat steeds via de voorste luchtwegen. De inademing van het virus gebeurt vaak door neuscontact van paarden. Maar vochtige neusuitvloeiing en dergelijke kan nog urenlang levend virus bevatten waardoor direct contact van neuzen niet nodig is voor overdracht van virus. Zo kan het gebruik van andermans stal, praam, drinkemmer of voerbak ook de infectie veroorzaken, net als het laten ruiken aan kleding en schoenen waar bijvoorbeeld snot of vruchtwater op zit. In een slecht geventileerde ruimte (trailer, binnenmanege) kan het virus ook in de lucht van paard naar paard overgebracht worden.

Diagnose

Temperaturen Rhino

Temperaturen

Als er op grond van de symptomen een verdenking van rhino ontstaat, is het zinvol alle paarden twee maal per dag te temperaturen. Bij een rhino-uitbraak zijn er vaak meerdere paarden die, met of zonder andere verschijnselen, koorts blijken te hebben. Er zijn verschillende methoden om de diagnose van rhino met zekerheid te stellen. Vroeger kon de diagnose pas gesteld worden als na een herhaald bloedonderzoek van de antistoffen de concentratie meer dan 4 keer verhoogd was.

Tegenwoordig hebben we ook de mogelijkheden van DNA-onderzoek (PCR) van het virus in het bloed en van een uitstrijkje van het neusslijmvlies. Bij een abortus zijn er ook meerdere technieken om de diagnose te stellen. Een specialistisch sectieonderzoek van de vrucht is een goede methode. Een DNA-onderzoek op het virus van een uitstrijkje van de geboorteweg van de merrie is een goed alternatief. Datzelfde onderzoek op een stukje van de long van het dode veulen vergroot de kans dat de diagnose niet gemist wordt. Bloedonderzoek van de merrie heeft bij de abortusvorm geen zin. Afhankelijk van de situatie, het stadium van de ziekte en de verschijnselen kiest de dierenarts in overleg met de eigenaar de meest passende methode.

Prognose

Dieren die alleen symptomen van de verkoudheidsvorm hebben, kunnen met een beetje rust en misschien wat ontstekingsremmers geheel genezen. Zoals gezegd is de overlevingskans voor veulens die geboren worden uit merries met de abortusvorm héél klein. De merries zelf genezen daarentegen vlot en kunnen gewoon weer drachtig worden. Voor de meeste paarden die lijden aan de neurologische vorm zijn de vooruitzichten ook redelijk tot goed als zij de juiste zorg krijgen. De genezing kan wel vele maanden duren. De verwachtingen voor paarden die meer dan 24 uur liggen is érg ongunstig.

Behandeling

Voor de behandeling van dieren met rhino zijn we beperkt tot het ondersteunen van de lichaamsfuncties en het voorkomen van problemen die vaak ontstaan als gevolg van rhino. Er zijn voor paarden geen middelen beschikbaar die het EHV-virus doden of remmen. De paardendierenarts zal een passende behandeling instellen. Bij hoge koorts of pijn kunnen koortsremmers zinvol zijn. In geval secundaire bacteriële infecties dreigen, bij bijvoorbeeld luchtwegontstekingen en blaasontstekingen, kunnen antibiotica nodig zijn. Paarden met de neurologische vorm hebben vaak intensieve verpleging nodig, bijvoorbeeld voor het aanbieden van voer, water en beweging, lediging van het rectum en/of de blaas en het voorkomen van beschadigingen en doorligwonden. Als het maar enigszins mogelijk is, moeten liggende paarden weer zo snel mogelijk overeind geholpen worden, eventueel met de speciale paardenbroek en een krachtige takel. Merries die verwerpen, hebben meestal geen behandeling nodig. Een veulen dat geboren is met rhino heeft bijzonder weinig kans te overleven, zelfs als het zeer intensieve zorg zou krijgen op een specialistische kliniek.

Preventie

Het voorkomen van een rhinopneumoniebesmetting kan onderverdeeld worden in het verbeteren van de weerstand van het paard en het verkleinen van de kans op overdracht van het virus naar andere paarden. Om ziek te worden van het EHV-virus moet een paard een bepaalde hoeveelheid van het virus binnen krijgen én moet het virus zich in het paard vermeerderen. Hoe meer virus een paard opneemt, hoe groter de kans is om ziek te worden. Als een paard voldoende algemene weerstand en specifieke afweer tegen het EHV-virus heeft, kan het meer virusdeeltjes buiten het lichaam houden en de virusvermeerdering in het lichaam beter beheersen. Als we dus zorgen dat onze paarden nooit veel virus van andere paarden binnenkrijgen, is de kans op besmetting kleiner. Helaas krijg je nooit de garantie dat je paard geen rhino zal krijgen, hoe goed je je best ook doet.

Algemene weerstand verbeteren

Om de algemene weerstand van een paard te verbeteren zijn er veel facetten die we (positief) kunnen beïnvloeden. Als we zorgen dat de gezondheid en het welzijn van paarden maximaal gegarandeerd zijn, hebben we de basis voor een goede weerstand gelegd. Voor de meeste eigenaren zijn er in het management van het paard echter nog wel kleine of grote verbeteringen te realiseren die de algemene weerstand van hun paard zullen verbeteren. Denk daarbij aan voeding, huisvesting, beweging en training, sociaal contact en vroegtijdige herkenning en preventie van diverse gezondheidsrisico’s. Specialisten als paardenartsen, voedingsdeskundigen, hoefsmeden, gebitsverzorgers en trainers kunnen daarin adviseren.

Het vermijden van stress is belangrijk in de preventie van rhino. Stress kan namelijk een sterk negatieve invloed hebben op de weerstand van paarden. In het algemeen veroorzaken verhuizingen, transporten, veranderingen op het gebied van training en voeding en uiteraard ziekte en pijn voor stress. Voor ieder paard zal de mate van stress echter verschillend zijn, net als de invloed ervan op de algemene weerstand.

vervoer kan stress veroorzaken bij paarden

Specifieke weerstand verbeteren/vaccineren

Antistoffen tegen EHV zijn niet in staat grote hoeveelheden virus te pareren. Eigenlijk is het belangrijkste effect van een correct uitgevoerd vaccinatieschema (met het juiste vaccin) dat de uitscheiding van virus verminderd wordt. Een ander effect is dat paarden minder verschijnselen krijgen van de verkoudheidsvorm. Zo zullen ook de jonge veulens van merries die gevaccineerd zijn tegen de abortusvorm tijdens hun zoogperiode minder verkouden worden en minder EHV-virus uitscheiden. Als gevolg daarvan wordt de kans op het ontstaan van de abortusvorm weer kleiner.

vaccinerenAls er slechts een klein percentage van de paarden op een stal geënt wordt, heeft enten geen of weinig toegevoegde waarde in het voorkomen van de neurologische vorm én de abortusvorm! Vaccinatie van een gehele stal met paarden is wel zinvol voor de preventie als de betreffende dieren niet in contact komen met grote hoeveelheden virus. Je kunt echter nooit de garantie krijgen dat de paarden geen rhino krijgen.

Rhino en EHV info vaccineren

Voorkomen van overdracht van het EHV – virus

Doordat het virus buiten het paard niet heel sterk is en niet tegen droogte kan, ligt hier een mogelijkheid om de infectiedruk en de verspreiding te verlagen. Het advies is dan ook om handen en kleren goed te wassen en te drogen en om materialen en stallen goed te reinigen en te desinfecteren (zie desinfectieprotocol EHV).

Overdracht kan worden verminderd door dieren te huisvesten in stabiele “groepen” in goed geventileerde ruimten. Door gevoelige groepen (drachtige merries) te scheiden van jonge paarden en van paarden die veel contact hebben met andere paarden (wedstrijdpaarden) wordt de kans op overdracht naar de gevoelige groep verkleind.

Uiteraard is het ‘not done’ om andere paarden in de stal te zetten van een merrie die haar veulen verworpen heeft of de vrucht en nageboorte niet gelijk in een lekdichte zak af te voeren. Paarden, die verdacht worden rhino te hebben, moeten geïsoleerd worden van anderen en het EHV-type zal bepaald moeten worden. Als paarden geïsoleerd worden, mogen materialen en voerkarren ook niet meer overal gebruikt worden. Als dat niet te organiseren valt, moeten de verdachte paarden of paarden met EHV1 als laatste verzorgd worden. Daarna moeten kleding, handen en gebruikte materialen schoongemaakt en gedesinfecteerd worden met een juiste Halamid®-oplossing.

Rhino header 6

Als de diagnose EHV1 gesteld is, wordt geadviseerd het bedrijf te sluiten. Als er minimaal 14 (maar beter 28 dagen) geen verschijnselen of koorts is geweest kan het bedrijf weer geopend worden.

Verplichtingen

Er zijn van overheidswege geen verplichtingen betreffende rhinopneumonie. De sportorganisatie KNHS, de overkoepelende organisatie SectorRaad Paard (SRP) en het stamboek KWPN hebben gezamenlijk adviezen vastgelegd voor hun leden. Deze zijn terug te vinden op hun websites.

 

Auteur: Floor Bernard

 

 

Gerelateerde artikelen: 

Luchtwegen van het paard | Vaccineren | Gynaecologie | EHBO bij het paard | Geboorte | Geboorteproblemen | Neonatologie 

Mis geen veterinaire informatie meer!

Onze Business partners


Link naar deze pagina: https://www.paardenarts.nl/kennisbank/rhinopneumonie/